Zoeken

Resultaat 1 tot 9 van 9.

Temperatuurintegratie

Een van de sleutels om tot een rendabele fossielvrije warmtevoorziening in de toekomst te komen is het omgaan met het “badkuip” model in de warmtevraag. De verwachting is dat in de toekomstige energievoorziening de kosten van piekverbruik veel hoger zullen zijn dan nu het geval is. Dit betekent dat mogelijkheden die al langer bestaan maar tot nu toe niet benut werden economisch interessanter kunnen worden. Naast het maximaliseren van de isolatie in de winter zijn er voor onbelichte teelten wellicht kansen om verder gaande temperatuur integratie toe te passen: over meerdere dagen tot enkele weken. Bij veel gewassen, vooral in de sierteelt, is onvoldoende bekend wat de mogelijkheden en de beperkingen zijn vanuit plantfysiologisch oogpunt. In recent onderzoek in potplanten blijkt bijvoorbeeld dat achterstanden ontstaan in koudere perioden in de winter bij wat meer zonlicht in het voorjaar snel en nagenoeg geheel kunnen worden ingelopen. Ook in de groenteteelt (paprika) blijkt meer mogelijk dan gedacht, maar is dat wel sterk afhankelijk van de teeltfase. De aanpak is gericht op een inventarisatie van kennis uit het verleden, recente onderzoeken en uit de praktijk om zoveel mogelijk ervaringen en theoretische onderbouwing op een rij te krijgen. De nadruk ligt op gewasfysiologische processen en teelttechniek. Al bij aanvang van het project wordt de kennis uit de praktijk (telers en adviseurs) actief betrokken. Er zal worden gezocht naar nieuwe sturingsmogelijkheden (bijvoorbeeld vruchtdunning of gestuurde plantbelasting) die kansen bieden op het gebied van temperatuurintegratie en daarmee op het verminderen van piekverbruik in energie. Het resultaat moet inzicht geven in wat nu al mogelijk is en welke generieke of gewas specifieke onderdelen nader onderzocht moeten worden. Deze bureaustudie moet een verdere richting en onderbouwing van de aanpak van HNT voor een fossielvrij toekomst geven. Experimenten met vruchtgroenten wijzen uit dat langetermijn TI geen grote effecten op ontwikkeling en productie heeft. Toch bevelen tuinders voor vruchtgroenten langetermijn TI niet aan omdat men beducht is voor onregelmatigheden, in het geval van paprika bijvoorbeeld voor wat betreft zetting. Voor andere groentegewassen bestaat er niet veel kennis over langetermijn TI, zodat het om deze reden niet met een gerust hart kan worden aanbevolen. Een duidelijke positieve uitzondering is een gewas als koolrabi met een duidelijk opslagorgaan voor zetmeel. Dit biedt veel mogelijkheden voor TI. In het geval van groene potplanten kon alleen literatuur over Zamioculcas over langetermijn TI worden gevonden, waarin melding werd gemaakt van verlaagde setpoints in de winter in combinatie met hogere zomertemperaturen en een vroeger vallende verkoopdatum (Balk et al. 2019). Uit de literatuur over kortetermijn TI kon niet veel worden afgeleid. De praktijk ziet TI tot 2 weken als haalbaar; het langer toepassen zou het proberen waard zijn. Bloeiende potplanten met verschillende groeifasen en navenant langere teeltduur kennen goede mogelijkheden voor langetermijn TI. De achterstand die in de ene fase in de winter wordt opgelopen kan in een andere fase in de zomer worden ingelopen. Hierbij moet natuurlijk wel worden gelet op het behoud van kwaliteit en de juiste afleverdatum. Bij korte teelten zoals bijvoorbeeld potchrysant kan de leverdatum vertraging oplopen als niet binnen de teeltduur gecompenseerd kan worden, wat in het geval van afspraken als bij contracteelt niet gewenst is. Het kan ook leiden tot stagnatie binnen het bedrijf als de planning van ruimte en arbeid niet kan worden gerealiseerd. Er zijn aan de andere kant ook bedrijven die iedere week nieuwe planten oppotten en steeds meerdere stadia in een kas hebben staan. Dit biedt mogelijkheden om rekening te houden met variatie in de planning. Rekenmodellen die deze processen beschrijven kunnen een hulpmiddel zijn om de teelt te plannen. In het geval van snijbloemen is langetermijn TI riskant, omdat de kwaliteit van het oogstbaar product er te lijden van kan hebben (bijvoorbeeld een afwijkende stengelmaat). Het kwaliteitsaspect bij snijbloemen is dusdanig belangrijk dat hier weinig ruimte voor compromis Projectnummer: 20096

Van 01-07-2018 tot 31-12-2018
Afgerond

Gerberaproef: plukken van blad leidt tot lagere productie

Auteur: Aat Dijkshoorn

Spouwscherm Het spouwscherm werd verkregen door de twee verduisteringsdoeken uit elkaar te trekken met een aanpassing van de installatie. Hiermee kon de uitstraling van het gewas aanzienlijk verkleind worden zonder dat dit ten koste ging van de verduistering. Vegetatiever In de drie afdelingen werden verschillen temperatuur/licht strategieën gehanteerd. Helaas werd deze strategie in het voorjaar niet juist uitgevoerd waardoor het energieverbruik in een afdeling onnodig hoog werd. Opvallend bleek dat het toelaten van meer licht in de winter door een langere dag te hanteren leidt tot ongewenste vegetatieve groei met langer blad en langere stelen in plaats van meer stelen met grotere bloemen. Gewas snoei Tevens is onderzocht of de lichtonderschepping verbetert door gewas snoei. Gebleken is dat het plukken van blad tot een lagere productie leidt. De jongste bladeren zijn het effectiefst voor fotosynthese. Dit onderzoek is gefinancierd vanuit het innovatie- en actieprogramma Kas als Energiebron met een bijdrage van de gewascoöperatie Gerbera. Het eindrapport van het project is beschikbaar en vindt u via onderstaande link.

Geplaatst op: 11-12-2017

Moeizame paprikaproef gaat eindfase in

Auteur: Aat Dijkshoorn

Jeroen omschrijft de kwaliteit van de hele teelt als matig. Er was sprake van te weinig scheutgroei en weinig spontaniteit. Dit is waarschijnlijk te wijten aan overmatig water geven in het begin van de teelt. Er is onvoldoende rekening gehouden met de verminderde verdamping vanwege minder minimum buis en intensiever schermen. Daardoor, zo veronderstelt Jeroen, is de basis aanleg van het wortelstelsel minder goed dan gewenst en daar heeft het gewas dan de hele teelt last van. Productie De productie verloopt nog wel conform de prognose, maar ligt toch 3 kg/m² achter bij het praktijkbedrijf waarmee vergeleken wordt. Dat bedrijf heeft echter wel een kas met meer lichtdoorlaat en heeft meer CO₂ tot de beschikking. De verwachting is dat de totale productie in de proef gaat uitkomen op 32 kg/m², ongesorteerd. HNT steeds meer toegepast in de praktijk In de praktijk ziet Jeroen duidelijk dat er elementen uit Het Nieuwe Telen (HNT) worden opgepakt door de telers: er wordt veel meer uren geschermd dan voorheen, zowel voor energiebesparing als ook in toenemende mate om het gewas te beschermen tegen uitstraling. Ook wordt anders omgegaan met de minimum buis dan voorheen: minder hoog en sneller afgebouwd op licht. Jeroen ziet echter geen voordelen aan het eerder windzijdig ventileren. Bij een bedrijf dat hij volgt stond het gewas na twee weken experimenteren met eerst windzijdig luchten er minder fris op.

Geplaatst op: 13-09-2017

Rapport bladpluk proef komkommer beschikbaar

Auteur: Aat Dijkshoorn

Voor een goede productie is een optimale combinatie van stengeldichtheid en assimilatenaanbod noodzakelijk. Bladpluk alleen leidde tot een licht stijgende abortie, een lagere ontwikkelingssnelheid en dus minder oksels, en een lagere LAI met minderlichtonderschepping. Dit gaf dus minder vruchten en minder kilo’s. Dit kan echter worden gecompenseerd door een hogere stengeldichtheid. Er ontstaat dan een gewas met een normale LAI en gewasstructuur, maar wel met een hoger aantal oksels m -2 waar vruchten aangehouden kunnen worden. De productie en lichtbenuttingsefficiëntie nemen toe. Hier staat tegenover dat ook de arbeid voor gewasverzorging toeneemt. Het is, net als bij tomaat, te verwachten dat toepassing in donkere perioden leidt tot minder energieverbruik om vocht af te voeren. De aanbeveling voor de praktijk, op basis van wat we nu weten, zou zijn: pluk met mate blad, combineer het met een relatief hoge stengeldichtheid, en bespaar energie in een winterteelt. Dit project is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het eindrapport van het project is beschikbaar en vindt u via onderstaande link.

Geplaatst op: 29-08-2017

Maximale isolatie en lichtonderschepping gerbera

In de praktijk is er al enkele jaren een tendens waarneembaar binnen de gerbera teelt naar steeds lagere nachttemperaturen met een hoge plantbelasting. Dit maakt het afvoeren van vocht in de nacht en het beschermen van het gewas tegen de negatieve gevolgen van uitstraling lastig. Dat leidt uiteindelijk tot onnodig, hogere warmtevraag. Vanuit HNT wordt een strategie benadrukt om de temperatuur sterker lichtafhankelijk te maken en daarbij te streven naar gemiddeld hogere etmaaltemperaturen bij lagere plantbelasting in die fasen van de teelt waar dit het meest nuttig. In 2015/2016 is aangetoond dat de nieuwe teeltwijze mogelijkheden biedt, maar deze moet nog verder geoptimaliseerd worden. Om het energieverbruik in de nacht en in de winter verder te kunnen verlagen is de inzet van een nieuwe generatie schermdoek met kleine spouw en een hoge isolerende werking gewenst. Daarnaast kan door het variëren van de daglengte de plantbelasting beter gestuurd worden naar een niveau dat past bij de verwachte licht sommen over het seizoen. Bijkomend voordeel is een betere benutting van de bestaande belichtingsinstallaties en een mogelijk constantere kwaliteit over het seizoen. Het project is een kasproef in drie afdelingen bij Wageningen UR met vier gerberagewassen: twee mini’s en twee grootbloemig. Alle drie de afdelingen worden uitgerust met een nieuw verduisteringsscherm met spouw op een dubbel dradenbed. De isolerende werking van dit scherm is ruim 50% hoger (k-waarde 0,7 t.o.v. 0,4 m2K/W) dan een standaard scherm en heeft daarmee ook een positieve invloed op de beperking van de invloed van uitstraling. Voorts draagt dit scherm bij aan het verlagen van winterpiek in warmteverbruik en dat is zowel economisch als strategisch (inzet rest- of aardwarmte) van belang. Bij een gelijk lichtniveau van 100 µmol wordt de daglengte over het seizoen in twee behandelingen gevarieerd van 11,5 tot 13 of 15 uur. In beide behandelingen wordt de temperatuur sterker gevarieerd met het lichtniveau dan in de praktijk gebruikelijk is. De derde behandeling is de referentie en komt zoveel mogelijk overeen met de praktijk. Binnen de proef wordt ook onderzocht hoe de lichtonderschepping verbeterd en de gewasverdamping verlaagd kan worden door het sturen van de bladhoeveelheid. Dit kan enerzijds door het wegnemen van oud blad, maar anderzijds wordt ook geëxperimenteerd met het wegnemen van jong blad in bepaalde teeltfasen, met name bij afnemend licht. Doel: Het energieverbruik bij gerbera verder verlagen en de productie te verhogen door de resterende knelpunten en kennishiaten op te lossen, in het kort: Verbeterde isolatie bij lichtafhankelijke teeltstrategieën Betere benutting van de bestaande lichtinstallaties door langere dag in de winter Gerichte gewashandelingen in het najaar en winter (verbeteren lichtonderschepping) Bijdragen derden: De gewascoöperatie gerbera is medefinancier (10%) naast Kas als Energiebron. Spouwscherm Het spouwscherm werd verkregen door de twee verduisteringsdoeken uit elkaar te trekken met een aanpassing van de installatie. Hiermee kon de uitstraling van het gewas aanzienlijk verkleind worden zonder dat dit ten koste ging van de verduistering. Vegetatiever In de drie afdelingen werden verschillen temperatuur/licht strategieën gehanteerd. Helaas werd deze strategie in het voorjaar niet juist uitgevoerd waardoor het energieverbruik in een afdeling onnodig hoog werd. Opvallend bleek dat het toelaten van meer licht in de winter door een langere dag te hanteren leidt tot ongewenste vegetatieve groei met langer blad en langere stelen in plaats van meer stelen met grotere bloemen. Gewas snoei Tevens is onderzocht of de lichtonderschepping verbetert door gewas snoei. Gebleken is dat het plukken van blad tot een lagere productie leidt. De jongste bladeren zijn het effectiefst voor fotosynthese. Projectnummer: 20040

Van 01-07-2016 tot 30-09-2017
Afgerond

Vruchten worden grover, maar productieverschillen blijven

Auteur: Anne Elings, Arie de Gelder en Jan Janse (Wageningen UR Glastuinbouw)

Sinds begin maart zijn er drie nieuwe bladplukstrategieën. In de standaard wordt in de kop 33% blad geplukt. In de tweede behandeling wordt in de kop geen blad geplukt en wordt onderin op dezelfde hoogte als in de standaard blad weggenomen. Hierdoor zit er 1/3 meer blad aan. In de derde behandeling wordt bij de vierde of vijfde tros 66% blad geplukt en worden evenveel bladeren als bij de standaard aangehouden. Hierdoor is de LAI ongeveer gelijk, maar het blad anders over de plant verdeeld. De opbrengstverschillen die in de winter waren ontstaan, bestaan nog steeds omdat in de maanden maart en april alle behandelingen ongeveer 11 kg m-2 produceerden. De standaard had eind april 22.4 kg m-2 geproduceerd. De twee andere behandelingen 0.6 kg m-2 minder. Alle behandelingen hebben momenteel voldoende LAI om het licht op te vangen. De behandeling zonder bladpluk heeft zelfs een LAI van ongeveer 4, wat zou moeten leiden tot improductief blad onderin. Het is opvallend dat lengtegroei en bladlengte en –breedte naar elkaar toe trekken, net als de kopdikte die overigens wel is gestegen na begin maart. De verschillen in houdbaarheid en smaak van de geoogste vruchten blijven gering. De temperatuurbeheersing speelt een steeds grotere rol. Brioso reageert al snel generatief op stijgende temperaturen en daarbij worden dan de vruchten weer kleiner, zeker bij de relatief hoge stengeldichtheid (4.2 stengels m-2) die in de proef wordt gehanteerd. Zolang het kan, worden daarom de nachten koud gehouden. Op de foto: De behandeling met 66% bladpluk rond de 4e/5e tros en een normaal bladaantal, waardoor er een andere bladverdeling ontstaat, maar er wel droge stof verloren gaat. Dit project is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Economische Zaken. Lees via onderstaande link meer over dit project.

Geplaatst op: 26-05-2016

Bladpluk geeft een betere verdeling van de drogestof

Auteur: Anne Elings, Arie de Gelder en Jan Janse (Wageningen UR Glastuinbouw)

Met het tomatenras Brioso is gedurende de winter in de kop 33% (de standaardbehandeling) of 55% blad geplukt (behandelingen met verschillende hoeveelheid blad onderin). De tomatenvruchten in de behandelingen hadden aan het eind van de winter gemiddeld 65% van de gevormde assimilaten gekregen, terwijl dit in de standaard 62% was. Dezelfde ervaring werd verleden jaar opgedaan. Dit bevestiging een van de aannames van het project. Sinds begin maart worden naar de zomer toe andere bladplukstrategieën aangehouden (zie ook dit artikel) . In de begeleidingscommissie is verleden week uitgebreid gediscussieerd over de beste teeltstrategie die hierbij past. De nachttemperatuur wordt naar beneden gebracht om het gewas voldoende generatief te houden en sterkere trossen te krijgen. De vruchtgrootte was nog niet wat we willen hebben. De teelt is nu ongeveer halverwege en de hoop is natuurlijk dat de betere verdeling van drogestof ook in de zomer vastgehouden wordt. Dit project is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Economische Zaken. Op de foto: Geoogste Brioso tomaten Lees via onderstaande link meer over dit project.

Geplaatst op: 13-04-2016

Project Energiebesparing door bladpluk bij komkommer gestart

Auteur: Anne Elings (Wageningen UR Glastuinbouw)

Er is eerder in een vergelijkbaar onderzoek bij tomaat aangetoond dat een open gewas door bladpluk de plant beter in balans kan houden. Er zijn vijf behandelingen aangelegd die variëren in stengeldichtheid (3 – 3.5 stengels m-2) en bladpluk (0%, 16%, 33%). Hiermee worden verschillen in LAI’s en gewasstructuur verkregen. Het experiment wordt begeleid door de BCO en in de loop van de teelt kunt u de proef bezoeken. De teelt loopt tot en met oktober. Dit project is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Economische Zaken. Lees via onderstaande link meer over dit project.

Geplaatst op: 13-04-2016

Energiebesparing door bladpluk bij komkommer

Een mogelijkheid voor verdergaande verlaging van het energiegebruik in de onbelicht glasgroenteteelt bij toepassing van Het Nieuwe Telen is het efficiënter benutten van de assimilaten en het terugdringen van onnodige verdamping door het gewas te sturen met bladpukken. In proeven van Wageningen UR in de tomatenteelt en praktijk proeven in de aubergineteelt en in de paprikateelt zijn de eerste stappen gezet. De gedachte is dat door het bladpakket (LAI) gericht te sturen de assimilaten aanmaak voor een groter deel naar de vruchten gestuurd kunnen worden en dat met minder bladoppervlak met name in de herfst minder vocht geproduceerd wordt door het gewas. Dit betreft een verkennende proef met hoge draad komkommer. Binnen één afdeling worden 5 behandelingen uitgevoerd met variaties in stengeldichtheid en % blad pluk. Het bladpukken gebeurt in het jongste stadium zodat zo min mogelijk assimilaten verspild worden bij de aanmaak. De 5 behandelingen worden gemonitord op gewasontwikkeling (snelheid, LAI), lichtonderschepping en fotosynthese snelheid onder- en bovenin het gewas en productieresultaten (drooggewicht, kwaliteit e.d.). Dit voorstel sluit aan op de eerste stappen die gezet zijn om de aanpak te ontwikkelen tot een zo laag mogelijk energiegebruik in warm geteelde gewassen. Dat kan bij maximale isolatie met bijv. dubbele schermen en zo min mogelijk energie inzet voor vochtafvoer. Om dit te bereiken is een andere gewasmanagement aanpak nodig dan nu gebruikelijk is, gericht op verhoging van de assimilaten aanpak, efficiëntere inzet van de assimilaten en minimalisering van energie inzet voor vochtafvoer. Voor een goede productie is een optimale combinatie van stengeldichtheid en assimilatenaanbod noodzakelijk. Bladpluk alleen leidde tot een licht stijgende abortie, een lagere ontwikkelingssnelheid en dus minder oksels, en een lagere LAI met minderlichtonderschepping. Dit gaf dus minder vruchten en minder kilo’s. Dit kan echter worden gecompenseerd door een hogere stengeldichtheid. Er ontstaat dan een gewas met een normale LAI en gewasstructuur, maar wel met een hoger aantal oksels m -2 waar vruchten aangehouden kunnen worden. De productie en lichtbenuttingsefficiëntie nemen toe. Hier staat tegenover dat ook de arbeid voor gewasverzorging toeneemt. Het is, net als bij tomaat, te verwachten dat toepassing in donkere perioden leidt tot minder energieverbruik om vocht af te voeren. De aanbeveling voor de praktijk, op basis van wat we nu weten, zou zijn: pluk met mate blad, combineer het met een relatief hoge stengeldichtheid, en bespaar energie in een winterteelt. Projectnummer: 20033

Van 01-04-2016 tot 31-12-2016
Afgerond
  • 1