Zoeken

Filters
Verwijder alle filters
Resultaat 1 tot 10 van 46.

Freesiateelt op water: onderzoekers en telers voorzichtig positief

Auteur: Danja Brandsma-Razzon

In dit seizoen is volgens haar voor het eerst een goede start van de waterteelt gerealiseerd. Daardoor staat het gewas mooi dicht op de borden, waardoor de gewastemperatuur minder hoog oploopt. Samen met de voorbeworteling en voorselectie van goed uitgelopen knollen levert dat een goed resultaat op. Het waterbed staat eerder in bloei dan de andere systemen (zie foto, gemaakt op 4 augustus). Of dat ook tot een hogere opbrengst en taklengte leidt, zal binnenkort duidelijk worden. Minder uitval in waterteelt Hoewel vaak gedacht wordt dat een waterteelt gevoeliger is voor plagen en ziekte, is er in de huidige teelt tot nu toe aanzienlijk minder uitval op het waterbed dan in de andere systemen (2% uitval ten opzichte van 7% gemiddeld). Het voorselecteren van de voorbewortelde knollen speelt daar mogelijk een rol bij. Komende winter wordt in een nieuwe teeltronde gekeken of dit positieve resultaat zich herhaalt. “De grote stappen die de afgelopen jaren zijn gezet, laten zien dat een freesiateelt op water een interessant alternatief kan zijn voor de grondgebonden teelt”, aldus Brandsma-Razzon. Minder stomen In de Demokas 2030 zijn acht bedden ingericht met verschillende teeltsystemen voor freesia. Doel is tot een fossielvrije en emissiearme teelt te komen met duurzame gewasbescherming. In de praktijk vindt de teelt van freesia nog in de volle grond plaats. Na elke teeltronde stomen telers de bodem om plagen en ziekten te verminderen. Stomen is echter een energie-intensief proces dat een fossielvrije teelt in de weg staat. Bovendien is dit een flinke kostenpost voor telers. Door het substraatvolume te verminderen, gaat het energieverbruik voor stomen omlaag. In het onderzoek wordt gekeken of een teelt met een lager substraatvolume mogelijk is zonder aan productkwaliteit te verliezen. Lager substraatvolume De meest vergaande reductie van substraatvolume is te behalen met een waterteelt. Dit reduceert het substraatvolume tot vrijwel nul en opent bovendien de deur naar verdere automatisering van het teeltproces. Een voordeel van een teelt op water, is dat de planten buiten de teeltkas voorgetrokken en geselecteerd kunnen worden. Zo gaan alleen de sterkste planten het teeltproces in, wat leidt tot een gezonder en homogener gewas. Enkele jaren geleden leek freesiateelt op water nog ondenkbaar. Ook bij WUR in Bleiswijk verliepen de eerste teeltrondes weinig succesvol. Vooral de gevoeligheid van de knol voor water bleek een uitdaging. Zodra de knol te nat wordt, neemt het risico op rot toe. Daarom moet er altijd een minimale afstand van de knol tot het water zijn. Speciale drijvers De freesia heeft een koudeperiode nodig voor de bloeminitiatie en bloemaanleg, wat mogelijk wordt gemaakt door koelslangen naast de knol. Traditionele drijvers zijn daardoor niet bruikbaar. In de waterteelt liggen daarom, bovenop het koelsysteem, speciaal ontworpen drijvers. Deze warmen bij veel instraling snel op, waardoor het gebruik van isolatiemateriaal nodig is om de juiste knoltemperatuur te behouden. In het begin verliep de overgang van vegetatief naar generatief op het waterbed daardoor wat trager dan bij de andere teeltsystemen. Ook waren er open plekken in het gewas vanwege technische problemen met het ontwerp, waardoor de borden opwarmden. Waarschijnlijk is daardoor de bloei vertraagd. Desondanks is een goede start gemaakt met de teelt op water. Financiering Dit project wordt uitgevoerd door Wageningen UR Glastuinbouw in Bleiswijk en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. De drijvers voor het waterbed zijn geleverd door Meteor Systems. . De proef is begeleid door telers.

Geplaatst op: 21-08-2025

Freesia: Naar een fossielvrij systeem (2030)

Doel Het doel van dit project is de hoeveelheid ontsmettingsenergie te verminderen en in de toekomst de stap te kunnen maken naar fossielvrij ontsmetten door ontwikkeling van nieuwe teeltsystemen met minder substraatvolume. Door het substraatvolume te verkleinen, wordt de energie-input per ontsmettingsbeurt kleiner. Dit is onderdeel van de algemene doelstellingen van Kas2030 om in een integrale aanpak te streven naar fossielvrije teelt, nul emissie van gewasbeschermingsmiddelen en nul emissie van water en nutriënten. Projectbeschrijving Bij de freesiatelers is een groot besef dat ze van het gas af moeten. De eerste teeltjaren van kas2030 hebben laten zien dat de Freesiateelt makkelijk zonder gas kan met een warm-tepomp en aquifer, als de grond niet meer gestoomd hoeft te worden. Onderzoek in kas 2030 heeft ook laten zien dat weg laten van het stomen dusdanig veel productiederving gaf dat dat geen optie is. Om verdere stappen te kunnen maken is het dus noodzakelijk om de hoeveelheid ontsmettingsenergie te verminderen. Daarom is gestart met ontwikkeling van nieuwe teeltsystemen met minder substraatvolume. Er zijn diverse systemen ontwikkeld en geprobeerd en er zijn ook al systemen afgevallen. In dit vervolgonderzoek worden de drie overgebleven nieuwe teeltsystemen en nieuwe gefaseerde teeltmethode geoptimaliseerd, gemonitord en vergeleken met zandbedden als referentie. Het energieverbruik en economische haalbaarheid van de verschillende systemen wordt in kaart gebracht. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LVVN. Projectnummer: 25116

Van 01-08-2025 tot 29-02-2028
Lopend

Innovaties tijdens de Grondteeltmiddag: terugblik en presentaties

Telen op water: Vertify klaar voor praktijktoepassing Jasper Schermer van Vertify presenteerde de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van telen op water, specifiek met Matricaria, Lisianthus en Chrysant. Deze techniek biedt een duurzaam alternatief voor traditionele grondteelt en maakt gesloten teeltsystemen en automatisering mogelijk. Voor Chrysant konden kwekers op 31 oktober al een eerder inloopmoment bij Vertify bijwonen om de proefresultaten zelf te bekijken. Bij Lisianthus bevindt de techniek zich nog in de beginfase, met de focus op effectieve waterontsmetting tussen teelten. Tijdens de Grondteeltmiddag bezocht de groep de praktijkproef van Job van Egmond, waar Matricaria op water wordt geteeld. Deze praktijkpilot belooft een belangrijke stap te zijn richting een toekomstbestendig teeltsysteem. Weerbaarheid in de teelt Liesbeth Nijs, themaspecialist Plantgezondheid bij Glastuinbouw Nederland, gaf aan dat weerbaar telen lange tijd geen eenduidige definitie kende. Dankzij het Uitvoeringsprogramma Gewasbescherming is er nu een duidelijke omschrijving: Sterke planten in een gezonde omgeving voor een toekomstbestendige land- en tuinbouw. In de pilot Kas als ecosysteem zijn demonstratieteelten opgezet in chrysant, komkommer en radijs, gericht op het vergroten van de weerbaarheid van gewassen. Ze legde uit hoe boven- en ondergrondse processen kunnen worden gestuurd om planten weerbaarder te maken. Ook werd het belang banadrukt van het optimaliseren van álle puzzelstukjes in het teelt systeem, gezien de huidige uitdagingen op het gebied van energie en duurzaamheid. Glastuinbouw Nederland biedt cursussen aan over weerbaar telen, afgestemd op de behoeften van specifieke gewasgroepen. Annelein Meisner presenteerde de definitie van bodemweerbaarheid. Hierbij onderdrukt de microbiële gemeenschap de groei of vestiging van een ziekteverwekker waardoor er minder tot geen ziektesymptomen zijn. Dit is onderdeel van een weerbare teelt. Daarnaast presenteerde ze de resultaten van de chrysantenproef die is uitgevoerd binnen de PPS ‘Boven en ondergronds sturen op weerbaarheid’. Binnen deze proef werd getoetst of langer telen via het weerbaar telen principe, leidt tot een grotere bodemweerbaarheid tegen ondergrondse ziekten. Het programma vervolgde zich met een bezoek aan de praktijkproef van de teelt op water bij Van Egmond Matricaria. Job van Egmond gaf hierbij een rondleiding over het bedrijf en een toelichting op deze teelt op water. Hierna ging het programma verder bij de WUR. Innovatieve technologie: virtuele lysimeter Wim Voogt deelde inzichten uit het EcoNutri-project, waarin de virtuele lysimeter centraal staat. Deze technologie biedt real-time informatie over verzilting, verdroging en uitspoeling van water. Dit inzicht is essentieel voor een effectief water- en bodembeheer, een cruciaal aspect van duurzame teelt. Demokas 2030 en chrysantenteelt op tafels Arca Kromwijk presenteerde resultaten bij een bezoek aan de Demokas 2030, waar proeven met verschillende teeltsystemen – met name gericht op Freesia – werden uitgevoerd. Janneke Grit belichtte haar onderzoek naar chrysantenteelt in bakken met substraat op tafels. Dit innovatieve systeem maakt efficiënter gebruik van ruimte en middelen en draagt bij aan een duurzamere sector. Samen werken aan een duurzame toekomst De Grondteeltmiddag werd afgesloten met inspirerende discussies en het delen van praktijkervaringen. De inzichten en resultaten die tijdens deze bijeenkomst werden gedeeld, vormen een belangrijke stap richting een weerbare en duurzame toekomst. We bedanken de deelnemers voor hun positieve energie en betrokkenheid tijdens deze middag! De presentaties van de sprekers zijn hieronder toegevoegd.

Geplaatst op: 26-11-2024

Goede winterproductie op nieuwe teeltsystemen freesia

Auteur: Arca Kromwijk, Frank Kempkes, Danja Brandsma, Gert Vletter en Antonella Crisitina

Er is bij een hogere kastemperatuur (13-14°C) geteeld dan in de praktijk om optimaal van lampwarmte te profiteren en CO 2 -verlies te beperken. Na 22 weken is gestopt met oogsten om de vervolgteelt op tijd te kunnen starten. Voor Soleil was de teeltduur daardoor korter dan gebruikelijk. De lichtsom is op basis van gewashoogte geleidelijk opgebouwd tot maximaal 10,5 mol per dag. Verkleinen substraatvolume Het doel van de nieuwe systemen is om minder fossiele energie te hoeven gebruiken voor het stomen. Door het substraatvolume te verkleinen, is minder energie nodig. De systemen met een mengsel van kokos en zand in kratten, potten of bakken, gaven een goede productie: vergelijkbaar met de zandbedden. Er was geen verschil in productie tussen proefvelden met 100% nieuw substraat en proefvelden met circa 50% gestoomd substraat. In de volgende proef wordt ook een behandeling opgenomen met 100% gestoomd substraat uit de vorige teelt. Waterbed Het waterbed bleef wat achter in productie. Door verbeteringen van het watersysteem stond er tot het begin van de oogst een mooi gewas op: vergelijkbaar met de andere teeltsystemen. Daarna bleef het gewas echter achter. Het is nog niet helemaal duidelijk wat daarvan precies de oorzaak was. Mogelijk dat het los trekken van de planten bij de oogst en storingen in zuurstofgehalte en pH-niveau in het water medeoorzaak zijn. Voor de volgende teelt wordt daarom nog een aantal maatregelen doorgevoerd om het resultaat verder te verbeteren. Als de freesiateelt in de toekomst overgaat op een trekteelt met eenmalige oogst zou het waterbed mogelijk een goed alternatief kunnen zijn. Bodemverwarming Na de inductie en aanleg van de bloemknoppen en haken is de bodemverwarming in januari 2024 uitgezet en is de bodemtemperatuur min of meer meegelopen met de ruimtetemperatuur. Om te zien wat er gebeurt bij een hogere bodemtemperatuur, is op één van de twee zandbedden een bodemtemperatuur ingesteld van 17°C. Dat had een nadelig effect op de productie, zowel voor het aantal bloemtakken als voor het totaal geoogst gewicht. Dit project wordt gefinancierd door het innovatie- en actieprogramma Kas als Energiebron van Glastuinbouw Nederland en het ministerie van LVVN, als onderdeel van Kennis in je Kas.

Geplaatst op: 18-07-2024

Kas 2030 Van emissie arm richting emissie nul

Doel Dit project beoogt demonstratie van fossielvrije teeltconcepten van meerdere gewassen: een combinatieteelt van winter potplant & zomer meloen, gerbera, freesia, en anthurium/spathefyllum, met een zo laag mogelijke inzet van groene elektriciteit. Daarnaast is het doel ook nul emissie van nutriënten en nul emissie van gewasbeschermingsmiddelen. Projectbeschrijving Kas2030 bij Wageningen UR in Bleiswijk is gebouwd als demonstratiekas voor fossielvrij en emissie-arm telen zoals dat in 2030 grootschalig praktijk moet kunnen zijn. Dit in 4 demokassen van ca. 350 m2. Het basisprincipe van all electric met warmtepomp, LED belichting, 3 of zelfs meer lagen schermdoek, actieve ontvochtiging, recirculatie van voedingswater en gewasbescherming op basis van een standing army heeft zich in de zes jaar dat de kas nu in gebruik is bewezen als een goede optie; er is veel meer mogelijk dan gedacht. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 24020

Van 01-07-2024 tot 31-07-2026
Lopend

Tweede teelt freesia met nieuwe teeltsystemen in Demokas 2030

Auteur: Arca Kromwijk (WUR)

De nieuwe teeltsystemen zijn vorig jaar ontworpen en aangelegd om het verbruik aan fossiele brandstoffen voor het stomen verder te verminderen, als volgende stap in het fossielvrij maken van de teelt van freesia. Mooi gewas Bij een gewashoogte van circa 25 cm is op 15 juni de bodemkoeling gestart om de bloei te initiëren. Voor de teelt van freesia is het cruciaal dat de knoltemperatuur dan naar 16,5°C kan worden gestuurd. Afwijkingen in de knoltemperatuur veroorzaken teeltvertraging, opbrengstderving of kwaliteitsafwijkingen in de bloeiwijze. De bodemkoeling heeft in alle systemen goed gewerkt en de gewenste bodemtemperatuur is goed gerealiseerd. Juist ook toen we in die periode een paar erg warme weken hadden. Op de zandbedden en op drie van de vier nieuwe teeltsystemen staat nu een mooi gewas Corvette, waarvan begin september de eerste bloemtakken zijn geoogst. Bij de twee beste systemen ziet de takontwikkeling er ook goed uit, bij het derde systeem is de takontwikkeling van Corvette iets trager. Op het vierde teeltsysteem is al vrij snel na het planten veel uitval opgetreden, waarschijnlijk doordat de knollen te nat zijn gebleven. Fusarium De planten zijn gerooid en daar wordt nu een aantal kleinschalige proeven uitgevoerd om te onderzoeken wat er precies is misgegaan en hoe de weggroei na het planten kan worden verbeterd. Bij Soleil staat een minder mooi gewas. Zowel op de zandbedden als op de nieuwe teeltsystemen zijn problemen met Fusarium en bollenmijt. Materiaal uit aangetaste knollen is uitgeplaat en geanalyseerd. In deze planten zijn drie soorten Fusarium gevonden: Fusarium oxysporum, F. solani en F. proliferatum. Mogelijk veroorzaakt de combinatie van deze drie fusariumsoorten de problemen die nu zichtbaar zijn. In deze teelt hebben de onderzoekers Trips tabacci in de kas gekregen. De herkomst is onbekend. In omringende kassen was deze tripssoort niet aanwezig. Eind juni is de trips in korte tijd snel uitgebreid en zijn extra natuurlijke vijanden ingezet, maar dit bleek niet voldoende. Daarom is nu chemisch ingegrepen. Het onderzoek naar fossielvrij telen in kas 2030 wordt gefinancierd door het programma Kas als Energiebron, hét innovatieprogramma dat energiebesparing en het gebruik van duurzame energie in de glastuinbouw stimuleert. Glastuinbouw Nederland en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) trekken hierin samen op. Onderzoekers: Arca Kromwijk, Frank Kempkes, Ada Leman, Gert Vletter, Marta Streminska, Khanh Pham (WUR)

Geplaatst op: 14-09-2023

Vervolg demo Kas2030 teeltjaar 2023-2024

Doel Dit project heeft als doel demonstratie van fossielvrije teeltconcepten van vier gewassen: een combinatieteelt van winter potplant & zomer paprika, gerbera, freesia, en potanthurium. Daarnaast wordt er ook zoveel mogelijk geteeld zonder gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en zonder emissie van water en nutriënten. Projectbeschrijving Kas2030 bij Wageningen UR in Bleiswijk is gebouwd als demonstratie kas voor fossielvrij en emissie-arm telen zoals dat in 2030 grootschalig praktijk moet kunnen zijn. Het basisprincipe van all electric met warmtepomp, LED-belichting, 3 of zelfs meer lagen schermdoek, actieve ontvochtiging, recirculatie van voedingswater en gewasbescherming op basis van een standing army heeft zich in de vier jaar dat de kas nu in gebruik is bewezen als een goede optie; er is veel meer mogelijk dan gedacht. Natuurlijk zijn er nog de nodige verbeteringen mogelijk. Vooral emissie van gewasbescherming is een grote uitdaging. Bij aardbei is een jaarrond teelt met een vlak productiepatroon nog niet bereikt en vormt de beheersing van Botrytis een uitdaging. Desondanks is dit gewas vervangen door de een combinatie van potplanten gevolgd door paprika. Bij Gerbera is de beheersing van meeldauw zonder gebruik van zwavel of chemische middelen en het voorkomen van “rotkoppen” die in de praktijk worden ervaren als een punt welke verbeterd moet worden. Bij Freesia is het ontwikkelen van een gesloten teeltsysteem waarbij het substraat goed te ontsmetten is een opgave. Bij potanthurium is de juiste balans van lichtkleuren in de LED en de energiebalans van de kas nog immer niet optimaal. Voor het nieuwe teeltjaar zijn er daarom nieuwe doelstelingen per gewas opgesteld. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 23013

Van 01-08-2023 tot 01-11-2024
Lopend

Eerste oogst van nieuwe teeltsystemen freesia

Auteur: Arca Kromwijk, Frank Kempkes, Antonella Christina, Gert Vletter (WUR)

In de demokas 2030 wordt gestreefd naar een fossielvrije teelt (geen CO 2 uitstoot) zonder emissie van water en meststoffen en een duurzame gewasbescherming. Om de teelt fossielvrij te maken wordt geteeld in een All electric greenhouse met LED-belichting. Voor een relatief koele teelt als freesia is de warmte van de LED-lampen veelal ruim voldoende om de kas op temperatuur te houden. De teelt is echter nog niet fossielvrij, omdat er na elke teelt nog wordt gestoomd vanuit een gas-stoomketel. Met twee teelten en dus twee maal stomen per jaar betekent dit nog een aanzienlijk verbruik aan fossiele brandstoffen. Door het telen in zandbedden (20 cm diep) is het gasverbruik voor het stomen in de demokas al flink lager dan in de praktijk, maar het doel is om dit verbruik nog verder naar beneden te brengen door het substraatvolume te verkleinen van 200 l/m 2 in de zandbedden naar minder dan 40 l/m 2 in de nieuwe teeltsystemen. Zomerse condities Op drie van de vier nieuwe teeltsystemen zien onderzoekers nu een goede stand van het gewas. Volgens de telers staan twee van de drie er nog net iets beter bij dan de teelten op de zandbedden. De productietellingen van komende weken moeten laten zien wat de uiteindelijke productie wordt, in vergelijking met de bestaande zandbedden. Op één systeem is de groei in het begin wat achtergebleven, waarschijnlijk door zuurstoftekort als gevolg van technische problemen. Dit is inmiddels opgelost, maar de opgelopen achterstand in het begin heeft gezorgd voor kleinere planten. Een achterstand die niet meer is in te halen. Na afloop van de huidige teelt wordt vanaf medio mei een nieuwe teelt gestart om de nieuwe teeltsystemen te testen onder zomerse condities. Dan zal blijken of de gewenste koeling en sturing van de knoltemperatuur ook goed te realiseren is onder zomerse condities. Een nauwkeurige sturing van de knoltemperatuur is een belangrijke voorwaarde voor freesia, omdat afwijkingen in gewenste knoltemperatuur kunnen leiden tot flinke productieverliezen en teeltvertragingen. (Fotobijschrift: Het systeem met vierkante potten hangend in een EPS systeem. De bovenkant van de pot is afgedekt met biofoam.) Dit project wordt gefinancierd door Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma vanuit het ministerie van LNV en Glastuinbouw Nederland.

Geplaatst op: 27-03-2023

Toekomstbeelden freesia: reductie energiegebruik bij ontsmetten substraat

Auteur: Frank Kempkes (WUR)

Doel is om hiermee een lineaire reductie in energiegebruik voor het ontsmetten van het substraat te realiseren. In de huidige praktijk is circa 50% van het totale energiegebruik nodig voor het ontsmetten van de grond na elke teelt en dit kan nog niet fossielvrij. Bij minder substraatvolume kan efficiënter worden ontsmet (beter bereikbare dunnere laag) en kan mogelijk ook met microgolven worden ontsmet. Bij deze geheel op elektriciteit gebaseerde opwarming van het substraat om pathogenen te verwijderen, kan het gebruik van fossiele brandstoffen nog verder omlaag. Randvoorwaarden van de nieuwe systemen is een nulemissie van nutriënten en een knoltemperatuur van 16 o C in de zomer om een goede bloemtakinductie en -ontwikkeling te krijgen. Knoltemperatuur Deze zomer zijn de eerste systemen verkend. Hierbij is veel aandacht besteed aan het realiseren van de gewenste knoltemperatuur bij hoge zomertemperaturen, de weggroei van de knollen na het planten en voldoende verticale drainage uit de potten om onderlinge besmetting van planten met pathogenen via de drainage te voorkomen. Het eerste systeem is een teelt op water in een aangepast sla-systeem van Meteor. De knollen worden geplant in drijvende panelen met per plantrij twee koelslangen. Het tweede systeem bestaat uit plastic V-vormige goten (kunststof van 1 mm dik) die worden gevuld met een kokossubstraatmengsel. Ook hier zijn extra koelslangen neergelegd om de vereiste knoltemperatuur te bereiken. Een derde systeem bestaat uit potten met een kokossubstraatmengsel, geheel omgeven met isolerend materiaal. Het vierde systeem is een type pot dat in de aardbeienteelt wordt gebruikt, waarbij de koelslang in het substraat dichtbij de knol komt te liggen. Minder energie De vier systemen worden vooralsnog gedurende twee achtereenvolgende teelten getest, waarna de beste kunnen worden doorontwikkeld naar een technisch en economisch haalbaar systeem. Hierbij kan worden gedacht aan het voortrekken van de knollen in potten in een groeikamer gedurende de eerste weken van de teelt, het mechaniseren van planten en ophalen van de knollen, verdere optimalisatie van het substraatvolume en de mogelijkheden van een ziektevrije start, waardoor nog minder energie en middelen nodig zijn.

Geplaatst op: 25-10-2022

Ontvochtiging bij laag-temperatuur gewassen

Doel: Een richtinggevend beeld geven van de mogelijk- en onmogelijkheden voor efficiënte energiezuinige ontvochtiging bij lage teelttemperaturen. Telers kunnen met deze kennis beter bepalen wat de mogelijkheden zijn voor ontvochtigingssystemen. Projectbeschrijving: Voor kasgewassen die bij lage temperatuur geteeld worden is de transitie naar een klimaatneutrale teeltmethode moeilijker dan voor de grote intensief geteelde gewassen. De lage teelttemperatuur leidt tot een relatief laag energieverbruik en dus ook relatief lage energiekosten. De investeringsruimte die door de besparing op energiekosten wordt verkregen is daarmee klein. Toch zullen ook teelten zoals Aardbei, Sla, Freesia, Anjer, Primula en Radijs in de komende jaren fossielvrij geteeld moeten kunnen worden. Kernproblematiek hierbij is de ontvochtigingsbehoefte. Enerzijds omdat de ontvochtiging bij koude teelten al gauw verantwoordelijk is voor de helft van de totale energiebehoefte en anderzijds omdat bekende technieken zoals ontvochtiging met latente warmteterugwinning bij lage temperaturen slechts een zeer beperkte capaciteit kunnen leveren. Bij intensieve teelten zoals in de belichte sier- en groententeelt lijkt de benutting van de latente warmte die bij de ontvochtiging kan worden verzameld een belangrijke sleutel tot de oplossing richting fossielvrij. De eerste ervaringen laten echter zien dat dit principe niet bruikbaar is voor de energie-extensieve teelten. Bij lage temperaturen moet er veel moeite en energie worden gestoken om slechts een kleine ontvochtiging te realiseren. In voorgestelde bureau-studie wordt de problematiek geanalyseerd en worden alternatieve oplossingsrichtingen beschreven. Het onderzoek heeft de volgende werkpakketten: Werkpakket 1: inventarisatie systemen Er wordt een inventarisatie gemaakt van bekende maar ook minder bekende ontvochtigingsystemen van binnen en buiten de glastuinbouw. Bij de bekende systemen gaat het om Drygair, Vifra, EcoClimate converter en luchtbehandelingskasten met lucht/lucht en lucht/water warmtewisselaars. Voor minder bekende systemen van buiten de glastuinbouw wordt gekeken naar de mogelijkheden van systemen op basis van membraan-technologie. Werkgebieden, kosten (installatie en gebruik) en toepasbaarheid in de glastuinbouw worden geïnventariseerd Zijn de systemen eenvoudig in een totaalconcept klimaatbeheersing te implementeren? Hoewel het project vooral de vochtbeheersingproblematiek aanpakt, zou één robuuste installatie die zowel voor ontvochtiging als voor de verzameling van duurzame warmte gebruikt kan worden grote voordelen kunnen bieden. Werkpakket 2: Model-aanpassing Daar waar systemen geïnventariseerd in WP 1 nog niet beschikbaar zijn in de dynamische simulatieomgeving worden deze geïmplementeerd De teelten zoals beschreven worden nauwkeurig in de modelomgeving ingepast Werkpakket 3: Berekeningen Voor 3 teelten (aardbei, freesia en radijs) wordt de vochtproblematiek en de in de praktijk gemaakte keuzes in vochtsetpoints en regelmaatregelen om deze te beheersen geïnventariseerd. Waarom doet men het zoals men het nu doet? Waar liggen grenzen en waarom liggen die grenzen daar nu? Hiermee worden de effecten van verschillende gewasstructuren, luchtbeweging en ziekten een plagen en daarmee de keuzes die ondernemers maken in de regeling duidelijk. Het spanningsveld tussen verhogen van de isolatiegraad en ontvochtigings behoefte in deze teelten wordt in kaart gebracht. Effectiviteit van de verschillende ontvochtigingsystemen en gevolgen op het klimaat en energiegebruik worden berekend. Werkpakket 4: Economische analyse Investeringsbehoefte van de verschillende systemen, implementatiekosten in de kas en gebruikskosten worden in kaart gebracht. Projectnummer: E22003

Van 01-05-2022 tot 31-12-2022
Lopend