Zoeken

Filters
Verwijder alle filters
Resultaat 1 tot 10 van 121.

Lagere luchtvochtigheid verbetert werking van huidmondjes bij chrysant

Auteur: Stefan van den Boogaart, Plant Lighting

In dit onderzoek staat de vraag centraal welke invloed de relatieve luchtvochtigheid (RV) heeft op de verdamping en het functioneren van de huidmondjes. Deze kleine openingen in het blad spelen een belangrijke rol bij de opname van CO₂ en de verdamping van de plant. Eerder onderzoek liet zien dat een langdurig hoge luchtvochtigheid kan leiden tot minder goed functionerende, ofwel 'luie', huidmondjes. In twee recente klimaatproeven is onderzocht of het tijdelijk verlagen van de luchtvochtigheid overdag of juist 's nachts dit kan voorkomen. Lagere RV stimuleert de verdamping In de eerste proef werd een continu hoge relatieve luchtvochtigheid van 95% vergeleken met een situatie waarbij de RV overdag werd verlaagd naar 79%. Dat had direct effect. De verdamping lag bij de lagere RV ongeveer 50% hoger: 1.400 tegenover 950 milliliter per vierkante meter per dag. Dit verschil ontstond volledig overdag; 's nachts werd geen verschil gemeten. In een tweede proef werd juist gekeken naar het effect van een lagere RV tijdens de nacht. Daarnaast is onderzocht of extra luchtbeweging bovenin en onderin het gewas de verdamping verder kan stimuleren. Bij een continu hoge RV zorgde extra luchtbeweging voor een beperkte toename van de verdamping. Relatief gezien betekende dit nog altijd een stijging van ongeveer 25%. Wanneer de RV werd verlaagd, nam de verdamping met ongeveer 35% toe. Daarbij bleek luchtbeweging onderin het gewas effectiever dan bovenin. Huidmondjes functioneren beter De belangrijkste conclusie uit beide proeven is dat zowel een lagere RV overdag als een lagere RV gedurende de nacht zorgt voor beter functionerende huidmondjes. Daarmee wordt opnieuw bevestigd dat een langdurig hoge luchtvochtigheid een belangrijke oorzaak is van disfunctionele huidmondjes. Opvallend is dat extra luchtbeweging op zichzelf nauwelijks invloed had op het functioneren van de huidmondjes. Hoewel de verdamping toenam, verbeterde de werking van de huidmondjes nauwelijks. Dat wijst erop dat niet alleen de hoeveelheid verdamping belangrijk is, maar vooral ook de luchtvochtigheid waaronder die verdamping plaatsvindt. Vervolgonderzoek Dit verrassende resultaat wordt in vervolgonderzoek verder onderzocht. Daarbij wordt ook gekeken of er tijdens de teelt een periode is waarin huidmondjes extra gevoelig zijn voor een hoge luchtvochtigheid. Als blijkt dat deze gevoelige fase zich alleen vroeg in de teelt voordoet, biedt dat interessante mogelijkheden voor de praktijk. Telers zouden dan in de tweede helft van de teelt een hogere luchtvochtigheid kunnen aanhouden, waardoor minder warmte nodig is en energie kan worden bespaard, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van het gewas. Financiering en coördinatie onderzoek Het Masterplan Verdamping is onderdeel van het onderzoek ‘Verdamping en vochtbalans van plant en kas in een energiezuinige teelt’. In Masterplan Verdamping werken de business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research, Delphy Improvement Centre, Plant Lighting en Glastuinbouw Nederland samen, met financiering door de Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en Stichting Kennis in je Kas (KijK). Binnen de Topsector werken bedrijfsleven, kennisinstellingen en de overheid samen aan innovaties op het gebied van duurzame productie van gezond en veilig voedsel en de ontwikkeling van een gezonde, groene leefomgeving. Dit onderzoek is tot stand gekomen in het kader van het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland.

Geplaatst op: 01-07-2026

LED-belichting heeft nauwelijks invloed op plaagdruk en biologische bestrijding

Auteur: Sergio Harinck, Vertify

In het onderzoek is gekeken naar de effecten van verschillende LED-spectra op belangrijke plagen en natuurlijke vijanden in chrysant en tomaat. Daarbij lag de focus op de winterteelt, waarin belichting een belangrijke rol speelt. Nauwelijks verschillen in chrysant en tomaat Bij chrysant werden geen verschillen gevonden in de ontwikkeling van Californische trips of in de effectiviteit van natuurlijke vijanden zoals de roofmijt Transeius montdorensis. Ook de gewasschade bleef vergelijkbaar tussen de verschillende lichtbehandelingen. Bij mineervlieg werd wel een lichte trend gevonden waarbij zeer rode lichtspectra resulteerden in minder vraatschade. Omdat deze spectra in de praktijk nauwelijks worden toegepast, is de praktische relevantie beperkt. Ook in tomaat waren de effecten klein. Een hoger aandeel rood licht leidde tot een iets tragere ontwikkeling van wittevlieg, maar de verschillen waren onvoldoende om in de praktijk als stuurmiddel te gebruiken. Voor natuurlijke vijanden zoals Encarsia formosa en Macrolophus pygmaeus werden geen effecten van het lichtspectrum gevonden. Meer zekerheid voor telers De resultaten geven telers meer zekerheid bij de keuze voor LED-belichting. De onderzochte verschillen in lichtspectrum blijken geen negatieve gevolgen te hebben voor geïntegreerde gewasbescherming of de werking van biologische bestrijders. Dat betekent dat de keuze voor een LED-spectrum vooral gebaseerd kan worden op factoren als gewasgroei, energie-efficiëntie en teeltstrategie. Belangrijke stap richting fossielvrije glastuinbouw De transitie naar LED-belichting speelt een belangrijke rol in de verduurzaming van de glastuinbouw. Dankzij de hogere efficiëntie van LED-armaturen kan aanzienlijk worden bespaard op energiegebruik. Dit onderzoek laat zien dat die overstap niet ten koste hoeft te gaan van een effectieve biologische gewasbescherming. Financiering en coördinatie Dit project is uitgevoerd door Vertify, samen met Plant Lighting en met partners Koppert, Fluence (later Signify), en gewascoöperaties chrysant en tomaat. Dit project is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef is begeleid door telers.

Geplaatst op: 03-06-2026

Inloopmoment systeemsprong grondgebonden teelten

We nodigen je van harte uit voor een inloopmiddag om de proef Systeemsprong grondgebonden teelten te bekijken bij Wageningen University & Research in Bleiswijk. Later dit jaar organiseren we een grotere open middag. Naast een teeltbezoek bespreken we dan ook de resultaten van de eerste teelt. Over de proef Systeemsprong grondgebonden teelten Teelt in bakken met substraat biedt een alternatief voor traditionele teelt in de grond. Hoewel de eerste stappen voor de teelt uit de grond al zijn gezet, is er nog extra kennis nodig om deze transitie breed mogelijk te maken. Daarom bouwt het onderzoeksproject: Systeemsprong grondgebonden teelten voort op de resultaten van het eerdere project Systeemsprong Chrysant. Bij WUR Glastuinbouw worden de komende jaren vijf teeltrondes uitgevoerd met het modelgewas chrysant, aangevuld met simulaties en berekeningen. Het teeltconcept bestaat uit drie fases: een eerste fase zonder daglicht, gevolgd door twee fases in de kas onder zonlicht. De teelt vindt plaats in substraatbakken op eb-en-vloedtafels. In de eerste twee teeltrondes ligt de nadruk op optimalisatie van de eerste teeltfase. Hierbij wordt onderzocht of hogere luchtvochtigheid en temperatuur mogelijk zijn, om zo de behoefte aan ontvochtiging en koeling te beperken. Naast de hoofdproef zijn er in de eerste teeltronde nog twee kleinere proeven met verschillende substraten en een ander type plug als uitgangsmateriaal. In januari is de eerste teelt met de rassen Baltica en Mirana gepland. Naast de start in de klimaatcellen met twee verschillende klimaatinstellingen en lichtintensiteiten zijn er ook planten geplant in de kas ter vergelijking. Na 2,5 week zijn de planten van de klimaatcellen naar de kas overgeplaatst. De verwachting is dat Mirana eind week 12 geoogst wordt en Baltica begin week 14. Aanmelden Meld je aan door een mail te sturen naar jvreugdenhil@glastuinbouwnederland.nl . Beeldmateriaal & geluidsopnamen Er kunnen door de organisatie foto’s en video’s gemaakt worden ter terugblik of promotie van deze bijeenkomst. Als je daar bezwaar tegen hebt kun je dit vooraf aangeven via jvreugdenhil@glastuinbouwnederland.nl . Het maken van video- en geluidsopnamen door bezoekers is niet toegestaan. Meer informatie Neem voor meer informatie contact op met Joke Vreugdenhil, mobiel 06 57340301, e-mail jvreugdenhil@glastuinbouwnederland.nl . Het project is gefinancierd door het programma Kas als Energiebron. Daarnaast zijn er bijdrages van Signify (Philips), Kekkilä-BVB, Deliflor Chrysanten, Logiqs B.V. en chrysantentelers. Wageningen University & Research: Violierenweg 1, 2665 MV Bleiswijk

Eindrapport: Systeemsprong chrysant naar een energiezuinige en emissiearme teelt

Auteur: Janneke Grit, Wouter Konings, Celestin Kleijweg, Anja Dieleman (Wageningen University & Research)

Praktijkconforme productie en goede kwaliteit In vier teeltrondes (cv. Baltica) werd een productie gerealiseerd van 5,5–6,5 kg versgewicht per m², met een lichtbenuttingsefficiëntie van 0,6–0,8 g drooggewicht per mol PAR-licht. De takkwaliteit was goed, met stevige stelen en gezond blad. Dimmen van belichting tijdens dure uren gaf vergelijkbare resultaten als constant belichten. Belichten op gewasbehoefte leidde tot 21% minder lichtinput en 9,8% lager drooggewicht, maar ook tot een korter vaasleven. Veenvrij, hergebruik en biologisch telen Teelt op veenvrij substraat bleek goed mogelijk, mits de watergift wordt aangepast. Ook hergebruik van substraat liet in de laatste teeltronde geen significante verschillen meer zien ten opzichte van nieuw substraat. Alle teelten zijn volledig uitgevoerd zonder chemische gewasbescherming, met succesvolle inzet van biologische bestrijding. Het onderzoek bevestigt dat teelt in bakken perspectief biedt voor energiebesparing, emissiereductie en verdere digitalisering. Verdere optimalisatie en economische onderbouwing zijn nodig voor brede toepassing. Financiering en coördinatie Dit project is uitgevoerd door Wageningen University & Research. Dit project is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef is begeleid door telers.

Geplaatst op: 06-03-2026

Eindrapport: Chrysantonderzoek zet flinke stap richting fossielvrije teelt

Auteur: Marcel Raaphorst, Wageningen UR

Minder gas, lagere CO₂-footprint De combinatie van intensieve belichting en warmteterugwinning leidde tot een 80% lagere fossiele warmtevraag: van 5 naar 1 m³/m² aardgasequivalent per jaar. Met een grotere warmtebuffer (drie keer de huidige omvang) zou dit nog kunnen dalen tot circa 0,7 m³/m². Helemaal fossielvrij telen lukt echter nog niet; op koude dagen blijft aanvullende warmte nodig. Economische haalbaarheid De economische haalbaarheid van het gebruik van een ontvochtigingsinstallatie met warmteterugwinning en een warmtepomp hangt grotendeels af van de prijs van elektriciteit en van warmte. Een systeem met warmtepomp en ontvochtiging blijkt rendabel bij elektriciteitsprijzen onder €0,105/kWh en warmteprijzen boven €0,375/m³ae. Een grotere buffer om pieken op te vangen, is niet rendabel. Verdamping blijft uitdaging De metingen aan verdamping gaven nuttige inzichten, maar bleken nog onvoldoende betrouwbaar. Verschillende meetmethoden (weegschalen, luchtbehandelingsunit, energiebalans) lieten grote verschillen zien. De lage gemeten verdamping in de eerste teelt leidde tot slechtere bladkwaliteit, vooral bij ras Chic . In de tweede teelt verbeterden bladkwaliteit en houdbaarheid dankzij een aangepaste warmteverdeling en lagere plantdichtheid. Conclusie Het onderzoek toont aan dat fossielarme teelt van chrysanten technisch haalbaar is, met aanzienlijk lagere gasbehoefte en perspectief op rendabele inzet van warmtepomptechniek. Verdamping en klimaatregeling blijven echter cruciale aandachtspunten. Verder onderzoek naar het verbeteren van de vochtafvoer vanuit het gewas is nodig. Enerzijds om meer energie te kunnen oogsten en fossiel vrij te kunnen telen. Anderzijds om de gewaskwaliteit te verbeteren, ook bij hogere plantdichtheden. Hogere plantdichtheden zijn nodig voor een rendabele businesscase. Daarnaast ligt de uitdaging om helemaal fossielvrij te worden, in het vinden van een fossielvrij en duurzaam alternatief voor stomen van de kas. Financiering en coördinatie Dit project is uitgevoerd door Wageningen University & Research in samenwerking met Delphy Improvement Center en en Plant Lighting . Het is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Het project is mede mogelijk gemaakt door KijK en begeleid door telers.

Geplaatst op: 05-11-2025

Eindrapport: Perfecte Chrysant fossielvrij en weerbaar

Auteur: Bas Oudshoorn, Improvement Centre

De teelten zijn uitgevoerd in een twee gelijke afdelingen van 500 m2 , die voorzien zijn van een verduisteringsscherm, een energiedoek, een ontvochtigingsinstallatie met een capaciteit van 12 m3 /(m2 .uur), een belichtingsinstallatie (LED) van 200 µmol/(m2 .s) PAR en 10 µmol/(m2 .s) verrood. Resultaten onderzoek • Teelttemperatuur: een ruim 2°C lagere teelttemperatuur gaf een verlaging van 40% op de warmtevraag, een iets kortere houdbaarheid en een langere reactietijd. • RV: een 5-7% hogere RV gaf bijna een halvering van de warmtevraag. De houdbaarheidsduur was bij de hogere RV wel iets korter. • CO2: lagere doseringscapaciteit gaf slechts een beperkte verlaging van de CO2-concentratie, maar wel een forse verlaging van de dosering. Door de ramen zo dicht mogelijk te houden, kon met een lage dosering zelfs een hogere concentratie worden bereikt. Het knijpen van de luchtramen heeft wel geleid tot een bedompter klimaat met een langere reactietijd en een mindere bladkwaliteit tot gevolg. Conclusie Met de mix van verschillende energiezuinige strategieën tijdens de verschillende teelten zou op jaarbasis nog geen fossielvrije chrysantenteelt kunnen worden behaald. Hiervoor komt de teelt exclusief stomen nog 6,5 m3 /m2 .jaar aan aardgasequivalenten tekort. Weerbaarheid bodem en gewas Van de plagen is alleen luis een probleem geweest, waarvoor soms chemisch moest worden ingegrepen. De overige plagen waren met behulp van biologische bestrijders, voorzien van bankerplanten, en een intensieve scouting goed onder controle te houden. Voorafgaand aan de 1e teelt van dit onderzoek is de grond gestoomd. In alle teelten is gebruik gemaakt van middelen ter verhoging van de weerbaarheid van zowel de bodem als het gewas. In de vijf teelten van dit onderzoek zijn geen aantastingen door aaltjes en/of bodemziekten waargenomen. Echter de duur van het onderzoek was te kort om vast te kunnen stellen, of door een strategie van verhoging van de weerbaarheid een chrysantenteelt in de grond zonder stomen mogelijk is. Financiering en coördinatie Dit project is uitgevoerd door Delphy Improvement Centre en WUR Glastuinbouw en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK), Chrysant NL, Ludvig Svensson, Signify, Dümmen Orange, Dekker Chrysanten, Royal van Zanten en Floritec. Het project is intensief gevolgd en begeleid door telers.

Geplaatst op: 09-09-2025

Energiezuinig sturen van de verdamping in vruchtgroenten

Auteur: Jan van Staalduinen

Verdamping door het gewas is volgens Brandsma een energie-gedreven proces. Het is nodig om water en nutriënten via de wortels op te nemen en door de plant te distribueren. In omgekeerde richting is er ook intern transport nodig om suikers en andere metabolieten vanuit de bladeren naar de groeipunten te brengen. Soms is verdamping ook wenselijk om voor verkoeling te zorgen. Hoe werkt verdamping? Hoe meer een gewas verdampt, hoe meer vocht je uit de kas moet afvoeren om niet in problemen te komen. Daarbij gaat onvermijdelijk energie verloren. Voor een energiezuinige klimaatsturing die het gewas net genoeg laat verdampen om die processen te faciliteren, is het goed om te weten hoe alles in elkaar grijpt. Brandsma startte haar presentatie daarom met een beknopte uitleg over begrippen zoals waterpotentiaal, capillaire werking en turgor, over de werking van huidmondjes en over de dynamiek in de waterbalans van de plant. Schade en verdamping Vervolgens gaf zij een overzicht van schadebeelden die menigeen in verband brengt met verdamping. Aan de hand van casestudies over bladrandjes in tomaat (calcium- en/of magnesiumgebrek), verkort vaasleven bij snijbloemen (verstoord functioneren huidmondjes) en oedeem in tomaat gaf zij uitleg over de mogelijke oorzaken en oplossingen. De onderzoekster benadrukte echter dat er over de precieze oorzaken en remedies, waarin ook licht soms een rol lijkt te spelen, nog het nodige te ontdekken valt. Verdampingsonderzoek in tomaat De Nooijer presenteerde de tussentijdse resultaten van het verdampingsonderzoek in tomaat. Dit is onderdeel van het bredere Masterplan Verdamping (waaraan ook chrysant en komkommer meedoen), dat door Kas als Energiebron, Stichting KijK en Topsector T&U gedurende drie jaar wordt gefinancierd. Telers willen namelijk dolgraag weten welke ondergrenzen zij, zowel overdag als ’s nachts, voor de verdamping moeten aanhouden om het gewas niet tekort te doen, maar ook zonder onnodig veel energie in de teelt te stoppen en onnodig veel energie te verliezen via ontvochtiging. De onderzoeker gaf eerst een overzicht van problemen in energiezuinige tomatenteelten onder full LED. Daartoe behoren schimmelproblemen (kroonschimmel en stengelverlies als gevolg van Botrytis), slechte vruchtkleuring (wankleur), slechte bladkleur, slechte bladrandjes en opbrengstderving als gevolg van geringe lichtbenuttingsefficiëntie. Teeltronde 1: vochtniveau en EC De eerste teeltronde in seizoen ’23-’24 vond plaats in twee afdelingen met een hoog en een laag vochtniveau. In beide afdelingen werd deels een lage en deels een hoge EC aangehouden. Uit de waterbalans bleek dat hoog vochtniveau en hoge EC resulteerde in de laagste verdamping, een lager gemiddeld vruchtgewicht en een iets lagere opbrengst. Een hoog vochtniveau leidde tot oedeem (vochtblaasjes op de bladeren) en Botrytis, maar had geen zichtbaar effect op de vruchtkwaliteit. Teeltronde 2: luchtbeweging In de tweede teeltronde (’24-’25) werd ingezoomd op luchtbeweging om Botrytis onder controle te houden en stengelverlies te voorkomen. De lucht werd aangezogen onder het scherm en uitgeblazen via luchtslangen onder de teeltgoten. De circulatie in de twee afdelingen bedroeg respectievelijk 7 en 16 m3/m2/uur. In beide afdelingen heerste een hoog vochtniveau en werd indien nodig water verneveld. Hierdoor viel de verdamping nog lager uit dan in de eerste proef. Opvallend genoeg was deze het laagste in de kas met de hoogste luchtcirculatie. Botrytis was in beide kassen onder controle. Bladrandjes en -vlekken kwamen in de wintermaanden in beide afdelingen veelvuldig voor, mogelijk door magnesiumgebrek. De gewasstand werd vaak als te vegetatief beoordeeld, maar was in de kas met lage luchtcirculatie gemiddeld beter. Van wankleurige vruchten was geen sprake, waarschijnlijk dankzij de dubbele groeibuis. Dit probleem lijkt daarmee eerder gerelateerd te zijn aan vruchttemperatuur dan aan te weinig verdamping. De productie bleef in beide afdelingen achter door een te laag gemiddeld vruchtgewicht. Bij lage luchtcirculatie trad vanaf week 13 herstel op, bij hoge luchtcirculatie niet. Conclusies De Nooijer stelde vast dat sommige teeltproblemen, niet alle (!), inderdaad voortkomen uit te weinig verdamping c.q. te hoge vochtniveaus. De productie blijft in die omstandigheden ook achter. Luchtcirculatie helpt om Botrytis te vookomen, het optimum hiervoor is niet vastgesteld.

Geplaatst op: 10-07-2025

Systeemsprong chrysant: naar een energiezuinige en emissiearme teelt

Auteur: Janneke Grit

De eerste drie teeltrondes zijn ondertussen ,met goede groei en plantkwaliteit, succesvol afgerond en momenteel loopt de vierde en laatste teeltronde binnen het huidige project. Substraatkeuze In de eerste drie teeltrondes zijn de substraatkeuze, mogelijkheden tot hergebruik van het substraat en verschillende belichtingstrategieën getest. Drie substraten zijn getest, twee substraten met veen en één veenvrij substraat. Het veenvrije substraat kwam goed mee met de veenhoudende substraten, waarop besloten is verder te gaan met het veenvrije substraat en één veenhoudend substraat ter vergelijking. Belichtingsstrategieën: naar dynamisch belichten Tijdens de tweede teelt is er dynamisch belicht op prijs. Hierbij werd tweemaal per dag de lichtintensiteit verlaagd op momenten dat de energieprijzen hoog zijn. Dat bleek prima te gaan. Er waren nagenoeg geen verschillen. In de derde teelt is er dynamisch belicht om energiegebruik te verminderen. Hierbij werd aan het begin van de teelt (lange dag periode en de eerste 15 dagen van de korte dag periode) 25% minder belicht. Zoals verwacht resulteerde dit in lichtere takken, maar de takken waren zwaarder dan op basis van het verschil in hoeveelheid licht verwacht werd. Er lijken dus mogelijkheden om aan het begin af te kunnen met minder licht. Met een beweegbaar bakken systeem kun je dan ook langzaam wijder zetten, zodat het microklimaat aan het begin van de teelt waarschijnlijk ook beter is rondom de plant. Hier liggen nog mogelijkheden voor verder onderzoek. Hergebruik van substraat Aangezien het niet duurzaam en financieel aantrekkelijk is om elke ronde nieuw substraat te gebruiken wordt telen op nieuwe substraat vergeleken met telen op gebruikt substraat dat wel of niet gestoomd is. Het nieuwe substraat resulteerde in de afgelopen teelten tot de hoogste takgewichten. Daarom is er besloten in de huidige teeltronde extra behandelingen aan te leggen om het telen op hergebruikt substraat te verbeteren. Zowel het toevoegen van grove kokos als een biostimulant met Trichoderma aan de gebruikte substraten worden momenteel onderzocht. Samenvattend lijkt het goed mogelijk om chrysanten in bakken te telen, maar verdere optimalisatie om het helemaal praktijkrijp te maken is nog nodig. Het project wordt gefinancierd door het programma Kas als Energiebron, dit is het innovatie- en actieprogramma van Glastuinbouw Nederland en Ministerie van LVVN. De lampen zijn geleverd door MechaTronix. Ook de stichting ChrysantNL en Deliflor Chrysanten dragen bij aan dit project.

Geplaatst op: 13-05-2025

‘Perfecte Chrysant’: Fossielvrij binnen een weerbaar teeltsysteem

Doel De doelstelling van dit project is de chrysantenteelt verduurzamen door teelttechnisch de grenzen van minimale input op te zoeken. De nadruk ligt op het telen bij hogere luchtvochtigheden en lagere temperatuur voor energiebesparing en het minimaliseren van de CO2 input. Dit wordt toegepast in een teeltsituatie met dimbare LED belichting met dynamisch sturing van het licht voor het realiseren van de vastgestelde lichtsom. Projectbeschrijving Het project ‘De Perfect chrysant’ loopt al enkele jaren om stappen te zetten richting een duurzaam en fossiel-vrij teeltconcept. In deze jaren is er veel kennis ontwikkeld over het telen met LED belichting in combinatie met intensief isoleren en ontvochtiging met terugwinning van latente warmte. Het afgelopen jaar is een nieuwe route ingeslagen waarbij het lichtniveau fors is verlaagd en de teelt energiezuiniger is geworden door te telen met lagere temperaturen. Tot nu toe was het bij De Perfecte Chrysant beperkt mogelijk om behandelingen te vergelijken. Mede op verzoek van de telers is vergelijking van effecten van temperatuur, RV of CO₂ bij verder gelijke omstandigheden gewenst. De aanpak voor dit project is als volgt: het onderzoek vindt plaats in twee afdelingen met in totaal 5 teelten met verschillende doelstellingen. De kasinrichting is identiek met dimbare led’s, verneveling, insectengaas, actieve ontvochtiging met warmteterugwinning. Voor de belichtingsstrategie wordt gewerkt met een dimbare belichtingsstrategie op basis van prijs en instraling. In de winterteelten wordt er gestreefd naar een minimale lichtsom. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LVVN. Er is ook een bijdrage gevraagd van de gewascoöperatie chrysant. De getoetste factoren en de bevindingen zijn: • Teelttemperatuur: een ruim 2°C lagere teelttemperatuur gaf een verlaging van 40% op de warmtevraag, een iets kortere houdbaarheid en een langere reactietijd. • RV: een 5-7% hogere RV gaf bijna een halvering van de warmtevraag. De houdbaarheidsduur was bij de hogere RV wel iets korter. • CO2: lagere doseringscapaciteit gaf slechts een beperkte verlaging van de CO2-concentratie, maar wel een forse verlaging van de dosering. Door de ramen zo dicht mogelijk te houden, kon met een lage dosering zelfs een hogere concentratie worden bereikt. Het knijpen van de luchtramen heeft wel geleid tot een bedompter klimaat met een langere reactietijd en een mindere bladkwaliteit tot gevolg. Met de mix van verschillende energiezuinige strategieën tijdens de verschillende teelten zou op jaarbasis nog geen fossielvrije chrysantenteelt kunnen worden behaald. Hiervoor komt de teelt exclusief stomen nog 6,5 m3 /m2 .jaar aan aardgasequivalenten tekort. Van de plagen is alleen luis een probleem geweest, waarvoor soms chemisch moest worden ingegrepen. De overige plagen waren met behulp van biologische bestrijders, voorzien van bankerplanten, en een intensieve scouting goed onder controle te houden. In de vijf teelten van dit onderzoek zijn geen aantastingen door aaltjes en/of bodemziekten waargenomen. Echter de duur van het onderzoek was te kort om vast te kunnen stellen, of door een strategie van verhoging van de weerbaarheid een chrysantenteelt in de grond zonder stomen mogelijk is. Projectnummer: 23007

Van 28-02-2025 tot 17-12-2024
Afgerond

Lichtintegratie bij chrysant

Auteur: Stefan van den Boogaart

In het Masterplan Licht werken de business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research, Delphy Improvement Centre, Plant Lighting en Glastuinbouw Nederland samen. Lichtintegratie langere tijdsduur In de eerste proefronde is onderzocht of lichtintegratie over een vrij lange tijdsduur mogelijk is, zonder verlies van kwaliteit en productie. Hiervoor is de korte-dag fase onderverdeeld in drie periodes van 19 dagen, de totale lichtsom over de 57 dagen teelt was wel gelijk. Dit levert ook direct inzicht op in welke periode van de teelt er een lagere of juist hogere lichtbehoefte is. Lichtintegratie biedt kansen om gedurende periodes in het jaar met weinig hernieuwbare energie of instraling tijdelijk minder te belichten, om dit vervolgens te compenseren in periodes met wel voldoende hernieuwbare energie of instraling. Resultaten De resultaten laten zien dat een constante lichtintensiteit gedurende de hele korte-dag fase de zwaarste takken oplevert. Dit gold voor beide getoetste cultivars, namelijk Chic en Ilonka. In de eerste 19 dagen van de korte dag de belichtingsintensiteit met 50% verlagen (welke later in de teelt wel werd gecompenseerd), resulteerde bij Ilonka in een gelijk drooggewicht en slechts 4 gram minder versgewicht! Bij Chic was er meer gewichtsafname, vermoedelijk omdat Chic eerder in de teelt z’n plantorganen ontwikkelt en dus ook eerder in de teelt een tekort heeft aan assimilaten. De belichtingsintensiteit met 50% verlagen in de laatste 19 dagen van de teelt leverde het meeste productieverlies op (±11g vers- en ±0.8g drooggewicht). Dit was grotendeels toe te wijzen aan minder bloemgewicht, terwijl er nauwelijks minder bloem(knoppen) op deze takken zaten. Hoeveel bloem(knoppen) er worden aangelegd wordt juist grotendeels in de middelste 19 dagen bepaald. Bij Chic was dit effect het sterkst, waarbij de takken met minder licht gedurende de middelste 19 dagen gemiddeld slechts 6.8 bloemen(knoppen) hadden, terwijl de overige behandelingen gemiddeld 10.8 bloemen(knoppen) hadden. De belichtingsintensiteit verhogen in de laatste 19 dagen van de teelt leverde voor beide rassen het hoogste bloemgewicht op terwijl het totale takgewicht iets lager was dan bij een constante belichting. Het vaasleven was in alle behandelingen goed, hierop heeft lichtintegratie nauwelijks tot geen effect. Bovenstaande laat zien dat er mogelijkheden zijn tot lichtintegratie met beperkte effecten op kwaliteit en productie, wat het energetisch en economisch erg interessant maakt! Doel volgende proefronde In de volgende proefronde wordt onderzocht wat het effect is van kortere lichtintegratieperiodes en worden enkele van de eerdere behandelingen herhaald, om te bevestigen of het bovenstaande in de tijd gereproduceerd kan worden gegeven de kleine verschillen. Financiering Dit project is gefinancierd door de Topsector Tuinbouw en Kennis in je Kas (KijK) in het kader van het programma Kas als Energiebron. Dit is het innovatieprogramma van ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland.

Geplaatst op: 11-02-2025