Zoeken

Filters
Verwijder alle filters
Resultaat 1 tot 10 van 72.

Van CO₂-uitdaging naar CO₂-zekerheid

De aanleiding is duidelijk. Terwijl de glastuinbouw verduurzaamt en steeds minder aardgas gebruikt, neemt ook de beschikbaarheid van externe CO₂ af. WKK’s verdwijnen, industriële CO₂-stromen verschuiven richting opslagprojecten en de sector stevent af op een aanzienlijk CO₂-tekort. Urgentie groeit Liesanne Wieleman van Glastuinbouw Nederland opende de bijeenkomst met een overzicht van de ontwikkelingen. Download de presentatie hier . Binnen Kas als Energiebron loopt momenteel veel onderzoek naar CO₂-dosering, nieuwe bronnen, kwaliteit en opslag. Het uiteindelijke doel is helder: voldoende CO₂ uit duurzame bronnen beschikbaar houden voor de sector. De urgentie neemt toe. Voor de Nederlandse glastuinbouw is naar schatting jaarlijks circa 2,5 Mton CO₂ nodig. Tegelijkertijd worden traditionele bronnen steeds schaarser. DAC wordt daarom steeds vaker genoemd als een van de mogelijke oplossingen. Van concept naar praktijk Volgens Peter van Hooft van Skytree bevindt DAC zich inmiddels niet meer in de experimentele fase. “DAC schaalt op richting de praktijk”, stelde hij. Dat blijkt ook uit de belangstelling voor de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++). Inmiddels zijn er al diverse aanvragen beschikt. DAC biedt volgens hem niet alleen leveringszekerheid, maar kan de sector zelfs helpen om op termijn CO₂-negatief te worden. Door installaties meer uren te laten draaien dan nodig is voor de eigen teelt, kunnen negatieve emissies worden gerealiseerd. Hoe werkt de businesscase? Ot Messemaker van Skytree ging vervolgens dieper in op de techniek en de economische haalbaarheid. De speciaal voor de glastuinbouw ontwikkelde Skytree de Stratus-installatie. Deze direct air capture machine kan jaarlijks minimaal 900 ton CO 2 produceren met een zuiverheid van meer dan 98 procent. Bij grotere CO2 behoefte wordt de configuratie hierop aangepast. Een belangrijk onderdeel van de businesscase is de combinatie van CO₂-productie, energiegebruik en beschikbare subsidies. Slimme thermische integratie kan bijvoorbeeld helpen om de elektriciteitsvraag te verlagen door restwarmte binnen het energiesysteem te benutten. Ook werd duidelijk dat de kostprijs van CO₂ uit bestaande bronnen de komende jaren sterk kan oplopen wanneer bestaande bronnen verdwijnen. Juist daardoor wordt investeren in alternatieve oplossingen steeds interessanter. Geen standaardoplossing Tijdens de bijeenkomst werd meerdere keren benadrukt dat DAC geen standaardoplossing is. Elke situatie vraagt om een eigen analyse van CO₂-behoefte, energievoorziening, beschikbare ruimte, vergunningen en financiering. Daarom werkt Skytree met een voortraject waarin de technische en economische haalbaarheid voor individuele bedrijven wordt onderzocht. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de optimale inpassing, opslagmogelijkheden en subsidiemogelijkheden. Koppert Cress: fossielvrij als stip op de horizon Een inspirerend praktijkverhaal kwam van Bart van Meurs van Division Q bij Koppert Cress . Het bedrijf heeft inmiddels een belangrijke mijlpaal bereikt: de fossiele ketel is overbodig geworden. Met technieken als bodemenergie, aquathermie, zonthermie en geothermie werkt het bedrijf stap voor stap toe naar een fossielvrij energiesysteem. Daarbij blijft CO₂ een cruciale bouwsteen. “DAC is voor ons een logische stap richting de toekomst”, aldus Bart. Tegelijkertijd benadrukte hij dat de sector ook kritisch moet kijken naar efficiënter CO₂-gebruik. Minder nodig hebben én nieuwe duurzame bronnen ontwikkelen moeten hand in hand gaan. Glastuinbouw als energiehub De bijeenkomst maakte duidelijk dat de CO₂-vraag niet los gezien kan worden van de bredere energietransitie. Warmte, elektriciteit, opslag, waterstof en CO₂ komen steeds vaker samen in één integraal energiesysteem. Daarmee ontstaat volgens de sprekers ook een nieuwe rol voor de glastuinbouw: niet alleen als gebruiker van energie en CO₂, maar als actieve energiehub binnen een duurzaam energiesysteem. De conclusie van de middag was helder: de uitdaging rondom CO₂ is groot, maar de eerste oplossingen dienen zich aan. DAC is daarbij geen verre toekomstmuziek meer, maar een technologie die steeds dichter bij de praktijk komt.

Geplaatst op: 29-05-2026

Nieuw rapport over CO₂ uit buitenlucht helpt telers en leveranciers vooruit

Auteur: Alexander Boedijn (Wageningen University & Research)

Onderzoek in Bleiswijk: van techniek naar praktijk De verwachting is dat de beschikbaarheid van fossiele CO₂ uit ketels en WKK’s afneemt. Ook externe CO₂-levering vanuit de industrie staat onder druk, onder andere door een toenemende focus op permanente CO₂-opslag (CCS) in plaats van hergebruik (CCU). Tegelijkertijd blijft CO₂ essentieel voor plantengroei in de kas. Daarom onderzoekt Wageningen University & Research (WUR) hoe Direct Air Capture (DAC) kan worden ingezet om CO₂ uit de buitenlucht te winnen en beschikbaar te maken voor gebruik in de kas. In het Innovatie- en Demonstratiecentrum (IDC) CO₂ uit Buitenlucht in Bleiswijk worden systemen van verschillende DAC-bedrijven getest en gedemonstreerd. Daarbij wordt gekeken naar onder andere: CO₂-kwaliteit capaciteit en concentratie energiegebruik prestaties onder verschillende klimaatomstandigheden praktische inzetbaarheid in de kas Taalbarrière tussen telers en leveranciers Tijdens bijeenkomsten van de begeleidingscommissie, waarin met name telers deelnemen en ook partners uit de DAC-sector aansluiten, viel iets op. Bedrijven buiten de glastuinbouw hebben vaak beperkt inzicht in hoe CO₂ in de praktijk wordt toegepast. Denk aan vragen als: hoeveel CO₂ wordt er gebruikt? wanneer wordt er gedoseerd? welke concentraties worden nagestreefd? welke operationele keuzes spelen daarbij een rol? Hierdoor spreken CO₂-leveranciers en telers niet altijd dezelfde taal. Waar telers denken in kilogram per hectare per uur en daar gevoel bij hebben, rekenen DAC-bedrijven vaak in CO₂-productie per 24 uur. Dat verschil maakt het lastig om elkaar goed te begrijpen. Van verschil naar verbinding Om die kloof te verkleinen en de belangrijkste kengetallen inzichtelijk te maken, heeft WUR een handzaam en interactief rapport ontwikkeld. Het doel: telers en leveranciers dichter bij elkaar brengen en zorgen dat beide partijen beter begrijpen wat er nodig is én wat er mogelijk is. “Door kengetallen en toelichting in context te bieden, ondersteunen we CO₂-leveranciers bij het beter begrijpen van de glastuinbouwsector. Tegelijk helpen we telers om vertrouwd te raken met de principes en mogelijkheden van Direct Air Capture”, vertelt Alexander Boedijn, onderzoeker bij Wageningen Plant Research. “Daarnaast zien we dat dit project de interactie tussen de DAC-sector en de glastuinbouw versterkt. Gesprekken komen op gang en daarmee hopen we zowel toeleveranciers als telers een impuls te geven om CO₂-technologie verder te ontwikkelen en toe te passen als duurzaam en rendabel alternatief.” Bekijk de publicatie Bekijk hier de publicatie: CO₂ From Direct Air Capture For Greenhouse Horticulture . Financiering en coördinatie Dit project wordt uitgevoerd door Wageningen University & Research. Dit project is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef is begeleid door telers.

Geplaatst op: 20-04-2026

Hoe je efficiënt CO2 kunt doseren in samenhang met licht en ventilatie

Auteur: Jan van Staalduinen

De beschikbare hoeveelheden licht (PAR) en CO2 hebben beide invloed op het fotosyntheseniveau. Bij hoge lichtintensiteit kan de plant meer CO2 opnemen en omzetten in suikers, dan bij lage intensiteit. De piek ligt voor de meeste gewassen rond de 700 tot 900 ppm; hogere CO2-concentraties leiden ook bij zeer hoge lichtintensiteit niet tot extra opname, omdat de fotosynthese zijn maximum heeft bereikt c.q. verzadigd is. De CO2-concentratie in de buitenlucht is de afgelopen decennia opgelopen tot 420 ppm. In een gesloten kas neemt die concentratie snel af vanwege opname door het geteelde gewas. Metingen in een komkommergewas tonen aan dat er bij een concentratie van 700 ppm zo’n 21% meer fotosynthese plaatsvindt dan bij 400 ppm (rekent makkelijker dan 420 ppm), terwijl dit bij 300 ppm 16% minder is. Niet doseren kan dus veel kosten. Rekensom Hoeveel CO2 je idealiter moet doseren, hangt af van meerdere factoren: Het potentiële fotosyntheseniveau gegeven de beschikbare hoeveelheid licht; De verwachte meeropbrengst van (verdere) concentratieverhoging; De benodigde hoeveelheid CO2 in kg/uur om die concentratie te realiseren en vast te houden (denk aan de gewasopname en ventilatieverliezen); De kostprijs daarvan. Het ventilatievoud (raamstand) is in deze rekensom een belangrijke variabele, want hoe hoger het ventilatievoud (hoe groter de raamstand), des te meer CO2 het kost om een concentratie boven het buitenluchtniveau te handhaven. Anderzijds zal in een situatie zonder doseren een (zeer) hoog ventilatievoud juist helpen om het fotosynthese- c.q. opbrengstverlies te beperken, omdat er dan meer aanvulling plaatsvindt via luchtuitwisseling. CO2-rendement Hoe hangen deze variabelen met elkaar samen? In de workshop werd dat met verschillende rekenvoorbeelden uitgelegd. Het complexe geheel werd met modellen van Plant Lighting inzichtelijk gemaakt voor evenwichtsberekeningen en kosten/batenanalyses. Een interessant kengetal is in dit verband het CO2-rendement. Dit is het percentage van de gedoseerde CO2 dat door het gewas wordt geassimileerd. Doseren op rendement sluit aan bij de kosten/batenbenadering en drukt ook de relatie met licht uit. Bij meer licht is meer dosering nodig voor behoud van het CO2-rendement. Hogewoning vatte het als volgt samen: welke kant gaat de balans meer/minder CO2 doseren uit bij: Lager ventilatievoud -> Meer doseren Minder licht -> Minder doseren Hogere CO2-prijs -> Minder doseren Lagere productprijs -> Minder doseren Paprikaproef Bij Delphy IC is dit model toegepast in een vrijwel fossielvrije paprikateelt (’23-’24, ras Alzamora) met als doel om zo efficiënt mogelijk CO2 te besparen. De proef gebruikte CO2 uit Direct Air Capture met de Skytree Cumulus, onderdeel van een parallelle demoproef. Het doel was om maximaal 15 kg/m2 CO2 te doseren over een heel seizoen. Hiervoor volgde en beoordeelde men verschillende strategieën. Er is gestuurd op streefconcentratie in samenhang met het ventilatievoud en op maximale doseersnelheid in samenhang met het lichtniveau. Bij oplopend ventilatievoud beperkte men de dosering, met een ondergrens op een ventilatievoud van 5/uur. Lichtafhankelijk werd de doseersnelheid verhoogd van maximaal 40 tot maximaal 120 kg CO2/ha/uur bij een stralingsniveau van 700 W/m2. De doseerbeperkingen werden vanaf week 20 effectief. Uiteindelijk is er in de proef 13,6 kg/m2 CO2 gedoseerd, ruimschoots onder het gemiddelde praktijkniveau. De opbrengst bleef steken op 32 kg/m2, 10% minder dan verwacht. Dit wordt in belangrijke mate verklaard door een teruglopend gemiddeld vruchtgewicht, met name in het deel van de proef dat op steenwol lag en waarvan de laatste zetting mislukte door wortelproblemen. In het deel van de proef dat op organisch substraat lag, waren de resultaten beter. De onderzoekers concludeerden dat beperkende doseerstrategieën altijd ten koste gaan van de fysieke opbrengst, maar dat slimme stuurstrategieën wel degelijk tot betere financiële uitkomsten kunnen leiden. Slimme stuurstrategie: RTA Een slimme stuurstrategie die uitkomst kan bieden is de RTA-benadering. Uitgangspunt is daarbij dat je bij een geknepen raamstand die in een hogere kastemperatuur resulteert, per graad temperatuurstijging een 100 ppm hogere CO2-concentratie kunt aanhouden om eenzelfde RTA te realiseren als in een kas zonder geknepen raamstand. Deze strategie is door Plant Lighting ontwikkeld en in ’23 toegepast in een komkommerproef bij Botany. De gewogen CO2-concentratie kwam in deze proef 20% hoger uit, terwijl er juist 10% minder was gedoseerd. Behalve een leuke besparing op CO2 leverde dit 3% meer fotosynthese op en 4% productiewinst. Bijeenkomsten Botany en Hortitech Slimme doseerstrategieën en modelberekeningen voor CO2 hebben dus duidelijk perspectief, maar dienen nog verder verkend te worden. Tijdens de themamiddagen over CO2 voor telers en adviseurs bij Botany (3 juli) en Hortitech (9 juli) krijg je hier meer informatie over van Plant Lighting en B-Mex.

Geplaatst op: 04-07-2025

Kennisevent CO2: ‘CO2 als sleutel voor verduurzaming’

Auteur: Jan van Staalduinen

Het event werd geopend door Alexander Formsma, beleidsspecialist Energie & Klimaat van Glastuinbouw Nederland. Hij schetste de actualiteit rond het convenant Energietransitie Glastuinbouw 2022-2030 en de lastenverzwaring voor ondernemers die met de vergroening van de sector gepaard gaat. Geen ontheffing voor ETS2 en bijmengverplichting Ondanks brede erkenning voor de inzet van de sector op energiebesparing en het verduurzamen van de energievoorziening, heeft het (demissionaire) kabinet toch besloten de Nederlandse glastuinbouw onder het ETS2 te laten vallen en de bijmengverplichting groen gas. Omdat beide maatregelen niet nodig zijn om de emissiedoelen van de sector te halen, heeft de overheid zichzelf de voorwaarde gesteld om alles te compenseren. Het plan hiervoor wordt bij de voorjaarsnota van 2026 gepresenteerd. Toch erkenning en steun Het krediet dat de sector met zijn jarenlange inzet en bewijs van goed gedrag heeft opgebouwd, wordt daarentegen nog steeds vertaald in ruimhartige overheidssteun voor kennis en innovatieprogramma’s zoals Kas als Energiebron en in verschillende subsidieregelingen die bedrijven helpen om door te pakken op energiebesparing en verdere vergroening. De intentie om bedrijven voor ETS2 te compenseren is uitgesproken, over de wijze waarop wordt nog gestudeerd. Glastuinbouw Nederland blijft zich hier keihard voor inzetten. Lopende projecten en initiatieven Formsma gaf een beknopt overzicht van lopende, CO2-gerelateerde onderzoeksprojecten en bijeenkomsten voor kennisoverdracht. Hij nodigde telers nadrukkelijk uit om deel te nemen aan de kennismiddagen over dit thema bij Botany in Horst (3 juli) en bij Horti-Tech in Honselersdijk (9 juli) , die een hoog praktijkgehalte krijgen. De beleidsspecialist sloot zijn betoog af met de constatering dat de sector over vijf jaar 2 Mton externe CO2 nodig heeft om op koers te blijven. Het vergt veel extra inspanningen en ondersteunend overheidsbeleid om het pad daarvoor te effenen, zeker nu Shell zich heeft teruggetrokken uit OCAP en er de voorkeur aan geeft om CO2 onderzees op te slaan. Belangrijke aandachtspunten zijn volgens Formsma: Een eerlijke balans tussen CCU (carbon capture and utilization (=aanwending, zoals via OCAP) en CCS (carbon capture and storage (bijvoorbeeld opslag in lege gasvelden op de Noordzee). Het optimaliseren van de SDE++ regeling. Intensieve samenwerking met afvalverwerkingsinstallaties (AVI’s) voor meer CO2-levering aan de tuinbouw. Het opstellen en ten uitvoering brengen van een concreet CO2-actieplan, in samenwerking met LVVN en KGG. Daarnaast waren er presentaties over autonoom, efficiënt CO2 doseren door Jeroen Boonekamp van B-Mex en pilots met CO2-winning uit buitenlucht (Direct Air Capture) en aanwending van afgevangen CO2 uit de scheepvaart (kwaliteitstoetsing) door Alexander Boedijn en Janneke Grit van Wageningen University & Research. Externe bronnen Tijdens de pauze was er een bedrijvenmarkt met aanbieders van diensten en producten voor efficiënte CO2-doseersoftware, DAC en externe CO2-voorziening. Daarna volgden presentaties door klimaatadviseur Peter Simoës namens de Verening van Afvalbedrijven en Projectmanager Green Gas Ruud Paap namens New Energy Solution, een Noord-Nederlands PPS waarin meer dan 120 organisaties samenwerken ten behoeve van hernieuwbare energie en aanwending van groene CO2 uit voornamelijk vergisters van mest en biomassa. Gedeelde belangen Zowel afvalverwerkers als groengasproducenten kijken met interesse naar de glastuinbouw als mogelijke afnemer van CO2 (via het CCU-spoor). Dat heeft al geleid tot enkele samenwerkingsprojecten. Verbreding en verdere uitrol daarvan is vanwege de grote behoefte aan externe, hoogwaardige CO2 de komende jaren noodzakelijk. Hoewel afvalverwerkers en groengasproducenten daar mogelijkheden voor zien, worstelen ze ook met economische en juridische knelpunten. Net zoals de glastuinbouwr wijzen zij op de noodzaak van een doordacht overheidsbeleid en flankerende maatregelen (zoals gerichte subsidies) om CCU en CCS in balans te houden en niet gedwongen te worden om eenzijdig voor CCS te kiezen. Om door te kunnen pakken, moeten Glastuinbouw Nederland, afvalverwerkers en (andere) hernieuwbare energieproducenten hun gedeelde belangen en gewenste maatregelen in Den Haag en Brussel op tafel te leggen, zo luidde de conclusie. Lukt dat niet, dan zal de CO2-sleutel niet goed in het slot passen van de verduurzaming van de glastuinbouw.

Geplaatst op: 02-07-2025

Eindrapport: Besparing op energie en CO2 door sturing op temperatuur en assimilatie

Auteur: Dennis Medema

Twee methodes In een periode dat er sowieso veel gelucht moet worden, helemaal geen CO2-dosering toepassen. Dit kost onherroepelijk productie, de vraag was hoeveel? Luchten beperken en CO2-doseren: hierdoor zal de kastemperatuur en het CO2-gehalte stijgen. Theoretisch is uitgezocht dat er 100 ppm stijging nodig is om 1 graad temperatuurstijging te compenseren. De vraag was of dit ging lukken. Bij de tweede methode wordt er optimaler gebruik gemaakt van beschikbaar CO2 en van zonnewarmte, waardoor assimilatie maximaal en het energieverbruik minimaal zal zijn. Materiaal Om de effectiviteit van de methodes te kunnen onderzoeken, werden twee kascompartimenten gebruikt. In de testafdeling werden de verschillende strategieën getest en in de praktijkkas werd op een praktijkconforme manier geteeld waarbij Het Nieuwe Telen de leidraad was. De proef is opgedeeld in twee fases, waarbij de eerste methode werd uitgevoerd in week 25 t/m week 29 van de teelt en methode 2 werd toegepast in week 31 t/m week 37. Enkele specificaties: Proefduur: 20 weken Vier rassen: Dee Vitae (hoofdras) (Enza), Carapaz (Rijkzwaan), DR01 (Bayer), Nun2023 (BASF Vegetables Seeds) Twee teeltfases: 1. Geen CO2 doseren en koudere temperaturen, 2. Wel CO2 doseren en warmere temperaturen Schermen: Lichtuitstootscherm (Obscura 9950 FR W), Energiescherm (Luxous 1147 FR) Resultaten Met extra luchten kan meer CO2 van buiten worden gebruikt door meer te ventileren. Hierdoor zal ook de kastemperatuur dalen waardoor er een betere balans ontstaat tussen aanmaak en verbruik van assimilaten. Of het telen zonder doseren rendabel is, hangt af van de prijs van CO2 en de prijs van de komkommers. Tijdens de testperiode werd er 2,6 kg/m 2 minder geproduceerd (2,9 kg/m 2 inclusief week 30) terwijl er rond de 2,8 kg/m 2 CO2 is bespaard. Uit test 2 kan worden geconcludeerd dat er door ramen te knijpen, wel degelijk te besparen valt op CO2. In week 31-33 scheelde dit 13%. In deze test is geteeld met een relatieve RTA (ratio temperatuur/assimilatie) ten opzichte van de praktijkkas. Hierdoor was het automatisch altijd warmer dan in de praktijkkas. Hierdoor wordt de teelt wel risicovoller en moet de bovengrens aan temperatuur strakker in de gaten gehouden worden. Dit project is uitgevoerd door Botany en Plant Lighting en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, het innovatieprogramma van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK) en de gewascooperatie komkommer. De proef is intensief gevolgd en begeleid door telers.

Geplaatst op: 09-10-2024

Nieuwe opzet voor online adviestool efficiënt CO2 doseren

Auteur: Jan van Staalduinen

Groeiende complexiteit CO2 is een belangrijke productiefactor. Door beperking van het aardgasgebruik neemt de beschikbaarheid voor de teelt af en worden de kosten hoger. De marginale waarde van een kg gedoseerde CO2 verschilt per teelt, per bedrijf, per gewas en per seizoen. Bovendien wordt deze ook beïnvloed door dynamische factoren zoals productopbrengst, het weer, de prijzen van gas en elektra, kasuitrusting en de gevolgde teeltstrategie. “Het belang van efficiënt CO2 doseren wordt steeds groter”, vat Boonekamp samen. “Waar het optimum van moment tot moment ligt, is vanwege de diversiteit en complexiteit van invloedfactoren nauwelijks door een mens te becijferen. Er zijn hoogwaardige rekenmodellen en realtime adviestools nodig die ondernemers op dit vlak kunnen ontzorgen.” Rekenprogramma en dashboard In opdracht van het programma Kas als Energiebron van LNV en Glastuinbouw Nederland en met financiële steun van Stichting KijK ontwikkelt B-Mex de gewenste adviestool. Boonekamp: “We borduren voort op de bestaande adviestool OcapOptimaal.nl, die we een paar jaar geleden hebben ontwikkeld. Deze berekent voor klanten van OCAP op uurbasis de optimale CO2-dosering. De nieuwe tool moet in principe voor alle telers geschikt zijn.” In de eerste fase van het nieuwe project, dat op 1 juli 2022 van start ging, is een dashboard gebouwd dat inzicht gaf in de gemaakte afwegingen. De BCO, waarvan zes telers deel uitmaken, zag hierin een tekortkoming ten aanzien van teeltstrategieën en de daaraan gekoppelde informatiebehoefte. Marginale kosten en opbrengsten “We moeten de stap gaan zetten naar een allround adviestool, die met alle denkbare situaties en teeltstrategie uit de voeten kan”, licht Boonekamp toe. “Dit betekent onder andere dat gebruikers bepaalde randvoorwaarden moeten kunnen definiëren, die afhankelijk zijn van hun teelt en hun teeltstrategie. Daar zitten namelijk grote verschillen tussen, die op enig moment invloed hebben op de marginale waarde die je aan een kg CO2 kunt of wilt toekennen.” Als voorbeeld noemt de productontwikkelaar paprika en chrysant. Voor een paprikateler wordt elke kg vruchten betaald. Maximalisatie van de productie (klasse I) is dan het meest logische uitgangspunt. Een chrysantenteler rekent heel anders. Die gaat uit van een plantdichtheid en teeltwijze die resulteert in het meest rendabele takgewicht. Zwaardere takken zijn bij een hogere CO2-input waarschijnlijk best te realiseren, maar hebben geen meerwaarde of brengen zelfs minder op. “Dan werkt doseren op basis van marginale kosten niet meer over de hele range”, zegt de ontwikkelaar ten overvloede. “De hamvraag voor een chrysantenteler is welke inzet van CO2 minimaal nodig is om een maximaal resultaat te behalen.” Bouwen en testen Om beter richting te kunnen geven aan de doorontwikkeling, heeft de projectgroep bij alle BCO-leden een uitgebreide inventarisatie gehouden en hun wensenlijstje vertaald naar een nieuwe blauwdruk voor de adviestool. Zodra het verbeterde prototype klaar is, kunnen we dat in de praktijk gaan testen. Dat kan op zijn vroegst over enkele maanden. Het is belangrijk om al in het voorjaar te kunnen testen, want dan wordt de behoefte aan CO2 met de dag groter en krijgt de tool meer kans om zich te bewijzen.” Toelichting van Jeroen Boonekamp bij inzet in de foto: Dit is een schematische weergave van de CO2-stromen in de kas. Links de stromen en de grootte die de kas inkomen en rechts welk deel van CO2 wordt opgenomen door het gewas, of door ventilatie uit de kas verdwijnt. (klik op de foto voor een grotere weergave.)

Geplaatst op: 03-02-2023

Decision Support Tool Efficiënte CO2 dosering

Doel: Ontwikkelen en testen van een bedrijfsspecifieke online adviestool voor optimale CO2 dosering om telers inzicht te geven in de CO2-voetafdruk van teeltstrategieën. Telers kunnen met de tool een betere afweging maken over de optimale CO2 dosering, juist ook aan de hand van veranderende omstandigheden (bijvoorbeeld energie- en CO2 prijzen). Projectbeschrijving: CO2 is een belangrijke productiefactor in de Nederlandse glastuinbouw. Door beperking van het aardgasgebruik neemt de beschikbaarheid voor de teelt af. Hoewel de algemene principes van de effecten van CO2 op de productie voldoende bekend zijn, is er toch nog veel onduidelijk over CO2 in de dagelijkse praktijk op bedrijven. De marginale waarde van een kg gedoseerde CO2 verschilt per teelt, per bedrijf, per gewas, per seizoen en wordt beïnvloed door tal van factoren zoals het weer, de prijsniveaus van gas, elektriciteit en het product, de kasuitrusting en de gevolgde teeltstrategie. Voor de tuinbouwsector is CO2 in toenemende mate een schaarse productiefactor; verspilling staat dan gelijk aan verlies (en is uiteraard ook zeer ongewenst in het licht van de klimaatverandering). Het is voor telers vrijwel ondoenlijk om zonder hulpmiddelen de juiste keuzes te maken op het gebied van CO2- dosering. Ook is het lastig om door middel van demonstratieproeven dit soort gedetailleerde en specifieke kennis over te brengen. Uitgaande van een bestaand prototype van WUR Glastuinbouw heeft B-Mex de afgelopen jaren in samenwerking met OCAP, energie-adviseur Jan van den Enden en LetsGrow.com OcapOptimaal.nl ontwikkeld, een betaalde adviestool die bedrijfsspecifiek de optimale dosering van OCAP CO2 per uur berekent. De tool is bewust zo eenvoudig en generiek mogelijk gehouden om te zorgen dat telers er snel en met weinig begeleiding zelfstandig mee aan de slag kunnen. Dit project beoogt het ontwikkelen van een prototype van een online adviessysteem in de volgende stappen: Voorbereiding, ontwerp, MVP. In deze fase wordt een eenvoudige web-applicatie gebouwd, waarbij de huidige OCAP Optimaal website als uitgangspunt dient met een aantal uitbreidingen. Hiervan worden een aantal voorbeelden uitgewerkt. Testbedrijven, BCO, klankbordgroep. In de 2e fase wordt een BCO geformeerd en wordt de demo applicatie gebruikt om bij een groot aantal telers (glasgroenten, snijbloemen, potplanten) en teeltadviseurs de informatiebehoefte in kaart te brengen. Op basis hiervan wordt een programma van eisen opgesteld samen met de BCO en testbedrijven gezocht. Hierna vindt een go/no go plaats. Testen, bouwen versie 2. De demoversie zal worden aangesloten bij de testbedrijven en die worden begeleid. Tegelijkertijd wordt versie 2 gebouwd, waarbij het mogelijk wordt om scenario’s door te rekenen t.a.v. verschillende klimaatinstellingen en het effect zien afhankelijk van de verschillende prijsniveaus (gas, elektra, CO2, product). De versie 2 wordt besproken met de BCO. Hierna vindt weer een go/no go plaats. Testen versie 2, bouwen versie 3. In deze fase wordt versie 2 getest en wordt versie 3 gebouwd. Versie 3 moet antwoord geven op de vraag hoeveel meerwaarde het rekenen met een uitgebreid gewasmodel heeft in dit verband (kandidaat t.z.t.: tomaat? Gerbera? Kalanchoe?). Verwacht wordt dat in meer detail kan worden gerekend aan de plantbalans, het bijsturen van afwijkingen en de effecten op productie en kwaliteit (uiteraard in samenhang met gas, elektra, CO2 en economie). Na afloop van deze fase een demo/workshop; evaluatie versie 2, demo versie 3. Hierna vindt weer een go/no go plaats. Testen versie 3, bouwen versie 4. Zelfde aanpak; versie 3 testen, versie 4 bouwen. Hoofdthema van versie 4 is scenariorekenen: op basis van verschillende gedetailleerde instellingensets per periode kunnen verschillende teeltstrategieën worden doorgerekend en vergeleken. Hierna vindt weer een go/no go plaats. Testen versie 4. Na afloop van deze fase een demo/workshop; evaluatie versie 4. Evaluatie. Er vindt een evaluatie plaats met de opdrachtgevers, waarbij een belangrijk punt is hoe de resultaten het beste beschikbaar kunnen worden gesteld aan de sector. Een adviessysteem is een dienst, geen product. Eindrapportage met een afsluitende workshop. Projectnummer: E22004

Van 01-07-2022 tot 30-06-2024
Lopend

Twee nieuwe energieprojecten goedgekeurd door programmaraad KijK

Auteur: Roger Abbenhuijs

Onderstaand de beknopte omschrijving van de projecten. De link verwijst naar de uitgebreide projectpagina's. Groen of rood gewas; Anthocyaanvorming en chlorofyl afbraak onder LED Doel van dit project is te kunnen verklaren hoe paarsverkeleuring ontstaat en hoe het kan worden voorkomen. Dit is of kan een belemmering zijn bij de toepassing van LED belichting. De kennis moet uiteindelijk – al dan niet door vervolgproeven - leiden tot aanbevelingen voor telers hoe hier mee om te gaan. Bij (praktijk)proeven waarbij belicht wordt met LED, met intensiteiten waarbij het aandeel lamplicht veel hoger is dan het aandeel daglicht (winter condities), nemen we paarsverkleuring van het blad waar. Dit is niet gewasspecifiek maar lijkt vrij algemeen voor te komen. Uit eerdere metingen wordt geconcludeerd dat dit komt door chlorofyl afbraak in de chloroplasten en vorming van anthocyanen in de vacuole. Anthocyaan vorming en afbraak van chlorofyl leidt tot een terugval in de fotosynthese, verlaagt de sierwaarde van het snijproduct (te donkere rozen, gevlekte bloemblaadjes en blad, paarsgekleurde bladranden, paarse bladpunten, bol-en bobbelachtig blad, bladverbranding in de kas) en geeft bladverdroging op de vaas op de aangetaste delen (bij siergewassen). Het wordt vaak waargenomen maar als incidenteel genoemd, en de registratie is meer kwalitatief dan kwantitatief. Daardoor wordt dit niet meegenomen in de data-analyse. Anthocyanen absorberen licht en beschermt tegen schade van teveel licht in de zomer, of tegen schadelijke radicalen. Maar wat is de functie van anthocyanen in de relatief lage intensiteiten waarmee we in de winter belichten met LED? En waarom zien we dit niet bij belichting met SON-T? Speelt spectrum (blauw?) een rol? Het lijkt aannemelijk dat ook andere factoren hierbij betrokken zijn zoals fosforgebrek, temperatuur en sui-kers. Mogelijk is de hormoonbalans verstoord. Bij sommige gewassen (sierteelt), kunnen dit soort effecten een van de belemmeringen zijn voor de grootschalige implementatie van LED. Als er is meer kennis is van de oorza-ken kan aan oplossingen worden gewerkt. CO2 gebruik moet efficiënter Doel is het ontwikkelen van handvatten voor toekomstig lager CO2 gebruik in de praktijk door doorrekening van CO2-gebruik, verliezen en mogelijke kosten in paprika en chrysant. Dit project levert voor telers kennis en mogelijkheden op hoe zuiniger met CO2 om te gaan. In de afgelopen jaren is de input van fossiele energie in de glastuinbouw gestaag gedaald door ontwikkelingen zoals Het Nieuwe Telen en het gebruik van aardwarmte. Daardoor neemt ook de beschikbare hoeveelheid CO2 als bijproduct van aardgas af, en moeten telers meer gebruik maken van alternatieve bronnen van CO2 (OCAP, zuivere CO2 inkopen). Daarmee wordt het efficiënt benutten van CO2 door het gewas en het minimaliseren van het verlies van CO2 nog belangrijker dan het al was. In voorgaande KAE onderzoeken bij tomaat (2012, 2020) en komkommer (dit jaar) is aangetoond dat er goed geteeld kan worden met soms de helft van de gebruikelijke CO2 dosering. Het probleem van lage beschikbaarheid van CO2 en grote ventilatieverliezen speelt alleen bij hoge instraling en grote raamstanden (vooral zomermaanden), en hier zal het onderzoek zich op moeten toespitsen. Voor verbreding van deze kennis naar andere gewassen als paprika en de sierteelt is nog onderzoek nodig wat de precieze reactie van het gewas op CO2 is en hoe de CO2-benutting efficiënter kan. Bij chrysant is daarbij mogelijk relevant dat er CO2 vrijkomt bij afbraak van organische stof in de bodem; dit kan in mindering gebracht worden op de dosering. Daarnaast moet de financiële afweging gemaakt worden tussen de baten (meer productie in zomer) en kosten van CO2. De vraag is of CO2-dosering in de zomer in de toekomst nog rendabel is en hoe de sector hier over denkt.

Geplaatst op: 13-10-2021

Eindrapport: Effecten (LED)licht en CO2 bij framboos

Auteur: Dennis Medema

Het onderzoek werd uitgevoerd vooral met het oog op een toekomstige fossielvrije teelt met beperkt of zonder CO2-doseren en indien mogelijk slechts lage inzet van de verwarming. In een winterteelt met LED's werd gewerkt met lang bewaarde canes van het ras Lagorai en met 10 weken bewaarde canes van het ras Kwanza. De lichtintensiteit van de LEDs was ca. 100 en 137 μmol/m2/s bij een maximale belichtingsduur van 18 uur. Dit werd gecombineerd met een CO2-streefwaarde van zo’n 450 en 900 ppm en een doseersnelheid van resp. 50 en 100 kg/ha/uur met een forse afbouw op ventilatie. Er ontstonden dus 4 verschillende behandelingen. De gemiddeld gerealiseerde etmaaltemperatuur in de proef was 16°C. Nauwelijks effect van CO2 in winterteelt De gemiddeld gerealiseerde CO2-concentratie was respectievelijk 460 en 775 ppm CO2 bij een doseerhoeveelheid van respectievelijk 1 en 9.9 kg/m2 CO2. Het grote verschil in CO2-dosering en gerealiseerde CO2-concentratie in de kas had in de frambozenproef nauwelijks of geen positief effect op de productie en kwaliteit. In de wintermaanden met relatief weinig licht van de zon en groeilicht, hoeven het CO2-gehalte en de dosering dus niet zo hoog te zijn. Meer licht is meer productie Gedurende de gehele teeltperiode is er bij beide lichtintensiteiten met de LED's ca. 1850 uur belicht, wat leidde tot een stroomverbruik van 65 en 89 kWh/m2. Het berekende warmtegebruik bij hoog en laag licht kwam in de proef met gemiddeld respectievelijk 12.8 en 16.9 m3/m2 hoog uit. Dit werd vooral veroorzaakt door de noodzaak tot ontvochtiging om problemen met zetting en schimmelgroei te voorkomen. Bij fossielvrij telen zal het warmteverbruik sterk moeten worden gereduceerd. De totale PAR-lichtsom verschilde 15% in de behandelingen. Door de oogst van meer vruchten nam hierdoor de productie van Klasse 1-vruchten toe met 11.5%. Meer licht verhoogde de fotosynthesesnelheid, maar deze nam af gedurende de teelt. Grote plant- en rasverschillen Het lang bewaarde plantmateriaal van Lagorai was bij het planten nog goed gezond. De kortdurend bewaarde ‘verse’ canes van Kwanza bleken echter deels aangetast te zijn door botrytis, wat de heterogeniteit van het plantmateriaal versterkte. Meer aandacht voor de bewaaromstandigheden van het plantmateriaal is zeer gewenst. De gemiddelde productie aan klasse 1-vruchten bedroeg bij Kwanza en Lagorai respectievelijk 2.0 en 3.5 kg/m2. Als gevolg van dubbele en korrelige vruchten was het percentage klasse 2 vruchten met zo’n 19% bij Kwanza erg hoog. Bij Lagorai lag dit percentage op nog geen 3%. Kwanza en Lagorai hadden aan het einde van de teelt een LAI van resp. 4.6 en 7.2 m2/m2, wat met name bij Lagorai voor de winterperiode erg hoog was. Het onderzoek is uitgevoerd door Wageningen UR Glastuinbouw & Bloembollen en grotendeels gefinancierd door het innovatie- en actieprogramma Kas als Energiebron (van Glastuinbouw Nederland en het ministerie van LNV) en enkele bedrijven. Lees meer over dit onderzoek, inclusief het eindrapport, via onderstaande links.

Geplaatst op: 14-09-2021

Chrysant onder 210 μmol.m⁻².s⁻¹ energiezuinige LED

Doelstelling Demonstratie van een energiezuinige duurzame chrysantenteelt met dezelfde productie en kwaliteit als in de praktijk. Gebruikt wordt gemaakt van een combinatie van actieve ontvochtiging met warmteterugwinning, verneveling, insecten gaas, gelimiteerde CO₂ dosering en belichting met LED optimaal inzetten. Projectbeschrijving In het huidige project ‘Vochtbeheersing en LED pijlers voor duurzame Chrysantenteelt’ worden zoals het er nu uitziet goede stappen gezet om onder full led goede chrysanten te telen. De strategie om met een hogere etmaal temperatuur te telen om het gebrek aan stralingswarmte van LED te compenseren lijkt goed te werken, maar zal in een herhaling bevestigd moeten worden. Het accent in de huidige proef ligt vooral op de vochtbeheersing en op de LED toepassing. Daarbij blijkt dat er nog een stuk warmtevraag in de winter overblijft. De uitdaging is om middels een aanpast stookprofiel – warmte langer vasthouden en lagere minimum temperatuur in de nacht - en betere warmteterugwinning bij de vochtbeheersing in combinatie met de nieuwste generatie energiezuinige lampen te komen tot een teelt waarbij geen fossiele energie meer nodig is. Belangrijke factor daarbij is de ontwikkeling naar efficiëntere LED lampen. Door de huidige installatie (185 μmol.m⁻².s⁻¹) te vervangen door de nieuwste generatie LED kan met een gelijke input aan elektriciteit een van 210 μmol.m⁻².s⁻¹ niveau worden bereikt. Daardoor zal de energiebalans van de kas wel veranderen. Het project bestaat uit de volgende werkpakketten: WP 1: Uitvoering van de teelten. Op 1000 m2 bij het Delphy Improvement Centre worden 4 teelten met chrysant uitgevoerd. Raskeuze in overleg met de telers. De nu aanwezige LED lampen worden vervangen voor nieuwe efficiëntere lampen en mogelijk ook het energiedoek. LED-spectrum wordt mogelijk aangepast in overleg. De teeltstart (watergift, weggroei) zal voor iedere teelt nauw worden vergeleken met de praktijkbedrijven. Het teeltplan van de vorige teelten zal worden aangepast. Belangrijk voorbeelden zijn de gerichtere inzet van ontvochtiging en in de winterteelt zal de temperatuur strategie meer gericht worden op voldoende afvoer van vocht door ventilatie en met meer warmte inbreng om de planttemperatuur te sturen. De gewasbescherming wordt gedaan met inzet van biologische bestrijders. WP 2 Metingen Tijdens elke teelt wordt de ontwikkeling van de takken intensief gevolgd waarbij er vergeleken wordt met een referentiebedrijf. Het energieverbruik wordt bepaald en vergeleken met de vorige teelten en de planttemperatuur, licht intensiteit en bodem vochtigheid wordt intensief gemeten. Met het meetprotocol wordt de kwaliteit van het eindproduct bepaald. WP 3: Evaluatie van de teelten, Kennisoverdracht en communicatie Projectnummer: 20175

Van 01-04-2021 tot 31-10-2022
Afgerond