Zoeken

Resultaat 1 tot 8 van 8.

Met LED naar een perfecte chrysant

In 2017 en 2018 is onderzoek gedaan naar de teelt van de Perfecte Chrysant, waarbij ontvochtiging en koeling middels OPAC’s en aanzuiging van lucht van boven de doeken is gebruikt. Er is belicht met LED en SON-T (hybride). CO2 is beperkt gedoseerd en de warmte inzet is geminimaliseerd door een extra schermdoek te gebruiken en geen standaard ondernet (minimumbuis) te hanteren. Met de koeling wordt via ruim voldoende warmte worden geoogst om hiermee de kas jaarrond met een warmtepomp en warmte koude opslag (WKO) te kunnen verwarmen. Met hybride belichting is elektriciteit bovendien effectiever benut dan met alleen SON-T belichting. Energetisch is er een grote stap te zetten, maar tegen hoge investeringen (WKO). Daarbij is het doel een perfecte chrysant niet gerealiseerd. De sierwaarde van de geoogste chrysanten is door de begeleidende telers als minder dan de praktijk beoordeeld, al werd de kwaliteit per teelt zeker in het tweede jaar beter. De doelen van dit project zijn: Uitvoeren van een perfecte chrysantenteelt (in totaal 6 teelten) op 1000 m2 onder full LED bij een gelijkblijvende of hogere lichtbenuttingsefficientie (LBE) dan bij SON-T. Productie van uniforme kwaliteit chrysanten; de ‘perfecte chrysant’. Het objectiveren van de kwaliteit van de chrysant. Monitoren van de groei van de plant gedurende de gehele teelt. Ontwikkeling van een praktisch toepasbare methode voor het gedetailleerder volgen van de groei van de chrysant. Beheersing van de luchtvochtigheid door actieve ontvochtiging met een warmtepomp waarbij de warmte op dagbasis wordt benut om de kas te verwarmen. Het demonstreren van het effect op het kasklimaat van insectengaas met een maaswijdte voor grotere insecten in de luchtramen in combinatie met verneveling. Dit project wordt gefinancierd door Kas als Energiebron, chrysantentelers (ChrIP), stekbedrijven en Signify. Projectnummer: 20109

Van 01-02-2019 tot 14-05-2020
Afgerond

Perfecte chrysant

Energie is voor de chrysantenteelt de laatste jaren als kostenpost toegenomen. Dit door een dalende sparkspread doordat de behoefte aan een hogere winterkwaliteit meer elektriciteit voor belichting vergt. De chrysantentelers hebben daarnaast behoefte om de zomerkwaliteit beter te borgen en hun winterproductie (verder) te verhogen. In de deskstudies ‘Effectief omgaan met elektriciteit bij chrysant’ en ‘Optimale warmtebalans Chrysant’ zijn alle opties verkend om efficiënter om te gaan met energie. Er is o.a. berekend dat bij een laag energiegebruik, een gasprijs van 0.25 €/m 3 en een lage elektriciteitsprijs het voordeliger is om de warmte uit een warmtepomp met aquifer te halen dan uit een WKK, een verwarmingsketel of uit aardwarmte. In dit voorstel worden de meest belovende opties geïntegreerd in een volledig teeltconcept en getoetst op praktische haalbaarheid. Het doel is om aan te tonen dat: jaarrond een perfecte chrysant is te telen met een warmtegebruik van 15 m 3 /m 2 per jaar aan aardgasequivalenten, 25 kg aan CO2 en 121 kWh/m2. de zomerkwaliteit kan worden geborgd door de kaslucht te koelen. de winterproductie kan worden gelijkgetrokken met de zomerproductie bij een geringe elektriciteitstoename. de bij koeling geoogste warmte kan worden hergebruikt met een warmtepomp en een aquifer, zodat niet hoeft te worden geïnvesteerd in een WKK, en de kas jaarrond kan worden verwarmd zonder aardgas. Hiervoor wordt een kas van 1000 m2 bij het Improvement Centre ingericht voor chrysantenteelten. De kas wordt uitgerust met o.a. diffuus glas met AR coatings, hybride belichting (100 micromol LED en 65 micromol SON-T, beiden in twee schakelbaar), luchtbehandelingskasten die kunnen koelen en verwarmen, luchtaanzuiging van boven het scherm, extra energiedoek en schaduwdoek. In deze kasfaciliteit worden (vooralsnog voor 1 teeltjaar) chrysantenteelten zo energiezuinig mogelijk uitgevoerd. Omdat de kas is op te splitsen in twee delen, kunnen voor iedere teelt twee varianten van dit teeltplan naast elkaar worden getest. Voor ieder vak wordt een keuze gemaakt tussen: wel of geen verlengde opkweek; wel of geen bodemreflectie; irrigatie met beregening of druppelslangen; verschillende belichtingsintensiteiten met LED en/of SON-T; verschillende plantdichtheden. De geoogste chrysanten worden vergeleken met twee referentiebedrijven. Hierbij wordt gelet op teeltsnelheid, versgewicht, drogestofgehalte, bladoppervlak en houdbaarheid. Eind 2017 is besloten het project met 1 teelt te verlengen om zodoende voldoende gegevens te verzamelen om in februari 2018 een goed besluit te kunnen nemen over het beoogde tweede teeltjaar (rest van 2018). Vraagstellingen die we bij de voortzetting willen beantwoorden zijn: Kan de gerealiseerde warmtebesparing ook in de winterperiode worden voortgezet? Blijft de gewasgezondheid en de houdbaarheid op orde als in het begin van de teelt een hoge RV van 93 tot 95% wordt gerealiseerd, die naar het einde van de teelt steeds verder wordt verlaagd? Levert het gebruik van druppelslangen een betere houdbaarheid? Kan met luchtbeweging de bladgrootte worden beïnvloed? Hoe gedraagt de chrysant zich in de winterperiode onder hybride belichting? Kan met het andere lichtspectrum, waaronder een lagere hoeveelheid warmtestraling dezelfde groei en reactietijd worden bereikt als de referentiebedrijven? Bijdrage derden: ca. 10% in cash door ChrIP (chrysantentelers) en stekbedrijven; in kind bijdrage leveranciers (o.a. Philips (lampen). Uit het eindrapport De Perfecte Chrysant blijkt dat de takkwaliteit verbeterd moet worden. Wel is het warmteverbruik veel lager dan verwacht en de warmteoogst veel hoger. Hierdoor kan de teelt met een halvering van de koelcapaciteit ook zonder aardgas worden uitgevoerd. Dat blijkt uit onderzoek van Delphy en WUR Glastuinbouw bij het Improvement Centre. In 2017 zijn bij Delphy Improvement Centre vier chrysantenteelten uitgevoerd op 1000 m2. Het doel was om jaarrond het warmteverbruik onder de 15 m3/m2 aardgas te houden en dat dit ingevuld wordt door de warmteoogst (koeling) middels warmtepomp en aquifers. Ook was het streven om niet meer dan 25 kg CO2 te verbruiken, 121 kWh per m2 per jaar en 5% meer productie ten opzichte van de praktijk. De belangrijkste middelen om deze doelstelling te bereiken zijn hybride belichting (totaal 170 μmol/m2.s), diffuus glas, 3 schermen en 8 luchtbehandelingskasten met een koelvermogen van ±100 W/m2. Projectnummer: E16024

Van 01-01-2017 tot 01-04-2018
Afgerond

Parapluplan toevoeren van buitenlucht

In dit project worden oplossingen aangedragen voor geconstateerde knelpunten voor het toevoeren van droge buitenlucht. Het gaat om drie voorbeeldsituaties: (biologische) groenteteelt in de grond, dichte snijbloemgewassen in de grond en inbouw van Luchtbehandelingskasten (LBK's) in/langs de gevel op bestaande bedrijven. Voor Matricaria en Gerbera is onderzocht hoe buitenlucht effectief kan worden ingeblazen. De bedoeling is hierbij dat de luchtvochtigheid kan worden beheerst met zo min mogelijk inbreng van warmte. Bij Matricaria is een systeem getoetst dat buitenlucht inbrengt via luchtslurven in het gewas. Vanwege gebrek aan ruimte bleek de capaciteit van het systeem tekort te schieten, zodat wordt gezocht naar alternatieven. Bij Gerbera werd buitenlucht via luchtslangen onder de goten ingeblazen en werd de lucht boven het gewas met nivolatoren in beweging gebracht. Dit systeem werkt goed, maar is te duur om te worden bekostigd met alleen energiebesparing, zodat voorstellen worden gedaan ter vereenvoudiging van het systeem. Freesia: Door bodemisolatie met een 20 mm dikke afdeklaag Styromul of Biofoam® is een energiebesparing van 2,1 m3 a.e./m2/jr berekend. De berekende besparing van de huidige praktijk is 0,7 m3 a.e./m2/jr op verwarming. De effecten op koelen zijn niet berekend, maar daar zal de besparing nog iets groter zijn. Voor toevoeren van buitenlucht in Freesia lijkt technisch gezien een grote slurf boven het gewas in combinatie met nivolatoren het best te implementeren en de meest gelijkmatige verdeling van droge lucht en temperatuur te geven. Echter, door de lage teelttemperatuur is voor voldoende droge lucht vaak een dermate grote luchtcapaciteit noodzakelijk dat dit economisch en energetisch zijn doel voorbij schiet. Actief ontvochtigen in de zomer en najaar kan dit onvoldoende verbeteren. Bovendien is het voorkomen van condensatie door een lage gewastemperatuur voor de beheersing van Botrytis in de winter misschien wel belangrijker dan beheersing van de luchtvochtigheid. Een beter isolerend scherm lijkt dan zinvoller en biedt ook weer mogelijkheden voor meer energiebesparing. Anjer: Modelsimulaties tonen aan dat in de anjerteelt het installeren van een beweegbaar tweede energiescherm de grootste energiebesparing kan opleveren, omdat dan in zowel oud als jong gewas de kas beter geisoleerd kan worden. Of droge buitenlucht toevoer hierbij een extra kwaliteitsvoordeel kan geven blijft onderwerp van discussie. Projectnummer: 14236

Van 01-12-2010 tot 31-12-2011
Afgerond

Het Nieuwe Telen snijanthurium

Dit project betreft de ontwikkeling van een energiezuinig teeltconcept voor het gewas Anthurium. Het bevat een combinatie van het toelaten van lagere etmaaltemperaturen in de winter, intensiever gebruik van de meerdaagse temperatuurintegratie, het gebruik van negatieve DIF, intensieve schermstrategie, luchtcirculatie en indien nodig luchtbevochtiging en bodemisolatie als energiebesparende componenten. De absolute energiebesparing van het teeltconcept wordt berekend. Te verwachte fysiologische effecten worden in kaart gebracht, met de standaard teeltwijze als referentie. Er is een referentieteelt vastgesteld met een gasverbruik van 30 m3/m2 per jaar. Drie scenario's worden geschetst waarmee het energiegebruik teruggebracht kan worden naar 24, 22, en 20 m3/m2 per jaar door inzet van elementen uit Het Nieuwe Telen. Afhankelijk van de gekozen elementen is een ander effect op de kwaliteit te verwachten: beter, gelijk, of iets onder die van de referentieteelt. Om de benodigde investering voor het scenario met de te verwachten hoogste kwaliteit met de huidige prijzen rendabel te maken, is een meeropbrengst van 0,53 tot 1,25/m2 nodig door verbeterde kwaliteit. Het gestelde doel van 15 m3 kan bijna worden bereikt door gebruik te maken van glasdek van gecoat, gasgevuld dubbel glas. Ondanks de meerprijs ten opzichte van standaardglas is dit op basis van de huidige prijzen een rendabele investering voor nieuwbouw. Projectnummer: 14081

Van 01-06-2010 tot 31-12-2010
Afgerond

Energiezuinig teeltconcept Phalaenopsis

Om energiezuinig phalaenopsis te telen worden de mogelijkheden van efficiënt lichtgebruik, intensief schermgebruik en een aangepaste vochthuishouding onderzocht. De uitkomsten van deze deskstudie moeten leiden tot een teeltconcept met minimaal 30% lager energieverbruik (inclusief belichting en koeling). De mogelijkheden tot energiebesparing, die zijn geopperd tijdens de brainstormsessie, zijn met KASPRO doorgerekend om de effectiviteit te bepalen. In de warme afdeling kan door een combinatie van dubbeldek, geen beregening maar eb/vloed, geen gebruik van minimumbuis en geen verdamping uit de pot bijna 50% energie worden bespaard. In de koude afdeling is nog meer, namelijk 83% energie te besparen door de juiste combinatie van maatregelen. Projectnummer: 13880

Van 01-02-2010 tot 31-08-2010
Afgerond

Het Nieuwe Telen freesia

Er wordt een energiezuinig teeltconcept voor de freesiateelt opgesteld. Dit concept wordt vervolgens getest in een kasproef naast een referentie met standaard teeltwijze. WUR Glastuinbouw verrichtte een studie naar een energiebesparend concept voor de freesiateelt. De warmtevraag voor een referentieteelt is gesteld op 13 m3 aeq/m2. De maximaal te bereiken energiebesparing wordt geschat op 50%. De hiervoor benodigde maatregelen zijn: Actieve ontvochtiging (met behulp van een warmtepomp), het afdekken van de bodem om verdamping tegen te gaan en het telen bij een iets hogere RV. In een teeltproef is het perspectief van het afdekken van de bodem aangetoond zonder nadelige effecten voor de groei. Projectnummer: 13877

Van 01-01-2010 tot 31-12-2011
Afgerond

Invloed bodem op kasklimaat

Is energiebesparing mogelijk door optimaal gebruik te maken van de kasbodem in relatie tot teelten (en teeltomstandigheden) met een laag gasverbruik (tot circa 10 m3/m2)? Is het mogelijk door bepaalde maatregelen (zoals aanbrengen isolatie) de warmteopslagcapaciteit van de toplaag te vergroten? Kunnen we in/rond de bodem energie te besparen? Zo ja, door welke maatregelen en hoeveel energiebesparing levert dat dan op? Wat is het eventuele effect op het binnenklimaat? Op deze vragen wordt antwoord gezocht in dit project. In een beknopte literatuurstudie is een aantal aanknopingspunten gevonden om de energiehuishouding te verbeteren: Een hogere bodemtemperatuur (c.q. worteltemperatuur) kan een compensatie bieden voor een lagere kastemperatuur; In de bovenste laag van de bodem kan een aanzienlijke hoeveelheid warmte worden opgeslagen; Het gebruik van schermen kan het weglekken van warmte uit de bodem tegengaan; De stralingsverliezen van het buisrailnet naar de bodem kan gereduceerd worden. Projectnummer: 13497

Van 01-12-2008 tot 01-10-2009
Afgerond

Haalbaarheidsstudie energiebesparend afdekfolie

Bij de belangrijke energie intensieve glasgroente gewassen wordt op grote schaal witte (reflecterende) bodemafdekfolie gebruikt om het licht bij het bodemoppervlak te reflecteren zodat dit weer door het gewas kan worden benut voor de groei. Dit is vooral effectief bij een jong gewas omdat dan veel licht de bodem bereikt en daar kan worden gereflecteerd. Vanuit energetisch oogpunt is het efficiënter om een folie te vervaardigen die aan de volgende optische eigenschappen voldoet: een hoge reflectiefactor in het fotosynthetisch actieve golflengtegebied van ca. 400 -700 nm (PAR gebied) omdat dit gebied van belang is voor de gewasproductie én een hoge absorptiefactor in het golflengtegebied van ca. 800 - 4000 nm (NIR gebied) omdat dit gebied van belang is voor de warmtehuishouding van de kas. Uit de meetresultaten blijkt dat de huidige bodemafdekfolies een redelijk goede reflectie factor in het PAR gebied hebben. Echter, deze reflectiefactor neemt met de tijd af met uitzondering van één folie (code HP02K). De gevoeligheid van de productie voor veranderingen in de PAR-reflectie van een bodemafdekfolie is veel groter dan de gevoeligheid van het energiegebruik voor veranderingen in de PAR- en NIR-reflectie. Het theoretisch te bereiken effect in het energiegebruik door verlaging van de reflectiefactor voor NIR is 1 tot 2%. Slechts één van de onderzochte folies (code HP02K) geeft in de simulaties zowel een verbetering in het energiegebruik als in de productie te zien. Bij de bodemfolies is meestal weinig informatie beschikbaar. De Hyplast Hyflex bodemafdekfolie (wit/zwart, code HP02K) voldoet beter aan de gewenste optische eigenschappen dan de gangbare witte afdekfolie en de meerkosten worden ruimschoots goedgemaakt door de baten uit hogere productie. Vanuit de kennis bij Agrotechnology and Food Innovations op het gebied van materiaaltechnologie en de energie- en warmtehuishouding van tuinbouwkassen worden zowel de materiaaltechnologische mogelijkheden aangegeven als ook de consequenties voor de condities voor gewasgroei en energiebesparing. De optische eigenschappen van een aantal witte afdekfolies en aangepaste folies zijn met behulp van een fotospectrometer gemeten. Deze meetgegevens geven aan dat de gebruikte witte afdekfolies voor dit onderzoek in het PAR gebied hoog reflecterend zijn. Echter is gebleken dat het aanbrengen van de tot nu toe gevonden NIR absorberende materialen op de witte afdekfolies de reflectie factor in het PAR gebied verlaagt. Met het simulatieprogramma KASPRO is berekend wat de energiebesparing zal zijn door toepassing van de aangepaste bodemafdekfolie. Deze berekening is uitgevoerd voor een standaard kas met de energie-intensieve voorbeeldgewassen (tomaat, komkommer, paprika) met enkel kasdek. Hieruit blijkt dat het energiegebruik slechts in geringe mate wordt beïnvloed (enkele tienden van procenten) tengevolge van de veranderingen in de reflectie factoren. Daarnaast leidt de gevoeligheid van de gewasproductie voor PAR tot een lichte stijging in productie wanneer de reflectie factor voor het PAR gebied toeneemt. De conclusie van het onderzoek is dat zelfs hele sterke absorptie in het NIR gebied slechts tot een geringe verandering in energiegebruik zal leiden maar dat vooral betere reflectie in het PAR gebied tot betere resultaten leidt. Projectnummer: 11200

Van 01-11-2002 tot 31-05-2003
Afgerond
  • 1