Zoeken

Filters
Verwijder alle filters
Resultaat 1 tot 10 van 116.

Deelrapport: gevoelige fase voor brandkoppen bij Lisianthus duidelijk in beeld

Gevoelige fase tussen 1,5 en 3 weken Uit het onderzoek blijkt dat brandkoppen ontstaan tijdens een duidelijk afgebakende periode van ongeveer 1,5 tot 3 weken na het uitplanten. Is de verdamping in deze fase onvoldoende, dan neemt het risico op brandkoppen toe. Voor en na deze periode blijkt het klimaat nauwelijks invloed te hebben op het ontstaan ervan. Dat is een belangrijk inzicht. Als alleen tijdens deze kritische fase extra gestuurd hoeft te worden op verdamping, kan daarbuiten mogelijk vochtiger en daarmee energiezuiniger worden geteeld. Ook blijken brandkoppen relatief snel na het ontstaan zichtbaar. Bij de eerste symptomen kan dus nog worden ingegrepen met aanpassingen in het klimaat om verdere schade te beperken. Verdamping is bepalend Hoe de extra verdamping tijdens de gevoelige fase wordt gerealiseerd, blijkt minder belangrijk. Zowel een lagere relatieve luchtvochtigheid als extra luchtbeweging rond het groeipunt werkt. Ook het moment van de dag waarop de extra verdamping plaatsvindt, maakt weinig verschil. Vooral de hoeveelheid verdamping telt: hoe hoger de verdamping, hoe minder brandkoppen. Meer licht geven blijkt hiervoor geen effectieve oplossing. Ook aanpassingen in daglengte en lichtspectrum hadden nauwelijks of geen effect op het ontstaan van brandkoppen. Lagere temperatuur biedt tweede mogelijkheid Het onderzoek bracht nog een andere kansrijke strategie naar voren: het tijdelijk vertragen van de gewasontwikkeling. Een verlaging van de etmaaltemperatuur van 28 naar 25°C tijdens de gevoelige fase zorgde voor een sterke afname van het aantal brandkoppen, zelfs bij een relatief lage verdamping. De brandkoppen ontstonden later in de teelt ook niet alsnog. Daar staat tegenover dat de lagere temperatuur de teelt met ongeveer vier dagen vertraagt. Op weg naar fasegerichte klimaatsturing De resultaten bieden perspectief voor fasegerichte klimaatsturing in Lisianthus. In plaats van gedurende de hele teelt omstandigheden aan te houden die veel verdamping veroorzaken, kan mogelijk alleen tijdens de korte gevoelige fase gericht worden gestuurd. Daarvoor is in de praktijk wel een teeltsysteem nodig waarin verschillende groeistadia afzonderlijk kunnen worden aangestuurd, bijvoorbeeld met compartimentering of gerichte luchtbeweging. Het onderzoek 'Lisianthus sturen per teeltfase: de weg naar fossielvrij' bestaat uit twee werkpakketten. Na het onderzoek naar de gevoelige fase voor brandkoppen volgt een kasproef bij Delphy Improvement Centre. In twee proefkassen wordt onder full-LED een standaardteelt vergeleken met een klimaatstrategie gericht op het voorkomen van brandkoppen én het besparen van energie. Financiering en coördinatie Dit onderzoek wordt uitgevoerd door Plant Lighting in samenwerking met Delphy Improvement Centre. Het project wordt gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Medegefinancierd door de gewascoöperatie Lisianthus, Takii, Sakata, Florensis, Van Egmond Lisianthus, Svensson Nederland en Signify. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt begeleid door telers. Meer weten? Bekijk het deelrapport voor alle resultaten en achtergronden van het onderzoek. Foto van Plant Lighting: van een behandeling met brandkoppen en een behandeling zonder brandkoppen uit het klimaatcel-onderzoek.

Geplaatst op: 25-08-2026

Grenzen aan puur rood assimilatielicht

Auteur: Daphne Ruiter en Govert Trouwborst (Plant Lighting)

Komkommer reageert anders dan tomaat Uit het onderzoek blijkt dat komkommer gevoeliger is voor uitsluitend rood licht dan tomaat. Bij komkommer nam de fotosynthesecapaciteit duidelijk af, wat uiteindelijk ook leidde tot minder groei. Bij tomaat was dat anders. De fotosynthesecapaciteit bleef onder puur rood licht vergelijkbaar met die van planten die werden belicht met een combinatie van rood, blauw en wit licht (RBW). Wel invloed op de plantvorm Hoewel de fotosynthese en de drogestofproductie van tomaat op peil bleven, had puur rood licht wel invloed op de ontwikkeling van de plant. Zo werd meer stengelstrekking waargenomen. Opvallend is dat de totale productie van drogestof ondanks deze verandering gelijk bleef aan die onder een combinatie van rood, blauw en wit licht. Daarnaast bleek dat een beperkte hoeveelheid daglicht al voldoende is om de mogelijke nadelige effecten van puur rood licht grotendeels te voorkomen. Ongeveer 1,7 mol/m² per dag aan zonlicht, verdeeld over zes uur, bleek zowel bij tomaat als komkommer voldoende om deze effecten sterk te verminderen. Dat onderstreept het belang van een minimale bijdrage van natuurlijk daglicht in de praktijk. UV-B blijkt belangrijker dan gedacht Tijdens het onderzoek kwam nog een belangrijk aandachtspunt naar voren: de rol van UV-B-licht. Wanneer UV-B volledig ontbreekt, kunnen tomatenplanten fysiologische problemen ontwikkelen, zoals oedeem (intumescence). Uit het onderzoek blijkt dat het ontbreken van UV-B zelfs een grotere invloed heeft op de bladkwaliteit en de fotosynthese dan het gebruik van uitsluitend rood licht. Ook werden verschillen tussen rassen zichtbaar. Zo bleek het tomatenras Maxxize gevoeliger voor het ontbreken van UV-B dan Brioso. Kansen voor energiezuiniger belichten De onderzoekers concluderen dat puur rode belichting tijdens de opkweek van tomaat (voor de onderzochte rassen) goed mogelijk lijkt, mits voldoende daglicht beschikbaar is. In de proef ging het om ongeveer 1,7 mol/m² per dag aan zonlicht in combinatie met 10 mol/m² per dag rood LED-licht. Dat biedt perspectief voor een energiezuinigere opkweek, doordat minder efficiënte lichtkleuren beperkt hoeven te worden ingezet. Vervolgonderzoek De volgende stap is onderzoeken wat de effecten zijn van puur rood licht bij vruchtdragende gewassen. Daarbij ligt de focus vooral op de invloed van deze belichtingsstrategie op de vruchtontwikkeling. Over het Masterplan Lich t Het Masterplan Licht richt zich op het verlagen van het energiegebruik in de glastuinbouw door assimilatiebelichting slimmer aan te sturen. Door anders, minder of efficiënter te belichten, wordt gewerkt aan een rendabele en klimaatneutrale glastuinbouw. Dit project wordt uitgevoerd door Business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research, Delphy Improvement Centre en Plant Lighting. Het is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt gevolgd en begeleid door telers.

Geplaatst op: 09-07-2026

Belichting dimmen tijdens de ochtendspits: wat betekent dat voor het gewas?

Auteur: Daphne Ruiter & Govert Trouwborst (Plant Lighting)

Binnen het Masterplan Licht onderzocht Plant Lighting de effecten van het tijdelijk dimmen of uitschakelen van de belichting in de ochtend. De resultaten laten zien dat dit perspectief biedt voor slimmer energiegebruik, maar ook aandacht vraagt voor de gewasontwikkeling. Onderzoek naar de effecten van dimmen In het onderzoek is gekeken naar het effect van het uitschakelen of dimmen van de belichting tussen 6.00 en 10.00 uur bij jonge tomatenplanten. Daarbij zijn zowel de fotosynthese als de groei van de planten onderzocht. De onderzoekers voerden drie proefrondes uit. Eerst werd de belichting volledig uitgeschakeld, waardoor de planten een langere nacht kregen. Vervolgens werd gekeken of een minimale hoeveelheid licht dit effect kon beperken. In de laatste proef werd het dimniveau stapsgewijs verhoogd om te onderzoeken vanaf welk punt de groei niet meer wordt beïnvloed. Fotosynthese blijft op peil De resultaten laten zien dat het tijdelijk uitschakelen of dimmen van de belichting geen negatieve invloed heeft op het fotosynthesesysteem van de plant. Er werd geen schade aan de bladeren vastgesteld en na het inschakelen van de belichting herstelde de fotosynthese zich binnen tien minuten. Dat betekent dat het gewas een tijdelijke onderbreking van de belichting goed kan opvangen. Wel invloed op de groei Hoewel de fotosynthese intact bleef, werden wel verschillen in de groei van de planten waargenomen. Planten die een langere nacht kregen of sterk gedimd werden, ontwikkelden een kleiner bladoppervlak en een lager drooggewicht. De onderzoekers noemen hiervoor verschillende mogelijke verklaringen. Zo levert later op de dag extra belichten niet volledig dezelfde hoeveelheid assimilaten op als licht in de ochtend. Daarnaast kan de langere donkere periode invloed hebben op groeiprocessen in de plant. Vervolgonderzoek nodig Bij hogere dimniveaus konden nog geen duidelijke conclusies worden getrokken. Om vast te stellen hoeveel de belichting veilig kan worden teruggedimd zonder groeiverlies, is aanvullend onderzoek nodig. Ook willen de onderzoekers de effecten onderzoeken bij vruchtdragende gewassen. Daarbij speelt niet alleen de bladgroei een rol, maar ook de invloed op bijvoorbeeld vruchtontwikkeling en de energiebalans van de kas. Slimmer omgaan met energie De resultaten bieden waardevolle inzichten voor telers die hun energiegebruik willen optimaliseren. Het tijdelijk dimmen of uitschakelen van de belichting tijdens de ochtendspits lijkt technisch goed mogelijk zonder directe schade aan de fotosynthese. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat de effecten op de gewasgroei goed moeten worden meegewogen. Dit project is uitgevoerd door Business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research, Delphy Improvement Centre en Plant Lighting. Het is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt gevolgd en begeleid door telers. Op de foto zien we een gedeelte van de proefopstelling.

Geplaatst op: 29-06-2026

Meerdaagse lichtintegratie in tomaat biedt kansen

Auteur: Anja Dieleman, Wageningen University & Research

De glastuinbouw wil verduurzamen én economisch rendabel blijven. Belichting speelt daarin een belangrijke rol. Het is essentieel voor een jaarrond productie van gezonde producten, maar tegelijkertijd ook een grote kostenpost en verantwoordelijk voor een deel van de CO₂-uitstoot. Daarom kijken telers steeds kritischer naar hun belichtingsstrategie. De centrale vraag: hoe verlaag je het elektriciteitsverbruik zonder negatieve gevolgen voor groei en productie? Mogelijke strategieën zijn het terugdimmen van belichting bij voldoende buitenlicht of hoge stroomprijzen, het compenseren van lichte dagen met dagen waarop minder wordt belicht, of het inzetten van vooral rood licht vanwege de hoge energie-efficiëntie. Binnen het project ‘Masterplan Licht’ wordt gewerkt aan energiezuinige en intelligente belichtingsstrategieën. In september 2025 zijn in het IDC Hoge Draad van Wageningen University & Research in Bleiswijk vier tomatengewassen van het ras Maxxize geplant. In vier compartimenten werden verschillende belichtingsstrategieën getest: Referentie: 325 µmol/m²/s met 5% blauw, 5% groen en 90% rood licht 100% rood licht, met dezelfde intensiteit als de referentie Lichtwisselingen per dag: afwisselend 225 en 425 µmol/m²/s Lichtwisselingen per week: vier dagen laag licht (225 µmol/m²/s) en drie dagen hoog licht (458 µmol/m²/s) Meerdaagse lichtintegratie In de praktijk werken telers vaak met een RTR-strategie, waarbij temperatuur en belichting op elkaar worden afgestemd om de plant in balans te houden. Omdat temperatuur in deze proef niet per compartiment geregeld kon worden, werd vooraf verwacht dat lichtwisselingen mogelijk zouden leiden tot ongelijke groei of problemen met vruchtzetting. Dat bleek in de praktijk mee te vallen. Er waren nauwelijks verschillen zichtbaar in plantlengte, bladafsplitsingssnelheid, trosvorming en plantbelasting tussen de behandelingen met lichtwisselingen en de referentie. Sterker nog: in de winter stonden de gewassen met lichtwisselingen er volgens de begeleidingscommissie vaak beter op dan de referentie. Zo was de kopdikte in januari en februari het grootst bij de behandeling met lichtwisselingen per week. Ook de uiteindelijke productie en het gemiddelde vruchtgewicht waren vergelijkbaar met de referentie. Dat laat zien dat er mogelijkheden zijn om slimmer te belichten op basis van beschikbare instraling, zonder negatieve effecten op groei en productie. Rood licht Belichten met alleen rood licht heeft duidelijke voordelen. Rood licht is energetisch efficiënt en zeer effectief voor fotosynthese. De vraag was echter of tomaten ook goed geteeld kunnen worden onder uitsluitend rood LED-licht, aangevuld met beperkt zonlicht. In deze proef bleek dat de planten in de winter onder rood licht minder sterk stonden, met dunnere koppen, meer geelverkleuring en minder uniformiteit. Toch bleef het effect op de productie beperkt. Bij beëindiging van de proef op 23 april lag de productie ruim 1 kg/m² lager dan de referentie. Hoewel deze extreme behandeling dus nadelige effecten liet zien in de wintermaanden, hield het gewas zich beter staande dan vooraf werd verwacht. In het voorjaar herstelde het gewas zich bovendien weer goed. De resultaten wijzen erop dat uitsluitend rood licht mogelijk interessant kan zijn bij voldoende buitenstraling. Een richtlijn daarvoor lijkt ongeveer 100 W/m² instraling te zijn. Over Het project ‘Intelligente aansturing van belichting voor een rendabele klimaatneutrale glastuinbouw’, ofwel Masterplan Licht, richt zich op het verlagen van het energiegebruik in de glastuinbouw door intelligente aansturing van assimilatiebelichting. Dit project is uitgevoerd door Business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research, Delphy Improvement Centre en Plant Lighting. Het is gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt gevolgd en begeleid door telers.

Geplaatst op: 18-05-2026

LichtEvent 2026: van brede inzichten naar gerichte keuzes

LED is geen innovatie meer, maar vertrekpunt Tijdens de opening maakte Dennis Medema (Kas als Energiebron) meteen duidelijk waar de sector staat: LED-belichting is allang geen nieuwigheid meer. De introductiefase ligt achter ons. De vragen van vandaag gaan niet meer over óf, maar over hoe je optimaal stuurt met licht, energie en klimaat. Juist die verdieping stond centraal tijdens deze editie van het LichtEvent. Sector in beweging: uitdagingen én oplossingen Adri Bom-Lemstra (voorzitter Glastuinbouw Nederland) gaf in haar opening een inkijkje in de actuele ontwikkelingen. De energietransitie vraagt veel van ondernemers, maar de sector laat zien dat zij kan schakelen. “Met elkaar maken wij de glastuinbouw sterker, slimmer en toekomstbestendig”, benadrukte zij. Tegelijk wees ze op de realiteit: stijgende kosten, netcongestie en onzekerheden rondom CO₂-voorziening. Haar boodschap was helder: maak gebruik van wat er is. Onderzoek, kennisdeling en subsidies via Kas als Energiebron liggen klaar. “Gebruik ons als loket, als kennispartner en als belangenbehartiger.” Energie, prijzen en flexibiliteit: blik van Martien Visser Hoofdspreker Martien Visser, Emeritus-lector Hanzehogeschool Groningen, gaf een scherp en feitelijk beeld van de energiemarkt, nu en richting 2030-2035. Zijn analyse onderstreepte hoe bepalend energie blijft voor de keuzes in de kas. Wereldwijd groeit de gasvraag nog altijd, terwijl geopolitieke spanningen, zoals rond LNG-routes, direct doorwerken in de prijzen. Hoewel de extreme pieken van de energiecrisis zijn afgevlakt, blijven de termijnprijzen onzeker en gevoelig voor ontwikkelingen in de wereld. Tegelijk liet Martien zien dat de elektriciteitsmarkt structureel verandert. Het aandeel zon en wind is inmiddels groot. In Nederland zelfs circa drie keer de gemiddelde stroomvraag, maar dat betekent ook sterke fluctuaties in beschikbaarheid en prijs. Op momenten met veel zon en wind dalen prijzen richting nul, terwijl ze bij schaarste juist stijgen richting de kostprijs van gascentrales. Opvallend is dat die volatiliteit in verhouding minder sterk is toegenomen dan vaak gedacht, doordat prijzen zich blijven bewegen binnen deze bandbreedte. Dat maakt ook duidelijk waarom de koppeling tussen stroom- en gasprijzen voorlopig blijft bestaan. Zijn belangrijkste boodschap voor de glastuinbouw: flexibiliteit wordt de sleutel. “Een kas is eigenlijk een flexibel energiesysteem”, stelde hij. “WKK is daarin nog steeds het summum van hybride.” Panel: scherpe stellingen en eerlijke reacties In het panelgesprek, onder leiding van Eric Poot (Delphy), gingen Martien Visser, Adri Bom-Lemstra, Pascal Lakerveld (Samax) en Eric Vereijken (glastuinbouwondernemer) met elkaar in gesprek. Aan de hand van stellingen en vragen werd ingezoomd op de praktijk. De eerste stelling raakte meteen de kern: is er nog toekomst voor belichte teelt in Nederland? De panelleden waren het erover eens dat die er is, maar wel in een andere vorm. Adri benadrukte dat belichting juist flexibiliteit biedt. Pascal gaf aan dat telers steeds minder met vaste volumes werken en meer kijken naar wat de plant aankan. Eric Vereijken was kritischer en wees op de oplopende kosten: “Het wordt duurder en dat moet ergens worden terugverdiend.” Ook de lessen uit eerdere energiecrisis (2021-2022) kwamen aan bod. Volgens Pascal ligt de focus nu veel meer op risicospreiding en vooruitkijken, terwijl Eric Vereijken aangaf dat hij zowel op lange termijn als op dagbasis inkoopt en continu scherp blijft op zijn strategie. Ook de toekomst van de WKK kwam nadrukkelijk ter sprake. De conclusie: ondanks alle ontwikkelingen blijft deze voorlopig nodig, met name vanwege de CO2-behoefte. Adri onderstreepte daarbij dat het doel, klimaatneutraal telen in 2040, leidend moet zijn. En dat de sector moet blijven werken met een mix van oplossingen, in plaats van één technologie centraal te stellen. Ook de rol van de overheid kwam ter sprake. Ondernemers willen investeren in verduurzaming, maar lopen tegen stijgende kosten aan. Volgens Adri is het essentieel dat die opgave niet alleen bij de sector wordt neergelegd en dat het gesprek hierover actief gevoerd blijft worden. Glastuinbouw Nederland pakt daar een belangrijke sleutelrol in. Van plenaire inzichten naar verdieping Na het plenaire programma gingen deelnemers uiteen in verschillende workshops en rondleidingen. Hier werd ingezoomd op specifieke thema’s zoals verdamping, lichtspectrum, dynamische belichting en nieuwe kasmaterialen. Juist deze opzet sluit aan bij wat steeds meer gevraagd wordt in de sector: maatwerkkennis. Telers en teeltspecialisten zoeken geen algemene antwoorden meer, maar inzichten die passen bij hun gewas, bedrijf en strategie. Die ontwikkeling is logisch en positief. De glastuinbouw wordt steeds specialistischer en daarmee groeit ook de behoefte aan gerichte kennis en praktische handvatten. Samen verder bouwen aan kennis Het LichtEvent laat zien waar de sector staat: een stap voorbij de introductie van nieuwe technieken, op weg naar optimalisatie en verdieping. Samenwerking tussen onderzoek, praktijk en beleid blijft daarbij essentieel. Want juist in die combinatie ontstaat de kennis die nodig is om de volgende stap te zetten in energiezuinig en toekomstbestendig telen. Benieuwd naar de gedeelde kennis tijdens het LichtEvent? Hier vind je de beschikbare presentaties . Foto gemaakt door Peter Visser. Panelleden met elkaar in gesprek, v.l.n.r. Martien Visser, Eric Vereijken, Pascal Lakerveld, Adri Bom-Lemstra en Eric Poot.

Geplaatst op: 24-03-2026

Eerste resultaten praktijkanalyse: lichtbenutting tomaat onder LED mogelijk lager

Praktijkdata wijzen op lagere LBE onder full-LED Plant Lighting analyseerde teeltgegevens van tomatenbedrijven waar binnen hetzelfde bedrijf geteeld werd onder SON-T, hybride of full-LED. Door alleen vergelijkingen te maken binnen één bedrijf en bij vergelijkbare teelten van grove trostomaten, konden de resultaten zo goed mogelijk met elkaar worden vergeleken. Uit deze analyse blijkt dat de LBE onder full-LED bij alle drie de onderzochte bedrijven lager was dan onder SON-T of hybride belichting. De verschillen varieerden van 5% tot 23%. Hoewel LED vaak gepaard gaat met een hogere lichtsom en meer kilo’s productie, bleek het vruchtgewicht niet in dezelfde mate mee te stijgen met de extra belichting. Basis voor vervolgonderzoek Een lagere LBE zou betekenen dat een deel van de energiewinst van LED-belichting verloren gaat. Ook kan het telers stimuleren om extra maatregelen te nemen, zoals meer buisgebruik of het aanjagen van verdamping, terwijl het effect daarvan niet altijd duidelijk is. Om beter te begrijpen waar het verschil vandaan komt, is in september 2025 een kasproef gestart. In dit onderzoek werken Plant Lighting, Delphy en Wageningen University & Research samen om de oorzaken van de lagere LBE onder LED te achterhalen en mogelijke oplossingen te vinden. Dit project wordt gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt begeleid door telers.

Geplaatst op: 09-03-2026

Scheutgelijkheid sturen met lichtintensiteit en spectrum

Auteur: Anja Dieleman en Jos Paul, Wageningen University & Research

Onderzoek met twee proeven Het onderzoek met twee proeven vond plaats in het IDC-LED van de business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research. Eerste proef In de eerste proef zijn de planten geteeld onder LED-licht met een intensiteit van 80 µmol/m²/s . Daarbij varieerden de omstandigheden: toevoeging van 4% of 10% verrood licht, het einde van de dag gebeurde met zonlicht of lamplicht, er was een nabelichting met rood of verrood licht. Tweede proef In de tweede proef zijn de planten geteeld onder verschillende lichtintensiteiten en samenstellingen: 100 µmol/m²/s, met en zonder verrood licht, 50 µmol/m²/s, met en zonder verrood licht, het einde van de dag gebeurde opnieuw met zonlicht of lamplicht, er was een nabelichting met verrood licht, daarnaast werd een behandeling getest met een hoger aandeel blauw licht (20% in plaats van 5%). Belangrijkste resultaten bij tomatenplanten Tomatenplanten die na het toppen bij een hoge lichtintensiteit (100 µmol/m²/s) zijn geteeld, kregen zwaardere scheuten, maar deze waren niet langer dan bij lage intensiteit (50 µmol/m²/s). De uniformiteit van de geteelde planten was onder hoog licht iets beter, maar het verschil bleef beperkt. Het lichtspectrum beïnvloedt de gelijkheid van de scheuten vooral bij lage intensiteit, maar vooral als met een lage intensiteit wordt belicht en de plant minder assimilaten (bouwstoffen) beschikbaar heeft. Het lichtspectrum aan het einde van de dag heeft een sterk effect: bij nabelichting met verrood licht of wanneer de dag eindigt met natuurlijk licht (dat meer verrood bevat dan lamplicht), ontstaan grotere verschillen in scheutuitloop → minder uniforme planten. In de behandeling met EOD FR (End Of Day Far-Red) bleef soms één scheut sterk achter of liep zelfs helemaal niet uit. Het voordeel van EOD FR: de planten hadden geen last van oedeem op de bladeren, terwijl dit bij andere behandelingen wel voorkwam. Belangrijkste resultaten bij aubergineplanten Bij hoge lichtintensiteit (100 µmol/m²/s) waren de planten meer uniform. Het lichtspectrum had hier geen invloed op de scheutgelijkheid. Conclusies De resultaten van deze experimenten laten zien dat het heel goed mogelijk is goede, uniforme planten op te kweken onder LED belichting. Uniformiteit, in andere woorden met gelijkmatige scheuten aan een getopte plant, is te sturen met belichting. Wanneer belicht wordt met een relatief hoge intensiteit worden de scheuten aan een plant zwaarder en lopen beide scheuten gelijkmatig uit. Er zijn dan weinig mogelijkheden om te sturen met het lichtspectrum na het toppen. Wanneer bij de teelt wordt gekozen voor een lagere lichtintensiteit en/of een hogere plantdichtheid om elektriciteitsverbruik en kosten te beperken, kan het lichtspectrum worden gebruikt om de scheutuitloop en uniformiteit van de planten te beïnvloeden. Daarbij komt dat een lager aandeel verrood in het spectrum, of de dag eindigen met een hoog aandeel rood licht (met lamplicht) kan leiden tot planten met een gelijkmatiger scheutuitloop. Deze effecten moeten afgewogen worden tegen de effecten van lichtspectrum op oedeem. Dit wordt juist voorkomen door aan het einde van de dag na te belichten. Deze kennis verhoogt het inzicht in de rol van licht op scheutgelijkheid en kan gebruikt worden om verdere stappen te zetten in een duurzame en rendabele glastuinbouw. Financiering en coördinatie Dit project is uitgevoerd door de business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. De proef is gevolgd en begeleid door opkweekbedrijven.

Geplaatst op: 18-11-2025

Ontvochtiging & elementen

Doel Met dit project wordt onderzocht hoe innovatieve ontvochtigingstechnieken kunnen bijdragen aan een energiezuinig en actief klimaat onder Full LED-belichting. Daarbij ligt de focus op de relatie tussen klimaatsturing, verdamping en elementopname in tomaat, met speciale aandacht voor het voorkomen van wankleurigheid. Beoogde resultaten: inzicht in de ondergrens van gasgebruik onder LED klimaatsturing via elektrische input (Caeli / Climalux) in plaats van gas energiebesparing van 10 tot 20% voorkomen van wankleurigheid door meer warmte in de kop van het gewas Projectbeschrijving De Nederlandse tomatensector schakelt steeds verder over van SON-T naar Full LED. Daarbij blijkt dat niet alleen het licht verandert, maar vooral ook het warmteprofiel. Waar SON-T naast licht ook warmte afgeeft, levert LED vrijwel geen stralingswarmte. In de winter van 2024–2025 kreeg een groot deel van de trostomatenteelt te maken met harde wankleurigheid. Het sterke vermoeden is dat dit wordt veroorzaakt door een gebrek aan warmte in de kop van de plant, waardoor verdamping en elementopname afnemen. Binnen dit project worden daarom twee innovatieve systemen getest onder Full LED: Caeli™ : actief lucht mengen boven en onder het scherm Climalux CLX-2 : LED-armaturen met geïntegreerde ventilator Deze systemen worden vergeleken met twee referentieafdelingen: SON-T en Full LED. Doel is om warmte beter in de kop van het gewas te krijgen, wankleurigheid te verminderen én energie te besparen. Financiering en coördinatie Dit project wordt gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt begeleid door telers. Het totaalbudget voor dit onderzoek is € 466.170, waarvan € 75.000,- in cash van Federatie van Vruchtgroente Organisaties (FVO). Projectnummer: E25004

Van 01-10-2025 tot 01-09-2026
Lopend

LED in de opkweek: jonge planten duurzaam geteeld

Doel en relevantie voor de praktijk LED-belichting biedt veel mogelijkheden om energie te besparen tijdens de opkweek van jonge tomatenplanten. Toch is nog niet duidelijk hoe telers LED-belichting het beste kunnen inzetten om uniforme planten van hoge kwaliteit af te leveren. Dit onderzoek brengt in kaart hoe lichtintensiteit en lichtspectrum de kwaliteit van het uitgangsmateriaal beïnvloeden. De opgedane kennis helpt opkweekbedrijven bij het maken van de juiste keuzes voor de inzet van LED-belichting. Daarmee kunnen zij energie efficiënter gebruiken én uniforme, kwalitatief hoogwaardige planten afleveren die zorgen voor een goede start van de teelt. Projectbeschrijving In dit onderzoek wordt gekeken hoe lichtintensiteit en lichtspectrum de groei en kwaliteit van jonge tomatenplanten beïnvloeden. Daarbij wordt onderzocht welke fase van de opkweek het meest gevoelig is voor verschillende lichtrecepten en hoe deze keuzes doorwerken in de verdere teelt. Het onderzoek wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met opkweekbedrijven en tomatentelers. In totaal worden vier experimenten uitgevoerd in het IDC-LED, waar met regelbare LED-belichting verschillende lichtrecepten kunnen worden nagebootst. Daarbij wordt onder andere gekeken naar de effecten van licht vóór en na het toppen van de planten, tijdens de afkweek en naar verschillen tussen tomatenrassen. De resultaten moeten leiden tot praktische belichtingsstrategieën waarmee opkweekbedrijven duurzamer en efficiënter kunnen telen. Het project bestaat uit drie werkpakketten (WP's): WP1: Afstemming en voorbereiding. WP2: Experimenten, bestaande uit vier proeven naar de invloed van lichtintensiteit, lichtspectrum, dynamisch belichten en rasgevoeligheid op de kwaliteit van jonge tomatenplanten. WP3: Rapportage en communicatie, waarin de resultaten worden vertaald naar praktische kennis voor de sector. Financiering en coördinatie Het totaalbudget voor dit onderzoek is € 203.820, waarvan € 75.000 door Plantum, € 24.000 door leveranciers en € 104.820 door Kas als Energiebron. Dit project wordt gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van het ministerie van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). Het onderzoek wordt uitgevoerd door Wageningen University & Research. De proef wordt begeleid door telers. Projectnummer: 25120

Van 01-10-2025 tot 01-04-2027
Lopend

Blog: Stroom duur? Belichting dimmen loont – maar wat doet het met je gewas en kasklimaat?

Auteur: Brigit den Bakker, Delphy

In het PPS project ‘Masterplan Licht’ wordt onderzoek gedaan naar de gevolgen van dynamische belichting. In het afgelopen seizoen is een belichte tomatenproef uitgevoerd bij het Delphy Improvement Centre. Op dit moment wordt er gewerkt aan de afronding hiervan. Deze blog geeft u een samenvatting van de proef. Twee afdelingen In een recente proef is gekeken wat het effect is van het dimmen van de belichting op zowel het gewas als het kasklimaat. Daarbij werd gewerkt met twee afdelingen: in de ene werd dynamisch belicht, waarbij op dure stroomuren in de ochtend werd gedimd naar 50 µmol/m²/s. In de andere afdeling werd gewerkt met een vaste lichtintensiteit als referentie. In beide gevallen werd gestuurd op een gelijke dagelijkse PAR-som. Bij de dynamische belichting is daarnaast op momenten met meer dan 100 Watt instraling extra belicht met puur rood licht. In totaal bestond 20% van de LED-uren uit dit rode licht. De proef werd uitgevoerd met het tomatenras Macxize XR van Axia. De temperatuur in de kas werd aangepast aan de belichting; daardoor werd in de dimperiode de temperatuur passief met 2 graden verlaagd. Ook werd gestuurd op een gelijke etmaaltemperatuur. De verticale temperatuurverdeling was in de dynamische behandeling wat ongelijker, door de hogere belichtingsintensiteit. Drie duidelijke verschillen Metingen aan het gewas lieten drie duidelijke verschillen zien. De gewasontwikkeling was iets trager in de referentie. Die planten hadden meer last van bladrandjes en werden dan ook over de gehele teelt slechter beoordeeld. Desondanks was de productie in beide kassen gelijk. Wel bleken de vruchten in de dynamische behandeling iets meer droge stof te bevatten. Uit de wateropname bleek dat er in de dynamische behandeling 15% meer water werd opgenomen door de planten. Dat is ook wel logisch als je weet dat de belichtingsintensiteit, in de periode dat er niet gedimd werd, ook 15% hoger lag. In de dimperiode nam de wateropname af. Bij het dimmen is het dus belangrijk om niet te veel water te geven. Conclusie Al met al is de conclusie getrokken dat dimmen geen negatief effect heeft op het gewas en de productie. Ook het belichten met puur rood vanaf 100 Watt instraling bleek geen probleem. De behandeling had wel een positief effect op de droge stof. Met het dimmen van de lampen is het wel belangrijk om goed te letten op de watergift. Financiering In het Masterplan Licht werken samen: de business unit Glastuinbouw van Wageningen University & Research, Delphy Improvement Centre, Plant Lighting en Glastuinbouw Nederland, met financiering door de Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en Kennis In Je Kas (KIJK). Dit is in het kader van het programma Kas als Energiebron.

Geplaatst op: 24-09-2025