Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 46.

Lagere LBE onder LED: wat is het probleem en wat is de oorzaak?

Doel en praktijkrelevantie Steeds meer telers werken met LED-belichting. Die stap is essentieel voor de energietransitie, maar in de praktijk zien we ook een zorgwekkende trend: bij onder andere tomaat, komkommer en gerbera ligt de lichtbenuttingsefficiëntie (LBE) onder LED lager dan onder SON-T. Dat betekent dat per mol licht minder kilo’s product worden geoogst. Daarnaast worden onder LED vaker kwaliteitsproblemen gemeld, zoals wankleur. Dit onderzoek wil precies achterhalen hoe groot dit probleem is, waar het vandaan komt en wat telers eraan kunnen doen. Het uiteindelijke doel is om telers praktische handvatten te geven om hun LBE te verhogen, zodat LED-belichting niet alleen energiezuinig is, maar ook maximaal rendeert in productie en kwaliteit. Projectbeschrijving Het onderzoek wordt uitgevoerd door Plant Lighting in samenwerking met Delphy Improvement Centre en Wageningen University & Research. De centrale vraag is waar het verlies in lichtbenutting ontstaat. Worden er minder suikers aangemaakt, of worden de suikers niet goed naar de vruchten getransporteerd? Het onderzoek bestaat uit drie samenhangende werkpakketten: een praktijkanalyse, een kasproef en verdiepende metingen in het gewas. Werkpakket 1: Inzicht uit de praktijk In dit werkpakket wordt voor tomaat, komkommer en gerbera in kaart gebracht hoe groot het LBE-probleem is en onder welke omstandigheden het optreedt. Dat gebeurt op basis van teeltdata en gesprekken met telers en adviseurs. De uitkomsten bepalen de opzet van de kasproef. Werkpakket 2: Vergelijkende kasproef In drie identieke tomatenkassen worden SON-T, full-LED en hybride belichting met elkaar vergeleken. Zo wordt zichtbaar wat het effect is van lichtspectrum en stralingswarmte op productie, LBE en vruchtkwaliteit. De proef loopt van september 2025 tot mei 2026. Werkpakket 3: Wat gebeurt er in het blad? Hier wordt onderzocht of en waar suikers zich ophopen in het blad en hoe dat samenhangt met roodverkleuring en remming van de fotosynthese. Ook wordt gekeken naar genexpressie om de onderliggende oorzaak te begrijpen. Resultaat en vervolg De kern van dit onderzoek is een zo zuiver mogelijke vergelijking tussen de drie belichtingssystemen, met behoud van een gezond en realistisch teeltklimaat. De begeleidingscommissie (BCO), met telers en experts, is nauw betrokken om te zorgen dat de resultaten direct relevant zijn voor de praktijk. Door precies te begrijpen waar het ‘lek’ in de lichtbenutting zit, ontstaat de basis voor gerichte oplossingen. Dat helpt telers om LED-belichting niet alleen energiezuinig, maar ook maximaal productief te maken. Financiering en coördinatie Het totaalbudget voor dit onderzoek is € 771.504, waarvan € 20.000 in cash (schatting) en € 60.000 in kind door Agrolux. Dit project wordt gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef wordt begeleid door telers. Werkpakket 1: Inzicht uit de praktijk In werkpakket 1 is onderzocht hoe groot het probleem rond lichtbenuttingsefficiëntie (LBE) in de praktijk is. Hiervoor zijn teeltdata van tomatenbedrijven geanalyseerd en gesprekken gevoerd met telers en adviseurs. Uit de analyse blijkt dat de LBE onder full-LED-belichting lager kan zijn dan onder SON-T of hybride belichting. Bij de drie onderzochte tomatenbedrijven lag de LBE onder LED 5% tot 23% lager. Hoewel LED vaak gepaard gaat met een hogere lichtsom en meer productie, stijgt het vruchtgewicht niet in dezelfde mate mee met de extra belichting. Deze inzichten uit de praktijk vormen de basis voor vervolgonderzoek. Projectnummer: 25103

Van 01-04-2025 tot 01-12-2026
Lopend

Aardbei fossielvrij jaarrond: de laatste stap om in balans te kunnen telen?

Auteur: Henny van Gurp

Figuur 1. Links: Fandango bij 16˚ C etmaal en daglengte 13 uur. Rechts: Fandango bij 19˚ C etmaal en daglengte 13 uur. Het blijkt dat er voor tros-inducerend telen met verse junidragers tussen twee klippen door gezeild moet worden: (1) Voldoende korte daglengte om trosinductie te verkrijgen. (2) Voldoende lange daglengte en temperatuur om (beginnende) dormancy te vermijden. Resultaten uit eerdere proeven suggereren dat bij een daglengte van 14 uur, waarbij nog wel trosinductie kan plaatsvinden, al beginnende dormancy op kan treden. Proeven in klimaatcellen hebben laten zien dat door op de juiste momenten van de dag te sturen met het juiste lichtspectrum, het kan lukken om een junidrager goed te laten strekken en trosinductie te behouden bij een daglengte van 18 uur. Door gedurende de dag van lichtspectrum te veranderen wordt het gewas als het ware misleid, waardoor de trosaanleg ook bij lange dag doorgaat (dus tros-inducerend telen). Vermijden beginnende dormancy Als de eerste twee klippen zijn ontweken, doemt er een derde klip op: de assimilatenbalans. Als er een lichtoverschot is in de vegetatieve beginfase, gaan planten gemakkelijk uitstoelen. Later in de teelt geeft dit gelijktijdige trosuitloop van al die ‘zijneuzen’ waardoor de plant uit balans raakt en productie pieken en dalen zich achter elkaar blijven opvolgen. In de klimaatcellen bij Plant Lighting is afgelopen augustus een nieuwe proef gestart met de rassen Fandango en Inspire. In deze proef wordt aan de hand van daglengte en temperatuur getoetst of beginnende dormancy te vermijden is, terwijl trosinductie doorgaat en de assimilatenbalans onder controle gehouden kan worden. Duidelijke verschillen Gedurende de proef wordt het najaar gesimuleerd met afnemende lichtsommen kunstmatig daglicht en stijgende lichtsommen bijbelichting die de maanden september tot en met december nabootsen. Er zijn zes behandelingen die verschillen in luchttemperatuur (16˚ C of 19˚ C, DIF 6˚ C) en verschillende vormen van nabelichting (daglengte 13 of 18 uur). De proef loopt nu 14 weken en er zijn duidelijke verschillen tussen de planten te zien. Vooral bij de behandelingen die alleen verschillen in temperatuur is goed zichtbaar dat de planten bij 19˚ C meer en sneller strekken dan bij 16˚ C. Ook strekken de behandelingen met nabelichting meer dan de behandelingen zonder nabelichting. Strekking van jonge hartblaadjes lijkt echter niet een volledige manier om beginnende dormancy vast te stellen. Ook lijkt de duur van verduistering op het trayveld erg belangrijk voor hoe het gewas op nabelichting reageert. De komende weken zullen we ook gaan zien wat het effect van de behandelingen is op plantbelasting en oogst. Alles bijeengenomen levert deze proef nieuwe inzichten op die ons weer meer zullen leren over het inducerend telen van aardbei. Dit onderzoek is gefinancierd door Kas als Energiebron, Stichting Aardbei Onderzoek, Fresh Forward en Plant Sciences EU. De De proef wordt intensief gevolgd en begeleid door telers vanuit de landelijke commissie aardbei.

Geplaatst op: 16-11-2023

Aardbei onder controle II: naar een fossielvrije jaarrond teelt

Doel Het doel van dit project is het ontwikkelen en demonstreren van een fossielvrije belichte aardbeienteelt door inducerend te telen met één planting, met een plant in balans. Projectbeschrijving Een jaarrondproductie is mogelijk door gebruik te maken van belichting tijdens de winterperiode. Op dit moment worden op het overgrote deel van het areaal glas gekoelde junidragers geteeld. Deze teelt kenmerkt zich door eerst een relatief lange periode van vegetatieve ontwikkeling en vervolgens vruchtdracht. Een oogstpiek is hierbij vrijwel onvermijdelijk. Een continue en relatief gelijkmatige productie zou wenselijk zijn. De potentiële productie en energetische efficiëmntie zijn dan veel hoger. Om continu te oogsten zal men toe moeten naar 'inducerend telen' waardoor een plant een continue vruchtdracht heeft. Het blijkt een grote uitdaging om in balans te telen. Herbij spelen daglengte, DLI (Daily Light Integral) en RTR (Ratio Temperature Radiation) een belangrijke rol. Dit project richt zich op een jaarrondteelt in balans met low-chill junidragers. Afgelopen jaren is er veel kennis opgedaan met betrekking tot de assimilatenbalans van low-chill junidragers, dormancy/winterrust, daglengte, spectrale effecten op bloei en strekking, en bloemaanleg. In twee jaar tijd zijn er grote stappen gezet van fundamenteel principe naar duurzaam teeltconcept. De laatste stappen moeten nog worden gezet. In dit project zijn de voorspelbaarheid van de assimilatenbalans, dormancy-management en sturing van de verdamping de laatste te nemen hordes. Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Projectnummer: 23012

Van 01-06-2023 tot 01-12-2024
Lopend

Sneltesten voor inzicht van de assimilatenbalans

Doel Het doel van dit project is inzicht te verkijge in hoe de assimilatenbalans kan worden gemeten, welke sneltesten daarvoor kunnen worden gebruikt en hoe deze kunnen worden gebruikt om klimaatcondities en CO2 dosering te optimaliseren. Projectomschrijving Binnen Het Nieuwe Telen wordt planmatig geteeld, waarbij men streeft naar balans tussen de aanmaak en het verbruik van assimilaten door het gewas. Inzicht in de assimilatenbalans van een gewas kan telers helpen om het kasklimaat en CO2 dosering te optimaliseren en daarmee energie te besparen. Helaas is het lastig om de assimilatenbalans te meten omdat bepalingen van assimilaten als zetmeel en suikers tijdrovend zijn en/of specialistische (dure) apparatuur en kennis vereisen. Het sturen op plantbalans wordt in de praktijk dan ook gedaan op basis van een teeltplan, de stand van het gewas en de ervaring van de teler. Dit maakt het erg lastig om het klimaat en CO2 dosering momentaan te optimaliseren op basis van de behoeftes van het gewas. In verschillende onderzoeksvelden wordt gebruik gemaakt van indicatoren voor zetmeel en suiker-concentraties die sneller en vaak goedkoper zijn te meten dan de zetmeel en suikerconcentraties zelf. Zo wordt bijvoorbeeld voor het aantonen van zetmeel in voeding gebruik gemaakt van jodium-kleuring en wordt in plantfysiologisch onderzoek gebruik gemaakt van genetische markers voor de energiestatus die op een lab eenvoudig en snel kunnen worden gemeten. Dergelijke indicatoren kunnen de basis vormen voor sneltesten. In dit project wordt in een deskstudie bepaald hoe deze sneltesten kunnen worden ontwikkeld. Projectnummer: 22008

Van 01-04-2022 tot 01-12-2022
Lopend

Monitoring huidmondjesopening: voldoende opening onder LED-belichting?

Auteur: Govert Trouwborst (Plant Lighting)

De doelstelling van dit onderzoek was tweeledig: Ontwikkeling en validatie van de stomata-sensor voor ‘live-meting’ van huidmondjesgedrag in de kas. Dit werkpakket is uitgevoerd bij voorbeeldgewas anthurium. Kennisontwikkeling over het gedrag van huidmondjes onder LED-belichting bij voorbeeld-gewas paprika. Wat is de minimale energietoevoer, zodat de huidmondjesopening de fotosynthese niet beperkt? Deze vraag geldt in brede zin bij telen onder full-LED belichting. Voor Anthurium is gebleken dat de stomatasensor die gevoed wordt door een netto stralingsmeter schattingen van de huidmondjesgeleidbaarheid geeft die in dezelfde orde grootte liggen als die gemeten worden door nauwkeurige fotosynthese-meetapparatuur. Een belangrijk aandachtspunt blijft dat de betrouwbaarheid van de stomatasensor afhangt van de betrouwbaarheid en representativiteit van de meetpositie van alle gebruikte sensoren. Dit vraagt aandacht van de teler. Afvoer van energie Voor paprika bleek in een proefopstelling dat niet het aanbod van energie leidend was in de huidmondjes-geleidbaarheid, maar de afvoer van energie: enerzijds via convectie, anderzijds via verdamping. In de praktijk zal dus in de situatie van LED-belichting én een huidmondjesbeperking voor de fotosynthese allereerst de uitstraling (is afvoer van energie) moeten worden geminimaliseerd en de convectieve afdracht van energie moeten worden verkleind, zodat de verdamping de primaire afvoer van energie wordt. Een hoger percentage blauw licht stimuleerde ook de huidmondjesopening, en biedt een oplossing als het niet lukt om voldoende verdamping te realiseren door beperking van de afvoer van energie. Met de ontwikkelde kennis kan een ‘vangrail’ worden opgesteld voor de huidmondjes-opening. Hierdoor kunnen licht, CO2 en warmte efficiënter benut worden. Met behulp van een fotosynthesemodel kan ‘live’ in beeld gebracht worden of huidmondjes wel voldoende open staan. Anderzijds gaat warmte onnodig verloren als huidmondjes verder open staan dan nodig, doordat dan meer (latente) warmte moet worden afgelucht (ontvochtigen) of onnodig veel verneveld wordt.

Geplaatst op: 02-03-2022

‘Op donkere dagen gewas in zomerbalans houden’

Auteur: Peter Geelen

En juist op deze donkere dagen in de zomer bleek bij veel deelnemers in de verschillende groepen de etmaaltemperatuur 1- 2°C hoger te liggen ten opzichte van dagen in het voorjaar met vergelijkbare lichtsommen. Het verbruik van assimilaten is dan onevenredig hoog. Zeker als je daarbij bedenkt dat de plantbelasting in de zomer het dubbele kan zijn ten opzichte van het voorjaar. Hierdoor wordt het verbruik van assimilaten - en dus de onbalans - nog groter. Sterke wortelgroei Dus juist op deze donkere dagen vindt verzwakking van het gewas plaats, waarbij in het groeipunt van de plant minder sterke cellen worden aangelegd, die vatbaarder zijn voor ziekten en plagen en eerder te leiden hebben van vochtschokken. En vochtschokken in de plant worden door deze onbalans op de assimilatenbalans in de hand gewerkt door onregelmatige wortelgroei. Op de donkere dagen, wanneer er een tekort is aan assimilaten, zullen de wortels als eerste aan groei inleveren en kunnen zelfs afsterven. In een later stadium zal dit ongetwijfeld weer leiden tot een ‘te’ sterke wortelgroei. Het gevolg is dat op het ene moment meer risico is op waterstress en op het andere moment te veel worteldruk. Beide situaties zijn bron voor ziekte- en kwaliteitsproblemen zoals Botrytis, binnenrot, Mucor, Mycosphaerella, gescheurde vruchten en/of bladranden etc. Meer wortelproblemen werden vorige zomer ook bevestigd door deelnemers van de leergroepen. Groeikracht en weerbaarheid De sleutel om op donkere dagen een voldoende lage etmaaltemperatuur te bereiken, ligt in de zomer bij het tijdstip om van de dagtemperatuur naar de nachttemperatuur te gaan. Omdat de nachten slechts acht uur zijn in de zomer is dat te kort om de temperatuur te drukken, zeker als het buiten relatief warm is. Daarom helpt het om op donkere dagen alvast drie tot vier uur voor zononder met de kastemperatuur naar de nachttemperatuur te gaan. De nacht- en dagtemperatuur moeten uiteraard ook lager zijn dan op zonnige dagen. Elke dag meer in balans door een constante verhouding temperatuur-licht, beloont het gewas met meer groeikracht en weerbaarheid. Dit leidt tot betere productie en kwaliteit met minder bespuitingen. Dat is dus duurzaam en rendabel telen tegelijk. Ben je geïnteresseerd om je meer te verdiepen in de achtergronden van Het Nieuwe Telen, ga dan naar de website www.kasalsenergiebron.nl . Daar wordt op korte termijn de inschrijving weer geopend voor nieuwe basisgroepen en de vervolggroepen in het najaar van 2020.

Geplaatst op: 24-06-2021

Leergroep paprika verkort de leercurve en kiest voor planmatig telen

Auteur: Peter Geelen

Planmatig telen met een constante RTR Daarvoor hebben de leergroep-deelnemers een plan gemaakt door te werken met een constante RTR (Ratio Temperature Radiation), één van de handvatten die Het Nieuwe Telen biedt. Elke dag wordt de etmaaltemperatuur in een constante verhouding afgestemd op de lichtsom van die dag. Op deze manier veert de temperatuur continu in dezelfde verhouding mee met de instraling, waardoor van dag tot dag balans op de assimilatenbalans ontstaat. De aanmaak van assimilaten wordt afgemeten aan de lichtsom, het verbruik aan de etmaaltemperatuur. Dit wordt ook wel telen met een constant RTR genoemd. Dashbord maakt monitoring eenvoudig Om de gerealiseerde RTR eenvoudig te kunnen volgen, maakt de groep gebruik van de module Plantbalans in LetsGrow. Hiermee kunnen ze niet alleen hun eigen prestaties volgen, maar ook de verrichtingen van hun collega’s in de groep. In het dashbord Plantbalans staat onder andere de grafiek van de bijgaande figuur. Op een heel eenvoudige manier kunnen de deelnemers monitoren hoe goed ze de balans voor het gewas op voorhand weten te behouden. De groene lijn is de streeflijn, die op basis van ervaring van voorgaande jaren is vastgesteld. De basistemperatuur (het snijpunt met de Y-as oftewel de denkbeeldige etmaaltemperatuur als er geen licht is) van deze streeflijn is 19°C. De RTR, oftewel de variatie in etmaaltemperatuur per 1000 Joule/cm2.dag, is 1,5°C. Daarmee is de etmaalstreeftemperatuur 20,5 bij 1000 Joule/cm2.dag, 22 C bij 2000 Joule/cm2.dag, en 23,5 C bij 3000 Joule/cm2.dag. De punten in de grafiek horen ieder bij één dag. En de rode lijn vormt de gemiddelde gerealiseerde RTR, dus het gemiddelde van de rode punten. Leercurve verkorten met een constante koers Door met een constante temperatuur-lichtverhouding te werken, maakt het volgen en verbeteren van de teelt makkelijker. Een rechte koers is eenvoudig te herhalen en te vergelijken. Doordat de beperkende factor op deze manier ook beter te achterhalen is, kan de teeltstrategie ook sneller worden verbeterd, met een nieuwe constante koers. Het telen met een constante temperatuur-lichtverhouding is ook heel eenvoudig over te dragen aan onervaren collega’s. Deze manier van werken is veel tuinders misschien niet eigen, maar de ervaring leert dat het zijn vruchten afwerpt en veel rust creëert door met een objectieve meting te anticiperen in plaats van achteraf te reageren op de stand van het gewas. Naar een krachtig en weerbaar gewas Zoals in de grafiek is te zien, liggen alle rode punten heel dicht op de rode lijn. En de rode lijn ligt heel dicht op de groene lijn, dus de streef RTR wordt zeer constant gerealiseerd. Voor het gewas betekent dit dat elke dag het verbruik in balans is met de aanmaak van assimilaten. Hierdoor kan het gewas van dag tot dag evenwicht creëren tussen vegetatieve en generatieve groei en ondersteunt dit ook evenwicht tussen zetting en oogst van vruchten. De praktijk leert dat door op deze manier te anticiperen op wisselingen van instraling, correcties van de groei achteraf veel minder frequent nodig zijn. Tenslotte bevordert deze balans ook een constante wortelgroei. Al deze effecten leiden naar de groei van een sterk weerbaar gewas dat bestand is tegen weersovergangen en minder vatbaar is voor schimmels en insecten. Bovendien is het risico op waterstress of overmatige worteldruk ook minder groot. Dit is gunstig om bijvoorbeeld het optreden van binnenrot, neusrot en stengelfusarium te verminderen. Met andere woorden telen met een constante RTR draagt bij aan een duurzame teelt. Het gewas staat altijd klaar om het licht om te zetten in een hoge productie met een goede kwaliteit, met minimale inzet van CO2, water, nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen. Meer eenvoudige handvatten HNT Wie zich hier verder in wil verdiepen kan zich aanmelden voor een cursus . Wie hier meer over wil lezen kan de Nederlandse uitgave van het boek Plant Empowerment bestellen in de webshop: Plant Empowerment The basic principles - Plant Empowerment

Geplaatst op: 30-03-2021

Meten en sturen van plantbelasting in sierteeltgewassen

Doel De doelstelling is om het begrip plantbelasting voor sierteeltgewassen nader te onderzoeken, te beschrijven en meetbaar te maken, om vervolgens daarmee de potentie voor energiebesparing te kunnen bepalen. Door het kunnen meten van de plantbelasting kunnen telers het klimaat middels HNT beter sturen met minder energie. Projectbeschrijving HNT gaat uit van optimale assimilatie-, energie- en waterbalans van de plant. De assimilatenbalans is gericht op in balans houden van aanmaak en verbruik van assimilaten. Bij de aanmaak gaat het om de fotosynthese. De assimilatenvraag wordt bepaald door de sink-sterkte van de verschillende plantendelen/organen. De hypothese is dat de assimilatenvraag sterk wordt beïnvloed door de plantbelasting en een hoge plantbelasting in de sierteelt leidt tot een slechte kwaliteit, omdat er te weinig assimilaten beschikbaar zijn voor het aantal groeiende delen. Je zou dan in termen van HNT kunnen spreken over ‘niet in balans’. Bij het onderzoek naar Perfecte roos is naar voren gekomen dat het aantal takken per m2 de krachtigste stuurfactor is om de kwaliteit van de bloemtakken te beïnvloeden. Bij gerbera is er door de FloriConsult Group en telers al enkele jaren ervaring opgedaan met het monitoren van de plantbelasting. De sierteelt bestaat uit een groot scala van gewassen waarbij de aard en sturing van de sink-sterkte verschilt per gewas. Vraag rijst wat een goede definitie is voor het begrip plantbelasting bij sierteeltgewassen. Daarom wordt een deskstudie voorgesteld om het begrip plantbelasting voor sierteeltgewassen nader te onderzoeken, te beschrijven en meetbaar te maken, om vervolgens daarmee de potentie voor energiebesparing te kunnen bepalen. Het project wordt uitgevoerd als een deskstudie in combinatie met gesprekken met collega onderzoekers, sierteeltexperts, HNT cursusleiders en praktijkvertegenwoordigers met relevante kennis van de sierteelt en ervaring met werken met de begrippen plantbelasting en plantbalans. Werkpakket 1: Deskstudie In dit werkpakket wordt bepaald wat een goede definitie van plantbelasting bij sierteeltgewassen is en hoe het meten van plantbelasting kan bijdragen aan bredere toepassing van HNT en energiebesparing in de sierteelt? De sierteelt bestaat uit een groot scala aan snijbloem- en potplantgewassen en teeltwijzen. Gewassen zullen worden ingedeeld in groepen op basis van gewaseigenschappen, sturingsmogelijkheden en voor zover relevant randvoorwaarden voor het meten en sturen op plantbelasting. Werkpakket 2: Gesprekken met externe sierteeltexperts, HNT cursusleiders en/of vertegenwoordigers uit de praktijk Werkpakket 3: Synthese Op basis van de informatie uit WP1 en WP2 wordt een overzicht gemaakt van definitie(s) en sturingsmogelijkheden van plantbelasting bij verschillende groepen van sierteeltgewassen. Op basis hiervan wordt op structurele wijze beredeneerd welke mogelijkheden van energiebesparing in de sierteelt dit kan opleveren en welke beperkingen en/of knelpunten daarbij op kunnen treden/van belang zijn. Uiteindelijk resulteert dit in concrete inzichten hoe het meten en sturen van plantbelasting kan bijdragen aan bredere toepassing van HNT. Projectnummer: 20162

Van 01-09-2020 tot 31-05-2021
Afgerond

Winterlichtkas komkommer onder LED

Doel: Demonstratie van een duurzaam teeltconcept van komkommer onder LED belichting met nadruk op de juiste teeltstrategie / hoe te telen met LED belichting. De opgedane kennis t.a.v. teeltstrategie (o.a. sturing klimaat, water- en nutrientengift) kan door telers opgepakt worden. Toelichting: Dit jaar is volledig LED belichting toegepast in de Winterlichtkas (kasconcept met 10% meer zonlicht in de winter). Het gebruikte spectrum (Blauw 5%, Groen 9%, Rood 75% en VR 11%) liet vanaf november sommige planten een wat vreemde verschijnselen zien in de vorm van: erg veel guttatie, gedrongen groei, neiging naar broeikoppen, erg veel nagroei van kleine vruchtjes en scheuten uit ‘schone’ bladoksels. De kwaliteit van kom-kommers is prima en de productie acceptabel maar kan en moet beter. Kortom het gaat niet slecht maar we zijn er duidelijk nog niet. Discussie gaat daarbij over of er voldoen-de gewasactiviteit is, of het juiste spectrum wel toegepast wordt en er door het gemis aan warmtestraling anders geteeld moet worden. In dit vervolgonderzoek is dan aan-dacht voor spectrum, nutriëntenopname met name in de kop onder LED en verdamping. Aanpak: WP1 licht en spectrum analyse Door alle kennis vanuit het onderzoek en praktijk te verzamelen en analyseren moet besloten worden of aanpassing in spectrum (gedeeltelijk) noodzakelijk is. WP 2 Gewas- en energieperformance In september 2020 wordt een belichte teelt van komkommer gestart in de winterlicht-kas. Deze teelt zal tot april lopen. Het ras wordt gekozen in overleg met de BCO waar-bij 2 rassen de voorkeur hebben. In de proef worden twee teeltstrategieën beproefd in plantdichtheid en/of variaties in plantbelasting. Mogelijk dat afhankelijk van het resul-taat in WP1 er nog een (gedeeltelijke) spectra aanpassing zal plaatsvinden. In deze teelt worden de volgende vragen beantwoord: Wat is de gewasperformance in de belichte teelt? Er wordt gekeken naar groei, ontwikkeling, continuïteit in productie, opbrengst en vruchtkwaliteit tijdens de teelt. Zijn er effecten op ziektes, plagen en de inzet van biologische bestrijders? Monitoring gewasperformance : De teelt wordt nauwkeurig gemonitord via wekelijkse gewaswaarnemingen van plant-leng-te, bladvorming, aantallen en kilo’s geoogste vruchten in de verschillende teelt-strategieën en periodieke bepalingen van bladoppervlakte, uitgroeiduur en droge stof percentage van de vruchten en bladeren. Eventuele afwijkingen in bladvorm, plantop-bouw (bv. broeikop-pen) en fysiogene afwijkingen aan plant of vruchten worden geregi-streerd. Verder wordt periodiek de lichtonderschepping gemeten. Wekelijks wordt een monster genomen van de voedingsoplossing in de mat (per ras) en 3 wekelijks wordt een bladanalyse gemaakt om de samenstelling aan nutriënten in het blad te bepalen. Monitoringkasklimaat en energieperformance: : Het kasklimaat en energiegebruik wordt nauwkeurig gemonitord. Er is een netto stra-lingsmeting om behulpzaam te zijn bij het opstellen van de energiebalans van het ge-was. Met een weeggoot zal de momentane verdamping worden gemeten. Op gezette tijden wordt ook informatie van de gewastemperatuur met een thermografische camera ver-zameld. Daarnaast zal opgezette tijden met behulp van spat en of fotosynthesecapaci-teit, spectrale metingen en gewastemperatuur beter inzicht in de verdampingscapaci-teit in de diverse bladlagen bepaald worden. Projectnummer: 20152

Van 01-09-2020 tot 30-09-2021
Lopend

‘Op donkere dagen gewas in zomerbalans houden’

Auteur: Peter Geelen

En juist op deze donkere dagen in de zomer bleek bij veel deelnemers in de verschillende groepen de etmaaltemperatuur 1- 2°C hoger te liggen ten opzichte van dagen in het voorjaar met vergelijkbare lichtsommen. Het verbruik van assimilaten is dan onevenredig hoog. Zeker als je daarbij bedenkt dat de plantbelasting in de zomer het dubbele kan zijn ten opzichte van het voorjaar. Hierdoor wordt het verbruik van assimilaten - en dus de onbalans - nog groter. Sterke wortelgroei Dus juist op deze donkere dagen vindt verzwakking van het gewas plaats, waarbij in het groeipunt van de plant minder sterke cellen worden aangelegd, die vatbaarder zijn voor ziekten en plagen en eerder te leiden hebben van vochtschokken. En vochtschokken in de plant worden door deze onbalans op de assimilatenbalans in de hand gewerkt door onregelmatige wortelgroei. Op de donkere dagen, wanneer er een tekort is aan assimilaten, zullen de wortels als eerste aan groei inleveren en kunnen zelfs afsterven. In een later stadium zal dit ongetwijfeld weer leiden tot een ‘te’ sterke wortelgroei. Het gevolg is dat op het ene moment meer risico is op waterstress en op het andere moment te veel worteldruk. Beide situaties zijn bron voor ziekte- en kwaliteitsproblemen zoals Botrytis, binnenrot, Mucor, Mycosphaerella, gescheurde vruchten en/of bladranden etc. Meer wortelproblemen werden vorige zomer ook bevestigd door deelnemers van de leergroepen. Groeikracht en weerbaarheid De sleutel om op donkere dagen een voldoende lage etmaaltemperatuur te bereiken, ligt in de zomer bij het tijdstip om van de dagtemperatuur naar de nachttemperatuur te gaan. Omdat de nachten slechts acht uur zijn in de zomer is dat te kort om de temperatuur te drukken, zeker als het buiten relatief warm is. Daarom helpt het om op donkere dagen alvast drie tot vier uur voor zononder met de kastemperatuur naar de nachttemperatuur te gaan. De nacht- en dagtemperatuur moeten uiteraard ook lager zijn dan op zonnige dagen. Elke dag meer in balans door een constante verhouding temperatuur-licht, beloont het gewas met meer groeikracht en weerbaarheid. Dit leidt tot betere productie en kwaliteit met minder bespuitingen. Dat is dus duurzaam en rendabel telen tegelijk. Ben je geïnteresseerd om je meer te verdiepen in de achtergronden van Het Nieuwe Telen, ga dan naar de website www.kasalsenergiebron.nl . Daar wordt op korte termijn de inschrijving weer geopend voor nieuwe basisgroepen en de vervolggroepen in het najaar van 2020.

Geplaatst op: 09-06-2020