Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 15.

Eindrapport: Kun je met elektromagnetische straling met lange golven plantengroei stimuleren en energie besparen?

Auteur: Dennis Medema

In de studie werden tijdens de winter van 2023-2024 tomaat en komkommer blootgesteld aan langgolvige elektromagnetische straling met een frequentie van 1 tot 15 MHz. Dat gebeurde met zogeheten modulatoren, apparaatjes met een vermogen van slechts 5 Watt. In zomer van 2024 gebeurde hetzelfde met jonge anthuriumplanten, maar dan in klimaatcellen. De onderzoekers konden echter geen positieve effecten ontdekken van de langgolvige elektromagnetische straling geproduceerd door de modulatoren op de groei van de planten. De verschillen die wel gevonden werden in groei en fotosynthese waren niet in het voordeel van de behandeling met elektromagnetische straling en leek in de kasproef eerder een effect te zijn van verschil in lichtintensiteit. Op basis van de studie werd eveneens duidelijk dat langgolvige elektromagnetische straling met een frequentie van 1-15 MHz en een veldsterkte van 0,125 nT geen duidelijke bijdrage levert aan de energiebesparing in de glastuinbouw. Vervolgonderzoek nodig Om na te gaan of langgolvige elektromagnetische straling daadwerkelijk de plantengroei kan stimuleren, is volgens WUR meer fundamenteel onderzoek nodig met meerdere veldsterktes en frequenties. Dit project is uitgevoerd door Wageningen Universiteit & Research en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK). De proef is gevolgd en begeleid door telers.

Geplaatst op: 24-06-2025

Snij-anthurium onbelicht naar klimaatneutraal 2.0

Doel Demonstratie van klimaatneutrale onbelichte snij-anthuriumteelt in de 2SaveEnergyKas (onderdeel van het IDC bij WUR Glastuinbouw in Bleiswijk). Met de kennis kunnen telers direct de gehanteerde teeltstrategieën overnemen en een goed beeld vormen welke investeringen interessant zijn om verder energie te besparen en de teeltkwaliteit te verbeteren. Aanpak De 2SaveEnergy kas maakt de verwachtingen met betrekking tot het energiegebruik ook bij de snijanthurium meer dan waar. Dit is veelal te danken aan de extreem goede isolatie van de kas en toepassing van een “next generation” semigesloten kassysteem. Hoewel dit ontvochtigingssysteem volledig is uitgelegd op het gebruik voor ontvochtiging, is gebleken dat gedurende de zomer er ongeveer evenveel warmte geoogst kan worden als er op jaarbasis voor de teelt in deze kas nodig is. Er zijn er gewas- en gewasbescherming technisch gesproken toch diverse uitdagingen opgedoken die zeer waarschijnlijk een klimaatachtergrond hebben. Doel is dan ook tot een verbetering van de bloem-kwaliteit in de winter te komen. Producties zijn hoger dan in de praktijk met ook zwaardere kwaliteit bloemen en langere houdbaarheid doordat m.n. meer licht toegelaten wordt. Het beoogde vervolg op de huidige teelt van 6 maanden geeft de mogelijkheid de gewaseffecten op de komende zomer warmteoogst in herfst en winter goed te kunnen volgen en bepalen. Er zijn nog een aantal vragen die beantwoord gaan worden Is verlaging van de etmaaltemperatuur zinvol? Kan de CO2 dosering nog verder omlaag? Kan de bloemvorm en kleur verbeterd worden door het klimaat anders te sturen door bijv. mindere koele luchtinblaas onder het gewas? Kan blauwverkleuring en glazigheid verbetert worden door de ontvochtiging anders te regelen. Werkpakket 1 Interactie gewasreacties en klimaat De bestaande kennis over oortjes, blauwverkleuring en glazigheid en de interactie met de wijze van telen, het oogsten van warmte in de zomer en het “droog” kunnen sturen van het klimaat worden in een workshop met voorlichting en telers/BCO leden besproken. Resultaat hiervan moet een goed onderbouwde hypothese vormen die we gedurende de (vervolg) teelt kunnen beoordelen. Hierbij zal ook terdege ingegaan worden welke metingen hiervoor nu werkelijk gemaakt moeten worden. Ook de verminderde CO2 inbreng wordt besproken om daarmee een breed gedragen doel te kunnen definiëren. Werkpakket 2: De Teelt Al in het huidige project wordt een aantal additionele sensoren geïnstalleerd om komende zomer de pottemperatuur bij de 2 behandelingen te kunnen monitoren. Hierbij zal ook middels thermokoppels in de groeipunt bekeken worden of de temperatuur van de groeipunt in de zomer inzicht kan verschaffen in de kans op afwijkende bloemvorm en kleur. Daarnaast zal uitgebreid het klimaat, energie- en CO2-verbruik gemonitord worden. Gewasgroei, ontwikkeling en gewaskwaliteit zal nauw gevolgd worden naar voeding en bemesting en gewasgezondheid. Klimaatneutrale (all-electric) onbelichte jaarrondteelt van snijanthurium is haalbaar in de 2SaveEnergy-kas, zonder inzet van fossiele brandstoffen. Door de extreem goede isolatie kon de teelt grotendeels worden verwarmd met warmteoogst uit ontvochtiging, gecombineerd met circa 55 kWh elektriciteit voor warmtepomp en ventilatoren. Het gewas werd door telers beoordeeld als compact en gezond, met goede wortelontwikkeling en zware kwaliteit bloemen. De productie (aantal bloemen) was vergelijkbaar met de praktijk, net als bloemkwaliteit en houdbaarheid. Internodiën waren veel korter dan bij een even oud praktijkgewas, wat bijdroeg aan een compactere plantopbouw. Blauwverkleuring en glazigheid werden alleen in de eerste 7 dagen vaasleven duidelijk verminderd t.o.v. de praktijk; na 14 dagen was het verschil bijna verdwenen. De ambitie om nagenoeg chemievrij te telen is grotendeels gelukt: er waren slechts drie plaatselijke correcties tegen luis en twee volveldse correcties tegen een exotische trips nodig. De demo bracht nieuwe inzichten: spinnen kwamen in beeld als generalistische natuurlijke vijanden, en er ontstond vervolgfocus op biologie en bestrijding van exotische tripssoorten. Voor opschaling lijken financiële belemmeringen groter dan technische, omdat er geen gewaskundige blokkades zijn gevonden voor implementatie. Projectnummer: 20147

Van 01-11-2020 tot 31-08-2021
Afgerond

Flinke energiebesparing en goede kwaliteit snij-anthurium in 2SaveEnergyKas

Auteur: Roger Abbenhuijs

Maandelijks bezoekt Gert Benders de kas in Bleiswijk om te zien hoe het gewas erbij staat en mee te denken over het gewasonderhoud. “Dat moet zo goed mogelijk aansluiten bij de praktijk”, zo geeft hij aan. Ook bemesting en kasklimaat hebben zijn aandacht bij het bezoeken van de proef. Meer licht kortere planten Uiteraard wordt er anders geteeld dan op praktijkbedrijven, met als belangrijk verschil het toelaten van meer licht in de kas; minder schermen en daardoor meer PAR-licht. “Dat leidt tot een gewas dat er wat anders uitziet. Meer licht resulteert in kortere planten, dat is een voordeel. Een anthuriumplant rekt vrij snel, waardoor de planten soms al na twee jaar omvallen. In een meer gedrongen gewas is dat minder het geval.” In de praktijk wordt bij jong gewas doorgaans wat voorzichtig geteeld. Die strategie is in dit onderzoek losgelaten. “De jonge planten hebben bij WUR flink op hun donder gekregen. Dat heeft geleid tot meer zijscheuten en daardoor een hogere productie. Daar zit ook een keerzijde aan, want te veel zijscheuten is ook niet goed. De extra zijscheuten moeten worden verwijderd en dat betekent meer arbeid.” Aanzienlijke energiebesparing In de projectomschrijving wordt klimaatneutraal telen genoemd als belangrijkste doelstelling. Deze doelstelling proberen de onderzoekers te halen door maximale isolatie (dubbel kasdek van glas & Fclean, een dubbel gealuminiseerd doek en een transparant energiedoek en schaduwdoek gecombineerd op één dradenbed. Daarnaast wordt de actieve ontvochtigingsinstallatie (warmtepomp) in de zomer gebruikt om warmte uit de kas te oogsten zodra deze warmer is dan 23 o C. Deze warmte wordt opgeslagen in een aquifer. Hoe zijn de bevindingen op dat klimaatneutrale vlak? “We kunnen concluderen dat er vrijwel klimaatneutraal wordt geteeld. De geoogste warmte is vergelijkbaar met de warmtevraag.” De laatste voortgangsrapportage spreekt van een energieverbruik op jaarbasis van 2,5 m 3 /m 2 aan bijstook met de ketel + 30 kWh/m 2 elektriciteit voor de wp, terwijl dat in de praktijk ongeveer 20 tot 25 m 3 /m 2 is. Aan CO 2 is in het eerste teeltjaar een kleine 10 kg OCAP CO 2 gedoseerd “Er is dus al veel gerealiseerd qua energiebesparing. De aquifer speelt daarbij een belangrijke rol. Ik ken ook een teeltbedrijf die daar gebruik van maakt en een energiebesparing realiseert, echter niet in dezelfde mate als in de 2SaveEnergyKas, die uiteraard over meerdere specifieke kenmerken beschikt”, geeft Gert Benders aan. Elementen toepassen in praktijk Maken deze resultaten in de onderzoekskas de weg vrij voor toepassing van het kassysteem in de praktijk? “Die stap is nog groot”, zegt de teeltadviseur. “Sowieso worden er de komende jaren weinig nieuwe kassen gebouwd door telers van snij-anthurium. Dat was al een constatering voor de coronacrisis, die situatie is uiteraard niet verbeterd.” Het onderzoek noemt hij echter zeer nuttig en geslaagd. “Telers krijgen goede informatie over de mogelijkheden op gebied van energiebesparing; ze zien hoe het gewas op andere teeltomstandigheden reageert. Dat is het uitgangspunt van onderzoek en met name ook van Kas als Energiebron: laten zien wat de mogelijkheden zijn en elementen van het onderzoek inpassen in bestaande teeltsystemen en –concepten. Daar voldoet dit onderzoek bij WUR ook zeker aan.”

Geplaatst op: 27-05-2020

Monitoring huidmondjes; voldoende opening onder LED-belichting

Doel: De doelstelling is kennisontwikkeling over het gedrag van huidmondjes onder LED-belichting, en het betrouwbaar kunnen meten en interpreteren van huidmondjesopening in een praktijksituatie. Door het kunnen meten van de huidmondjesopening kan door telers hierop geanticipeerd worden door de belichting, warmte-input en CO2 dosering er op aan te passen. Ook wordt onderzocht wanneer de huidmondjesopening beperkend wordt voor de fotosynthese bij LED. Huidmondjes spelen een cruciale rol in de assimilaten-, vocht- en energiebalans. Een te beperkte opening remt de groei. Echter, als huidmondjes verder open staan dan nodig, dan leidt de extra verdamping tot onnodig energieverbruik. “Live” inzicht in de openingsstand van de huidmondjes is dus zeer gewenst. Recent is het project ‘Monitoring van huidmondjesopening in de kas’ afgerond. De hoofddoelstelling van dit onderzoek was de ontwikkeling van een robuuste, betrouwbare en betaalbare methode om huidmondjesgeleiding (Gs) in een kassituatie vast te stellen. Het is gebleken dat de stomatasensor dit in principe kan bieden. Voor een laag-verdampend gewas (in project voor voorbeeldgewas anthurium) is er nog wel een aanpassing nodig. Aanpak: WP1: Nut en noodzaak van huidmondjesopening onder LED-belichting bij voorbeeldgewas paprika: wat is de minimale energietoevoer? Onder gecontroleerde omstandigheden (klimaatkamers) wordt voor een aantal scenario’s onder LED-belichting, al dan niet in combinatie met IR-stralers, de huidmondjesopening gemeten met fotosynthese-apparatuur en berekend via de energiebalans voor het gewas paprika (minimaal 5 weken). Er zal onder verschillende LED-spectra nagegaan worden of de huidmondjesopening onder full-LED beperkend is voor de fotosynthese. Indien beperkend zal worden onderzocht wat de minimale energietoevoer moet zijn, zodat de huidmondjesopening de fotosynthese niet meer beperkt. Op basis van de resultaten zal worden berekend wat de minimaal benodigde huidmondjesopening (Gs) zal moeten zijn bij een bepaald lichtniveau zodat de fotosynthese niet beperkt wordt. WP2: Validatie-metingen aan de stomata-sensor die dan mede gevoed wordt door een netto stralingsmeter (voorbeeldgewas anthurium). De ontwikkelde stomatasensor wordt met een aangepaste versie getoetst in de praktijk voor een half jaar. De sensor wordt uitgebreid met een netto-stralingsmeter. Tevens zal ook onderzocht worden of de planttemperatuur, die cruciaal is voor berekening van de Gs, beter bepaald kan worden met een thermografische camera in plaats van de gebruikelijke planttemperatuur-meter. Ook zal onderzocht worden of de ongewenste warmtelast die via infraroodstraling vanuit het schermdoek het gewas opwarmt vermeden kan worden door een andere type schermdoek te gebruiken. Hiervoor wordt bij verschillende telers met een mobiele opstelling gemeten. In de rapportage zal worden weergegeven wat de benodigde Gs is gezien het lichtniveau (de ‘vangrail’ tussen noodzaak en overmaat). Het is uiteindelijk de bedoeling dat deze vangrail ‘live’ mee gaat lopen met de berekende huidmondjesopening, zodat de teler in een oogopslag kan zien hoe hij de huidmondjesstand moet interpreteren (voornemen Let’s Grow). Deze vangrail per lichtniveau geldt voor de meeste tuinbouwgewassen (C3-gewassen) en niet alleen voor de voorbeeldgewassen paprika en anthurium. Let's grow draagt in kind bij aan dit project. Voor Anthurium is gebleken dat de stomatasensor die gevoed wordt door een netto stralingsmeter schattingen van de huidmondjesgeleidbaarheid geeft die in dezelfde orde grootte liggen als die gemeten worden door nauwkeurige fotosynthese-apparatuur. Een belangrijk aandachtspunt blijft dat de betrouwbaarheid van de stomatasensor afhangt van de betrouwbaarheid en representativiteit van de meetpositie van alle gebruikte sensoren. Dit vraagt aandacht van de teler. Voor paprika is er in een proefopstelling op vijf manieren een verschillend energie-aanbod gerealiseerd: Belichting met SON-T, LED 6% blauw, LED hoog PAR, LED 30% blauw en LED 6% blauw + warmtestraling. Alleen LED 30% blauw gaf een significant hogere huidmondjesgeleidbaarheid en fotosynthese, alle andere behandelingen verschilden hierin nauwelijks van elkaar, ondanks het verschil in aangeboden stralingsenergie. Het blijkt dat het lichtspectrum een grotere rol speelt dan de aangeboden stralingsenergie voor wat betreft de huidmondjesgeleidbaarheid. Dit suggereert dat waar huidmondjesbeperking van de fotosynthese optreedt, het percentage blauw in de lamp zal moeten worden opgevoerd. Het in kaart brengen van de energiebalans legde een belangrijke nuancering bloot. De resultaten van de gemeten en berekende huidmondjes-geleidbaarheid laten zien dat in deze proef niet het aanbod van energie leidend was in de huidmondjesgeleidbaarheid, maar de afvoer van energie: enerzijds via convectie, anderzijds via verdamping. Oorzaak en gevolg kunnen hierin formeel niet onderscheiden worden. In de behandelingen is gestreefd naar een gelijke luchttemperatuur. Bij de behandelingen SON-T en LED + warmte (hoge energie-input) lijkt het erop dat er een dusdanig hoge convectieve afdracht van energie was doordat de binnenkomende luchttemperatuur 2-3°C koeler was dan de bladtemperatuur, waardoor er nauwelijks verdamping plaats hoefde te vinden. Bij de behandeling LED 30% blauw waren de huidmondjes verder open, waardoor het erop lijkt dat de verdamping dusdanig hoog was dat de convectieve afdracht van energie automatisch laag is geworden. In de praktijk zal dus in de situatie van LED-belichting én een huidmondjesbeperking op de fotosynthese, allereerst de uitstraling (is afvoer van energie) moeten worden geminimaliseerd en de convectieve afdracht van energie moeten worden verkleind, zodat de verdamping de primaire afvoer van energie wordt. Pas als dit onvoldoende oplossing biedt, zal gedacht kunnen worden aan het verhogen van het percentage blauw in de belichting. Voor beide gewassen was het doel om een ‘vangrail’ op te stellen voor de huidmondjesopening. Er zijn twee grote beperkingen van de fotosynthese bij een gegeven lichtniveau bij gewassen die verder onder gunstige omstandigheden groeien, namelijk het CO2-niveau in de kas en de huidmondjesgeleidbaarheid. Voor optimale sturing kunnen die effecten als volgt in beeld gebracht worden: Huidmondjes: ‘Live’ de huidmondjesgeleidbaarheid via de energiebalansmethode in beeld brengen ten opzichte van de gewenste huidmondjesgeleidbaarheid via een fotosynthesemodel. CO₂: Hiervoor moeten drie lijnen ‘live’ in beeld worden gebracht: (1) De maximaal haalbare fotosynthese bij CO₂-verzadiging, ten opzichte van (2) de door CO2 beperkte fotosynthese (dat is de maximaal haalbare fotosynthese gegeven het CO2-niveau in de kas). En (3) de ‘live’ fotosynthese die mogelijk ook door de huidmondjes wordt beperkt. Het verdient aanbeveling om de fotosynthese van bladeren bovenin het gewas online in beeld te brengen. Dit kan door een betrouwbaar mechanistisch fotosynthesemodel mee te laten draaien op een dataplatform. Als afgeleide hiervan kunnen beperkingen in de fotosynthese in beeld worden gebracht. Als deze in beeld zijn, dan kunnen licht, CO2 en warmte efficiënter benut worden door te voorkomen dat de huidmondjes-geleidbaarheid beperkend is voor de fotosynthese. Anderzijds gaat warmte onnodig verloren als huidmondjes verder open staan dan nodig, doordat dan meer (latente) warmte moet worden afgelucht (ontvochtigen) of onnodig veel verneveld wordt. Het is dus een kwestie van sturen van de huidmondjesopening binnen de vangrails van noodzaak en overmaat. Projectnummer: 20143

Van 01-04-2020 tot 31-12-2021
Afgerond

‘Grootste winst HNT is meer begrip van de plant’

Auteur: Roger Abbenhuijs

Evanty is niet zomaar een anthuriumbedrijf. Het teelt namelijk zowel snij- als potanthuriums met tussen de 25 en 30 verschillende rassen. Gedurende veertig weken worden er anthuriums gesneden, waarna de planten zes weken rust krijgen om opnieuw in bloei te komen. De volle planten met sierlijke, kleinbloemige anthuriums worden vervolgens als potplant verkocht. Marco Evers houdt zich binnen het bedrijf bezig met de teelt. “De teelt heeft mijn bijzondere interesse, vandaar dat ik middels de cursussen van Het Nieuwe Telen mijn kennis op peil wil houden en verder vergroten.” Binnen zijn cursusgroep wisselt hij kennis en ervaring uit met meerdere potplantencollega’s, maar ook van de ervaringen van glasgroentetelers steekt hij het nodige op. Interpreteren van cijfers “Groentetelers hebben de laatste tijd de meeste stappen gezet in Het Nieuwe Telen, met meer schermen en minder minimumbuis. Potplantentelers boeken minder winst in energiebesparing, omdat we zeker in schaduwplanten toch al veel schermen”, zo analyseert Evers. Hij heeft vooral profijt van het interpreteren van cijfers, de ervaringen van collega’s en het betere inzicht in de plant. “Wanneer ervaart de plant stress, wat is VPD, dat vind ik zeer leerzaam.” Wat hij nu nog aan energie bespaart – die winst zit vooral in de randuren van het schermgebruik – noemt hij mooi meegenomen. “Vanwege de mogelijkheid van kostenbesparing hebben we daar jaren geleden al extra aandacht aan besteed. De combinatie van schermdoeken en folie is in de anthuriumteelt een bekende combinatie.” Kennisuitwisseling Toch heeft hij wel degelijk veranderingen aangebracht in zijn teeltwijze. “De volgorde is veranderd”, zo geeft Evers aan. “In het verleden handelde je van beneden naar boven, nu andersom: eerst luchten, dan een kier in het scherm en dan stoken.” Hij hecht veel waarde aan kennisuitwisseling, omdat de glastuinbouw daar groot door is geworden. “Dat aspect moeten we met elkaar koesteren.” De anthuriumteler noemt ontvochtiging als actueel voorbeeld. “Dat is een interessante ontwikkeling, waarbij ervaringen van collega’s en eigen testen de basis moeten leggen voor een eventuele investering. Ik zie diverse voordelen op teelttechnisch gebied en het is ook een plus dat water en warmte kunnen worden hergebruikt. Maar hoe de voordelen zich verhouden tot de investeringskosten, daar heb ik nog onvoldoende zicht op. Wellicht dat kennisdeling op korte termijn de antwoorden geeft op mijn vragen.” Ook geïnteresseerd in een cursus of materiaal om aan de slag te gaan met HNT of met weerbaar telen? Klik hier .

Geplaatst op: 02-10-2019

Monitoring huidmondjesopening: sturen op laag energieverbruik zonder over de grens te gaan

Auteur: Govert Trouwborst, Plant Lighting

Begin februari 2019 ging het onderzoek ‘Monitoring van de huidmondjesopening’ van start. Het onderzoek dat uitgevoerd wordt door Plant Lighting en LetsGrow, draait om momentaan inzicht verkrijgen in het huidmondjesgedrag. Hierbij ligt de focus op een middelmatig (paprika) en een laag verdampend gewas (anthurium). Het doel van dit project is de ontwikkeling van een robuuste en betrouwbare methode om huidmondjesopening in een kassituatie vast te stellen. Er worden diverse meetinstrumenten ingezet. Via een draagbare fotosynthese- en verdampingsmeter wordt op detailniveau de huidmondjesopening gemeten. Verdamping wordt gemeten via weeggoten en het klimaat via de meetbox. De standaard planttemperatuurmeter en de thermoviewcamera geven inzicht in de planttemperatuur en bijbehorende variatie (hotspots). In eerste instantie wordt via de methode van de energiebalans (dus ook een PAR-meting) nagegaan wat de gemiddelde huidmondjesstand is. De huidmondjesstand laat zien of de fotosynthese al dan niet wordt belemmerd. Inzicht hierin geeft een verbetering van de licht- en CO2-benutting door actie te ondernemen als huidmondjes sluiten. Dit project is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van Glastuinbouw Nederland en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Daarnaast draagt ook LetsGrow bij aan dit project. Lees meer over dit project via onderstaande link.

Geplaatst op: 24-04-2019

Snij-Anthurium onbelicht naar klimaatneutraal

De 2SaveEnergy kas maakt de verwachtingen met betrekking tot het energiegebruik bij vruchtgroente meer dan waar met een besparing ten opzichte van vergelijkbare praktijkbedrijven van meer dan 60%. Dit is veelal te danken aan de extreem goede isolatie van de kas en toepassing van een “next generation” semigesloten kassysteem. Dit systeem is volledig uitgelegd op het gebruik voor ontvochtiging, en juist dit, in combinatie met het hoog diffuse isolerende kasdek van glas met een hoogtransparante film zorgen voor een hoge isolatie waarde en daarmee een beperkte warmtevraag. Deze eigenschappen maken de 2SaveEnergy kas ideaal voor de teelt van snij-anthurium, een gewas welke nu nog een gebruik in de praktijk kent van ca. 20 m3/m2. Enerzijds omdat bij Anthurium ca. 20% van de energie-input nodig is voor ontvochtiging. Ontvochtiging is in de praktijk kassen vanwege de hoge isolatie (ramen dicht, energiescherm, schaduwscherm en vast foliescherm gesloten) een belangrijk knelpunt. Door een goede en gegarandeerde ontvochtiging met een warmtepompsysteem, is een grote kwaliteitsslag te bereiken in zowel de plant (kortere internodiën) als in het geoogste product (minder blauwverkleuring en glazigheid). Door gebruik te blijven maken van de hoge isolatie en diffusiteit van deze kas, voort te borduren op de al reeds aanwezige kennis van Het Nieuwe Telen, het oogsten van warmte in de zomer en een terughoudende CO2 doseerstrategie moet het mogelijk zijn een zo goed als klimaatneutrale, in te vullen met groene stroom en inkoop van OCAP CO2, onbelichte jaarrondteelt met snijanthurium te realiseren. Het beoogde project staat voor het demonstreren van een zo goed als klimaat neutrale onbelichte jaarrondteelt met (snij)anthurium met verbetering van de productie en gewas- en productkwaliteit en die (in potentie) ook rendabel is.Het onderzoek zal plaatsvinden in de 2save energy kas, die onderdeel is van het IDC-energie bij Wageningen UR Glastuinbouw in Bleiswijk. Aanpassen kas: het teeltsysteem wordt omgebouwd, een bevochtigingsinstallatie geplaatst, luchtbehandelingskast aangepast en de doeken worden vervangen. Ontwikkeling teelt en klimaatstrategie: Een eerder ontwikkeld teeltconcept zal in samenspraak met de BCO worden aangepast aan de kas en nieuwe inzichten. Bijzondere aandacht gaat uit naar de toelaatbare lichtgrenzen, beperken van de pieken in de warmtevraag door o.a. temperatuurintegratie en effecten van de koeling op het gewas in de zomer. De teelt: Er zal een keus gemaakt worden voor twee rassen in overleg met de BCO. Het klimaat en energie zal nauwkeurig gemonitord worden, naast gewasgroei, ontwikkeling, gewaskwaliteit en gewasgezondheid. De voorgestelde duur van de teeltproef is 2 jaar. Dit omdat Anthurium een zeer trage groei kent en een meerjarige teelt is (praktijk 6-10 jaar) waarbij het eerste half jaar na aanplant, er gewasopbouw plaatsvindt. Op deze manier is ook geborgd dat ervaringen uit de eerste winter m.b.t. piek-gebruik en klimaatsturing in het tweede jaar verbeterd kunnen worden. Economie: Met de kennis van vandaag zal samen met de bedenkers van het concept (VDH foliekassen en van der Valk Systems) de economische haalbaarheid van het concept tegen het licht worden gehouden. De demonstratieteelt van snij-Anthurium in de 2SaveEnergy kas heeft de verwachtingen die vooraf waren gesteld grotendeels waargemaakt. Over het energiegebruik Met de warmteoogst van een ontvochtigingsinstallatie (potentieel 121 kWh/m2 aan warmte) en een kleine 30kWh aan elektriciteit voor een warmtepomp was er door de extreem goede isolatie van de kas voldoende warmte te oogsten om de teelt te kunnen verwarmen. Als de elektra voor de warmtepomp groen kan worden opgewekt, dan ligt een fossielvrije anthuriumteelt binnen handbereik; op weg naar klimaatneutraal. Over het gebruik van CO 2 In winterweken met zeer weinig ventilatie was het weekgebruik soms lager dan 10 gram per m2 om de gewenste concentratie te bereiken; in zomerweken kon dit oplopen tot iets meer dan 600 gram per m2 per week. Bij een fossielvrije teelt moet dit allemaal worden ingekocht. Gezien de grofheid van het gewas is de vraag, of het ook met minder had gekund gerechtvaardigd, en de moeite van het onderzoeken waard. Temeer omdat uit eerder onderzoek is gebleken dat niet alleen hoge RV, maar ook hoge CO2 concentratie een negatieve invloed heeft op het optreden van blauwverkleuring en glazigheid. Over de gewaskwaliteit, productie en bloemkwaliteit Gewaskundig is de snijanthuriumteelt in de 2SaveEnergy kas een redelijk succes: de betrokken telers waren van begin tot einde positief over wat ze beoordeelden als een compact en gezond gewas, een mooie zware kwaliteit bloemen en met zeer goede wortels. De compactheid van het gewas was te danken aan veel kortere internodia dan die van een even oud gewas in de praktijk. Over de naoogstkwaliteit van de bloemen De houdbaarheid van de bloemen op de vaas zoals bepaald in het winterseizoen (de meest kritische periode) was met 29 dagen niet significant verschillend met die van de bloemen uit een praktijkbedrijf. Over de gewasgezondheid en emissie van gewasgezondheidsmiddelen Het gewas is gedurende de volledige teeltduur zeer gezond gebleven. De toegepaste strategie (met spinnen, roofmijten tegen trips en spint en galmuggen tegen luis), maakte mogelijk om te telen met een minimum aan chemische toepassingen (geen in het eerste jaar, en drie pleksgewijze behandelingen in het tweede jaar). Tegen het einde van de teelt kwam er anthuriumtrips in het gewas; dit bleek moeilijk te bestrijden en is een knelpunt voor emissievrije teelt in meerdere gewassen. Dit is in een apart onderzoek opgepakt. Uit deze demonstratie blijkt dat een onbelichte anthuriumteelt ook goed op weg is naar een emissievrije teelt, niet alleen van CO2 uit fossiele bronnen maar ook van gewasgezondheidsmiddelen. Projectnummer: 20100

Van 01-11-2018 tot 31-12-2020
Afgerond

Eindrapport: Tot 15% elektrabesparing met dimbare belichting op gelijkspanning

Auteur: Dennis Medema

In dit onderzoek zijn berekeningen gedaan om te bepalen wat met dimbare assimilatiebelichting aan energiebesparing kan worden gerealiseerd en wat de effecten zijn op de groei van planten. Bij de overstap naar belichting op gelijkspanning is een eigenschap dat die kan worden gedimd. De berekeningen werden verricht voor de teelten: bouvardia, anthurium en phalaenopsis. Bij de berekeningen wordt rekening gehouden met de dynamiek van de lichtbenuttingsefficiëntie van de fotosynthese en de mogelijkheden om natuurlijk daglicht te regelen met scherminstallaties. Verschillende dimstrategieën worden vergeleken met de huidige manier van belichten. Meestal is dit een aan- uitregeling maar ook mogelijkheden om belichting getrapt aan en uit te schakelen zijn in de berekeningen meegenomen. Uit economische berekeningen blijkt dat besparingen door dimmen 5 tot 7% van jaarlijkse lasten voor elektriciteit bedragen. De resultaten per gewas Bouvardia: Uitschakelen van de belichting boven het jonge gewas in de winter kost meer dan 70% van de assimilaten productie. Dit zal leiden tot een trage groei van de LAI waardoor de lichtbenutting gedurende nog langere tijden slecht blijft. De potentie voor besparing is daardoor gering, tenzij de hergroei voor een groot deel op basis van reserves in de plant plaats vindt. Door een reductie van de belichting neemt de warmtebehoefte toe met ongeveer 2.7 MJ voor elke bespaarde kWh elektriciteit. Wel is er elektriciteit te besparen na de oogst en voordat er uitgroei van jong blad is. Anthurium: Energie kan worden bespaard door minder dan gebruikelijk te schermen en te compenseren voor het extra daglicht door de assimilatiebelichting dynamisch te dimmen. In de zwaar geschermde teelt van anthurium in de winter kan op die manier het elektriciteitsverbruik met 10 tot 15% worden teruggebracht. Phalaenopsis: Er kan met een dimbare installatie elektrische energie worden bespaard door de intensiteit in de ochtend langzaam te laten oplopen. Dat levert een besparing op van 10% tijdens de koude afkweek. Er is daarbij nauwelijks verschil tussen een getrapte regeling met 4 lichtstappen en een continu dimbare installatie. Tijdens de opkweek (bij Pikoplant) wordt minder belicht en is de ochtendbesparing nihil. Besparing in de middag is moeilijker en onder andere afhankelijk van het tijdstip in de nacht waarop het licht wordt aangeschakeld. Het eindrapport van het project is beschikbaar en vindt u via onderstaande link. Dit project is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Om het sectoraandeel te waarborgen is nieuwe financiering nodig via ‘Kennis in je Kas’ .

Geplaatst op: 17-07-2018

Monitoring van huidmondjesopening; sturen op laag energieverbruik zonder over de grens te gaan

Met inzicht in de huidmondjesdynamiek kan effectiever gestuurd worden op een optimale productie met een zo laag mogelijk energieverbruik: Niet meer verdamping / luchtbevochtiging dan nodig, maar voldoende huidmondjesgeleidbaarheid om licht, CO2 en warmte goed te kunnen benutten. Het goed kunnen bepalen van de huidmondjes-geleidbaarheid in een kas blijkt nog altijd een grote uitdaging. Veel factoren hebben invloed: VPD, convectieve warmteoverdracht tussen blad en kaslucht, instraling, lichtkleur, CO2 en vocht- en EC-status in het substraat. Dit onderzoek draait om momentaan inzicht verkrijgen in het huidmondjesgedrag, met een focus op middelmatig en laag verdampende gewassen. De huidmondjesstand laat zien of de fotosynthese al dan niet belemmerd wordt. Inzicht hierin geeft een verbetering van de licht- en CO2-benutting door actie te ondernemen als huidmondjes sluiten. Of juist het voorkomen van overmatige luchtbevochtiging in de winter. Ook kan het bekende huidmondjesprobleem zoals bij in de winter geteelde rozen en lelie (‘papierblad’) - slechte houdbaarheid door niet sluitende huidmondjes op de vaas - vroegtijdig signaleren. Het doel van dit project is de ontwikkeling van een robuuste, betrouwbare en betaalbare methode om huidmondjesopening in een kassituatie vast te stellen. De methode wordt getoetst bij twee gewassen: een middelmatig verdampend gewas (paprika) en een laagverdampend gewas (anthurium). Een robuuste, betrouwbare en betaalbare methode is ontwikkeld voor het monitoren van de huidmondjesopening. De mate van de huidmondjesopening bepaalt mede hoeveel een plant verdampt en hoeveel CO2 opgenomen kan worden. Als dit real time bepaald kan worden, kan dit tot betere benutting van licht en CO2 leiden. Dat blijkt uit onderzoek van Plant Lighting in samenwerking met Let’s Grow. Daarnaast geeft het onderzoek inzicht in de energie- en waterbalans van het gewas waardoor het indicaties geeft voor het moment van watergift, sluiting van het schermdoek, ofwel aansturing van de vernevelinstallatie. Ontwikkeling Dit project beoogt de ontwikkeling van een robuuste, betrouwbare en betaalbare methode om huidmondjesopening in een kassituatie vast te stellen bij middelmatig (paprika) en laag verdampend gewas (anthurium). Naast een beoordeling van verschillende modellen en meetsystemen werden er ook validatie-metingen gedaan aan de al bestaande (en eventueel aangepaste) stomatasensor, ontwikkeld door LetsGrow. Infraroodstraling Bij anthurium is ontdekt dat de infraroodstraling een belangrijke factor is in de energiebalans. Alleen als deze wordt meegenomen in de energiebalans, geeft dit goede resultaten. Dit zou eenvoudig moeten kunnen met een netto stralingsmeter, maar moet nog wel worden getoetst. Bij paprika gaf de stomatasensor goede resultaten en vergelijkbaar met de Li-6800 (meetapparatuur voor onderzoek). Ook bij paprika zou een netto stralingsmeter theoretisch gezien beter zijn. Goede methode Het is gebleken dat de stomatasensor een robuuste, betrouwbare en betaalbare methode kan bieden om de huidmondjesgeleidbaarheid te bepalen in een kassituatie. De berekeningen van de stomatasensor, maar ook van welk ander model dan ook, zijn wel afhankelijk van de sensoren die in de kas beschikbaar zijn. De betrouwbaarheid van de sensoren en de representativiteit van de meetplaats voor het gewas als geheel zijn daarbij erg belangrijk. Projectnummer: 20089

Van 01-05-2018 tot 01-05-2019
Afgerond

Flinke energiebesparing met dimbare belichting op gelijkspanning

Auteur: Sander Pot (Plant Dynamics BV)

Op basis van doorrekenen van de klimaatgegevens en hoe wordt belicht in de praktijk, kan 25% op elektra worden bespaard bij gebruik van een schermdoek met 19% hogere lichttransmissie in combinatie met dimmen. Dit zónder in te leveren op productie en klimaat! Bij Phalaenopsis blijkt geen enkel verschil in productie en in hoeveelheid onbenut licht, wanneer er een vergelijk wordt gemaakt zoals nu wordt belicht bij Piko Plant (in vijf stappen dimmen) ten opzichte van traploos (continue) dimmen. Op dit moment worden verdere scenario’s uitgewerkt, zoals vergelijk opkweek/afkweek, LED versus SON-T en dimmen versus blok belichting of in twee stappen. Gedurende een belichtingsseizoen is de teelt bij Vreeken Bouvardia doorgerekend (inclusief belichting). Hieruit blijkt dat dimmen nagenoeg geen toegevoegde waarde heeft. Dimmen in de periode kort na knippen geeft mogelijk wel kansen voor energiebesparing, zonder dat dit ten koste gaat van productie; immers alle groene delen zijn weggeknipt en er is nog geen sprake is van hergroei. Echter op moment van hergroei (± twee weken na knippen) is waarschijnlijk dimmen niet wenselijk. Uit metingen blijkt namelijk dat de lichtbenutting van deze nieuwe blaadjes voor de fotosynthese al zeer hoog is en niet verschilt van andere metingen aan oudere onbeschaduwde bladeren. Minder licht (dimmen) in deze periode kost waarschijnlijk productie. Bekijk voor een uitgebreide tussenstand over dit onderzoek, het document bij de gerelateerde bestanden onderaan dit artikel. Dit project is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Economische Zaken. Lees via onderstaande link meer over dit project.

Geplaatst op: 07-12-2017