Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 40.

Innovaties tijdens de Grondteeltmiddag: terugblik en presentaties

Telen op water: Vertify klaar voor praktijktoepassing Jasper Schermer van Vertify presenteerde de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van telen op water, specifiek met Matricaria, Lisianthus en Chrysant. Deze techniek biedt een duurzaam alternatief voor traditionele grondteelt en maakt gesloten teeltsystemen en automatisering mogelijk. Voor Chrysant konden kwekers op 31 oktober al een eerder inloopmoment bij Vertify bijwonen om de proefresultaten zelf te bekijken. Bij Lisianthus bevindt de techniek zich nog in de beginfase, met de focus op effectieve waterontsmetting tussen teelten. Tijdens de Grondteeltmiddag bezocht de groep de praktijkproef van Job van Egmond, waar Matricaria op water wordt geteeld. Deze praktijkpilot belooft een belangrijke stap te zijn richting een toekomstbestendig teeltsysteem. Weerbaarheid in de teelt Liesbeth Nijs, themaspecialist Plantgezondheid bij Glastuinbouw Nederland, gaf aan dat weerbaar telen lange tijd geen eenduidige definitie kende. Dankzij het Uitvoeringsprogramma Gewasbescherming is er nu een duidelijke omschrijving: Sterke planten in een gezonde omgeving voor een toekomstbestendige land- en tuinbouw. In de pilot Kas als ecosysteem zijn demonstratieteelten opgezet in chrysant, komkommer en radijs, gericht op het vergroten van de weerbaarheid van gewassen. Ze legde uit hoe boven- en ondergrondse processen kunnen worden gestuurd om planten weerbaarder te maken. Ook werd het belang banadrukt van het optimaliseren van álle puzzelstukjes in het teelt systeem, gezien de huidige uitdagingen op het gebied van energie en duurzaamheid. Glastuinbouw Nederland biedt cursussen aan over weerbaar telen, afgestemd op de behoeften van specifieke gewasgroepen. Annelein Meisner presenteerde de definitie van bodemweerbaarheid. Hierbij onderdrukt de microbiële gemeenschap de groei of vestiging van een ziekteverwekker waardoor er minder tot geen ziektesymptomen zijn. Dit is onderdeel van een weerbare teelt. Daarnaast presenteerde ze de resultaten van de chrysantenproef die is uitgevoerd binnen de PPS ‘Boven en ondergronds sturen op weerbaarheid’. Binnen deze proef werd getoetst of langer telen via het weerbaar telen principe, leidt tot een grotere bodemweerbaarheid tegen ondergrondse ziekten. Het programma vervolgde zich met een bezoek aan de praktijkproef van de teelt op water bij Van Egmond Matricaria. Job van Egmond gaf hierbij een rondleiding over het bedrijf en een toelichting op deze teelt op water. Hierna ging het programma verder bij de WUR. Innovatieve technologie: virtuele lysimeter Wim Voogt deelde inzichten uit het EcoNutri-project, waarin de virtuele lysimeter centraal staat. Deze technologie biedt real-time informatie over verzilting, verdroging en uitspoeling van water. Dit inzicht is essentieel voor een effectief water- en bodembeheer, een cruciaal aspect van duurzame teelt. Demokas 2030 en chrysantenteelt op tafels Arca Kromwijk presenteerde resultaten bij een bezoek aan de Demokas 2030, waar proeven met verschillende teeltsystemen – met name gericht op Freesia – werden uitgevoerd. Janneke Grit belichtte haar onderzoek naar chrysantenteelt in bakken met substraat op tafels. Dit innovatieve systeem maakt efficiënter gebruik van ruimte en middelen en draagt bij aan een duurzamere sector. Samen werken aan een duurzame toekomst De Grondteeltmiddag werd afgesloten met inspirerende discussies en het delen van praktijkervaringen. De inzichten en resultaten die tijdens deze bijeenkomst werden gedeeld, vormen een belangrijke stap richting een weerbare en duurzame toekomst. We bedanken de deelnemers voor hun positieve energie en betrokkenheid tijdens deze middag! De presentaties van de sprekers zijn hieronder toegevoegd.

Geplaatst op: 26-11-2024

Sturen met LED in de sierteelt: achtergronden en ervaringen (2)

Auteur: Jan van Staalduinen

Van Alstroemeria zijn vier rassen in vier halve compartimenten geteeld onder totaal vier lichtrecepturen. Twee compartimenten ontvingen overwegend rood licht (één met en één zonder aanvullend verrood licht), de twee andere compartimenten kregen relatief veel blauw en wit licht (één met en één zonder aanvullend verrood licht). Het aanvullende groeilicht was in alle gevallen 190 µmol/m2/sec PAR, waar verrood licht niet toe behoort. De belichtingsduur bedroeg maximaal 16 uur per etmaal en de proef duurde 20 maanden. Minder loos in Alstroemeria “De achterliggende onderzoeksvraag was of telers via het aangeboden spectrum invloed kunnen uitoefenen op de productie en kwaliteit. De vorming van loze takken is een van de elementen waar wij naar keken. Sommige rassen kunnen daar in de winterperiode of in de zomer bij onvoldoende bodemkoeling relatief veel last van hebben”, licht Garcia toe. “Dat lijkt inderdaad het geval te zijn. De compartimenten waar aanvullend 16% verrood licht werd aangeboden, vertoonden duidelijk minder loosvorming. Dat is dus positief. -We zagen dat alleen niet direct terug in meer productie, dat is natuurlijk wel wat je zou verwachten. Het bespaart in ieder geval arbeid. Verrood licht in het spectrum lijkt voor loosgevoelige rassen hoe dan ook een aanbeveling.” Schaduwplant reageert anders Verrood licht staat ook bekend als een stuurinstrument om de plant- of bloemsteelstrekking te beïnvloeden. Toevoeging van verrood licht aan het spectrum resulteert bij lichtminnende gewassen in strekking. Voor schaduwplanten geldt juist het omgekeerde. Deze planten ontvangen van nature weinig rood en blauw licht, omdat dit al door de bladeren van hoger reikende, lichtminnende planten is geabsorbeerd voordat het de doorgaans lage schaduwplant kan bereiken. Garcia: “Dat het goed is om je bewust te zijn van de natuurlijke lichtbehoefte van planten, bleek tijdens een eerste proef met potanthurium in full LED in onze Kas 2030, die plaatsvond onder het normale sierteeltspectrum met veel rood en zonder verrood licht. De lichtintensiteit was hoog en er werd 16 uur per etmaal belicht. Na verloop van tijd kregen veel bladeren lichtgele en oranje vlekken. Het is goed mogelijk dat het aangeboden lichtspectrum de boosdoener was. Dat aspect is samen met de strekking meegenomen in het spectrumonderzoek.” Verhoudingen in rood : verrood licht In het recent afgesloten onderzoek naar de invloed van lichtspectrum op bloemsteelstrekking en plantopbouw werd bevestigd dat schaduwplanten duidelijk anders op specifieke lichtkleuren reageren dan lichtminnende gewassen, zoals Chyrsant en roos. In kleine onderzoekscompartimenten werd telkens dezelfde hoeveelheid PAR-licht aangeboden en werd gevarieerd in de rood-verrood verhouding. “Voor de strekking en plantopbouw is vooral de verhouding tussen rood en verrood licht van belang”, legt de Wageningse onderzoeker uit. “Wij lieten die verhouding sterk variëren, namelijk van 85 tot 0.6, met vier gradaties daar tussenin. Het eerste recept met veel rood en nauwelijks verrood licht leidde tot veel bloemsteelstrekking. . Het andere uiterste, met zeer veel aanvullend verrood licht, is het typische schaduwlicht, waarin relatief weinig rood aanwezig is.” De verschillende lichtregimes gaven duidelijke verschillen te zien in bloemsteelstrekking en plantopbouw. “Hoe hoger het aandeel verrood, des te compacter de anthuriumplant zich ontwikkelt”, stelt Garcia vast. Tweede proef met potanthurium In een tweede proef met vier spectra bij een gelijk en een kortere belichtingsduur van 12 uur in plaats van 16 uur werden de bevindingen bevestigd en enkele nieuwe aanwijzingen gevonden waarmee telers voordeel kunnen behalen. Een flink aandeel verrood licht lijkt sowieso aan te bevelen voor een mooie, compacte opbouw, al zal het optimum van ras tot ras wat verschillen. Een lange belichtingsduur geeft bij sommige rassen meer bladvlekken, maar deze zijn ook bij 12 uur belichten niet altijd te voorkomen, dat lijkt sterk rasafhankelijk. “Hetzelfde geldt voor uitbreiding van het spectrum met een aandeel wit licht”, vult Garcia aan. “Al met al lijkt de weg open te liggen voor een effectieve toepassing van full LED met verrood licht in de teelt van potanthurium. Telers hebben voldoende handvatten om daarmee zelf de punten op de i te kunnen zetten.” Bekijk de presentaties van het LichtEvent. De onderzoeken zijn voor een groot deel gefinancierd vanuit het Kas als Energiebron, het actie- en innovatieprogramma van ministerie LNV en Glastuinbouw Nederland.

Geplaatst op: 21-05-2024

Eindrapport Fundamentele kennisontwikkeling LED-belichting gepubliceerd

Auteur: Dennis Medema

LED-belichting is een belangrijke pijler onder de transitie naar een energiezuinigere jaarrond producerende glastuinbouw. Doordat LED keuze biedt in kleurenspectrum, en een andere warmtebalans geeft dan SON-T, zijn er veel vragen over de effecten van LED op gewasontwikkeling. Kleurenspectrum, daglengte en warmtebalans kunnen grote gevolgen hebben voor het functioneren van een gewas. Dit is afhankelijk van de gewaseigenschappen. Een ‘standaard’ rood/blauw lichtspectrum is lang niet voor alle gewassen toereikend. Bovendien kunnen de effecten van lichtspectrum en daglengte met elkaar samenhangen. Plant Lighting heeft voor verschillende gewasgroepen onderzoek naar gedaan naar de effecten van lichtspectrum en daglengte. De resultaten zijn weergegeven in maar liefst vijf deelrapporten. Aubergine Aubergine is tot nu toe nog niet succesvol in kassen onder belichting geteeld met een goede winterproductie. Dit komt doordat het fotosynthesesysteem van het gewas onder belichting beschadigt, waardoor de productie achterblijft. Er is in klimaatcellen onderzoek gedaan naar de effecten van daglengte, lichtspectrum, lichtintensiteit en ras. Het blijkt dat alle vier de factoren invloed hebben. Schade ontstaat het snelst bij een lange daglengte en bij een R/B lichtspectrum. Snel opschakelen van de lichtintensiteit geeft ook eerder schade. De verschillen tussen rassen in schadegevoeligheid zijn groot. Met een minder schade-gevoelig ras bleek het, in combinatie met het juiste opschakelregime en spectrum, mogelijk om onder gesimuleerde winterse omstandigheden in een klimaatcel ruim 1.1 kg/m²/week te realiseren bij 180 μmol/m²/s PAR belichting. Dat biedt perspectief voor de kasteelt. Paprika Paprika wordt in Nederland (nog) niet jaarrond geteeld onder belichting. In eerdere proeven van Plant Lighting en Delphy Improvement Centre bleek dat paprika in de winter geteeld kan worden met LED-belichting. Daarbij is relatief warm geteeld en relatief veel verrood aan de belichting toegevoegd om op voldoende stengelstrekking te sturen. Behoud van een goede fotosynthese en bladkwaliteit, een constante vruchtzetting, en beperking van de elektra- en warmtevraag zijn nu nog de belangrijkste uitdagingen. In twee klimaatcellen van Plant Lighting zijn twee paprikarassen onder gesimuleerde winterse omstandigheden gedurende 5 maanden geteeld bij twee etmaaltemperaturen (21 en 24°C) en twee spectra bijbelichting.De lagere teelttemperatuur van 21°C blijkt prima te kunnen onder winterse condities, en het lagere aandeel verrood gaf voldoende strekking bij de twee geselecteerde rassen. Dit biedt kansen voor een energiezuinigere jaarrond teelt van paprika. Aardbei Aardbei wordt sinds enige jaren jaarrond geteeld. Aardbei kent rassen met een lange- en korte-dag respons voor bloeiïnductie (respectievelijk doordragers en juni-dragers). Productie is relatief laag door inefficiënte onderschepping van licht, en een relatief lange periode waarin het gewas niet produceert (opgroei) en korte oogstperiode. Idealiter onderschept aardbei alle licht en produceert het gewas continu door, net als tomaat. Dit vraagt controle over stengelstrekking en bloei. Strekking van blad- en bloemstelen blijkt toe te nemen bij een langere daglengte en in zekere mate gestuurd te worden door lichtspectrum: zonder verrood gaat strekking moeizamer. Gerbera Gerbera is een kwantitatieve korte-dag plant die jaarrond geteeld wordt. In vier proefrondes zijn onder geconditioneerde omstandigheden de effecten van fotoperiode, lichtspectrum, lichtintensiteit en temperatuur onderzocht. Bij cultivar Kimsey wordt de lichtbenuttingsefficiëntie voor bloemtakproductie lager bij lange-dag, maar bij cultivar Rich speelt dat veel minder doordat lange-dag lichtonderschepping stimuleert. Net als bij aardbei is getracht met ‘fotoperiodische misleiding’ gerbera bij lange dag te laten bloeien zoals bij korte-dag. Het is niet overtuigend aangetoond dat dit bij gerbera werkt. Onder full-LED kan goed gerbera geteeld worden zonder bijzonder spectrale eisen. Lichtsom blijkt sterk bepalend voor productie en temperatuur niet (20 vs. 23°C in een wintersituatie). Dit biedt kansen voor energiebesparing. Alstroemeria Alstroemeria is een meerjarig siergewas waar LED-belichting al relatief vaak wordt toegepast in de praktijk. De teelt kent problemen met bladkwaliteit in de winter in vorm van bladchlorose en spikkels op het blad. In dit onderzoek is getracht om de oorzaak hiervan te achterhalen. In klimaatcellen is onder gesimuleerde winterse omstandigheden 31 weken lang alstroemeria geteeld bij verschillende daglengtes (12 en 18 uur) en LED-spectra (LED RGB met en zonder verrood). De laatste zes weken van de proef is een strengere winterperiode gesimuleerd, met als doel verschillen in behandelingseffect te vergroten. Er kan geconcludeerd worden dat verrood licht in het spectrum niet leidt tot vermindering van bladkwaliteitsproblemen in de winter en dat een lange daglengte chlorose kan verergeren. De simulatie van een strenge winterperiode met lagere etmaaltemperatuur, hoge luchtvochtigheid en hoge CO2-concentratie in de nacht resulteerde in een slechtere bladkwaliteit.

Geplaatst op: 17-01-2024

Alstroemeriateler Kees Knol: 'Teelt onder LED geeft duidelijke meerproductie'

Auteur: Roger Abbenhuijs

Alstroemeriabedrijf Knol is gevestigd in Zuidoostbeemster en is 2 ha groot. Vader Siem teelt de snijbloem al twintig jaar, samen met compagnon René Feld en zijn broer Siem neemt Kees het bedrijf nu over. Constante kwaliteit “Twee jaar geleden zijn we begonnen met LED’s in de kas, in een hybride constructie naast de SON-T. Het plan is om komende tijd meer LED’s op te hangen en SON-T te vervangen”, zo opent Kees Knol. Als lid van de BCO zag hij bij Wageningen University & Research in Bleiswijk goede resultaten met teelt alleen onder LED. Daar is de geplande investering op gebaseerd. “De meerwaarde zit vooral in het gewas, omdat we nu nog veel SON-T hebben hangen, zien we vooralsnog geen energiebesparing. Dat kan in de toekomst uiteraard veranderen. Omdat we meer licht geven, hebben we niet alleen een duidelijke meerproductie, maar zien we ook een betere en vooral constante kwaliteit, met name in de winter.” Loze takken Kees Knol kan die meerproductie op jaarbasis duidelijke kwantificeren. “Elke micromol licht extra geeft één bloem per vierkante meter meer op jaarbasis. Dat maakt mede dat de investering in LED voorlopig goed terug te verdienen is. Dat is en blijft uiteraard afhankelijk van de stroom- en gasprijs.” Met belangstelling volgt Kees in de kassen van WUR in Bleiswijk de andere op de toekomst gerichte keuzes: een dubbelscherm om de warmte vast te houden en meer vernevelen om de RV meer op niveau te houden. “Interessant is ook de aanpak op gebied van hygiëne. Alle loze takken worden meteen opgeruimd. Dat leidt tot aantoonbaar minder ziektes in de kas, dus dat gaan we bij een aantal soorten ook proberen. Het is wel meer werk, maar de verwachting is dat we minder slakkenvraat en een lagere tripsdruk hebben. Het ene soort is daar gevoeliger voor dan het andere. Met compartimenten van 1.000 m2 met hetzelfde gewas kunnen wij dat beter monitoren dan in de kleine afdelingen bij WUR.” Van het gas af Op het eigen bedrijf doet Kees Knol momenteel ook onderzoek naar de resultaten van de verschillende soorten bij teelt onder LED. “Daar zitten verschillen in, dus daar proberen we al een beetje op te selecteren. Ook veredelaars zijn daar mee bezig, maar deze ontwikkelingen staan allemaal nog relatief in een beginstadium.” In de projectomschrijving van Kas als Energiebron staat dat de alstroemeriatelers zich realiseren dat ze voorbereid moeten zijn op een toekomst zonder gas. Toch plaatst Kees Knol nog wat vraagtekens bij een fossielvrije en duurzame teelt van alstroemeria. “Bij WUR was vorige week geen buis nodig, dat gaat niet op in een kas met een groter oppervlak. Daar kun je niet zonder WKK of ketel. Wij maken alle stroom zelf, dus de warmte van de SON-T hebben we bij de volledige overstap op LED niet nodig. De WKK blijft voor ons essentieel, dus ik zie ons voorlopig niet van het gas af gaan. Meer LED-licht in de kas biedt wellicht wel mogelijkheden in die richting.” Meer omzet Uit zijn betrokkenheid bij de alstroemeriateelt van de toekomst, spreekt ook het vertrouwen in de toekomst van de snijbloem. “Wij hebben een hele goede valentijnsperiode gehad en ook 2020 was een erg goed jaar”, zo analyseert Kees Knol de marktsituatie. “Door de coronacrisis hadden we weliswaar een jaar met veel pieken en dalen, maar we hadden een hogere productie en vooral ook meer omzet. Als ik puur kijk naar de prijsvorming van onze bloemen in de afgelopen twaalf maanden, dan leidt corona zeker niet tot een crisissituatie.”

Geplaatst op: 17-02-2021

Onder alle spectra van proef ‘Alstroemeria en haar lichtcriteria’ is goed te werken

Auteur: Nieves García, Kees Weerheim (WUR BU Glastuinbouw)

Bij het laatste bezoek op 29 december was het buiten nog donker. De leden hadden het geplande bezoek opzettelijk vervroegd, om met eigen ogen te kunnen ervaren hoe het is om zonder daglicht in de verschillende lichtbehandelingen het gewas te beoordelen. Er wordt gekeken naar oogstrijpheid, gewaskleur, plagen en afwijkingen. De telers constateren dat onder alle gebruikte spectra het gewas goed te zien is, er is goed in te werken. Hoewel van buiten de kas het licht vrij rood oogt in de ‘HR-Hoog Rood’ behandelingen (85% rood), oogt het veel minder rood dan in de hybride combinaties in de praktijk. Binnen wennen de ogen snel aan het licht. Er is dus voldoende wit licht (6%) in het ‘Hoog Rood spectrum’ om het gewas goed te zien. In de HBW spectra (72% rood, 14% wit) oogt het licht gewoon wit en is het gewas als bij daglicht te zien. Fotosynthese en productie Voor de productie is deze tweede winter, het eerste waarin het gewas volproductief is, cruciaal. De rassen verschillen in productie, mogelijk ook vanwege de voorkeuren voor bodemtemperatuur waarin een compromis is gemaakt. De meest productieve rassen zijn Noize en Elegance. Uit de metingen onder 100% LED licht (geen daglicht erbij) blijken ze ook de hoogste fotosynthese te hebben (metingen maart en oktober). Als wordt gekeken naar de invloed van het spectrum op de fotosynthese, dan is te zien dat Noize en Virginia een hogere fotosynthese hebben onder het HWB+FR spectrum. In vergelijking met de metingen in maart, was het niveau van de fotosynthese hoger in oktober. Kwaliteit, kleur en gewasmorfologie De gewassen staan er in alle lichtbehandelingen fris op. De kwaliteit wordt zwaarder in vergelijking met de zomer en het najaar en de gewaskleur is in het algemeen mooi donker. De indrukken van de telers worden met data bekrachtigd. De zwaarste takken (alle rassen) worden geoogst in de ‘Hoog Rood behandeling’. Verder zijn er specifieke rasreacties op de spectra. Zo zijn Noize en Elegance (wat minder) korter in de twee behandelingen met toegevoegd verrood licht. Nu het aandeel natuurlijk licht heel laag is, nemen de bloemstelen bij Virginia in lengte toe. Het langst (22 cm) zijn ze in de HR FR behandeling, het kortst (17 cm) in de HBW FR. Ter vergelijking: in de Teelt van de Toekomst en de Referentieteelt (SON-T) zijn ze 14 cm. Bij Noize nemen de bloemstelen onder invloed van de geteste spectra juist in lengte af: het kortst zijn ze in de HR FR behandeling (6 cm). In Teelt van de Toekomst en de Referentieteelt (SON-T) zijn ze 10 cm. Dat geeft de Noize uit deze proef in de bewoordingen van de BCO een ietwat ‘propperige’ uitstraling in vergelijking met de Noize uit de proef ‘Alstroemeria van de Toekomst’. Dit onderzoek wordt gefinancierd door Kas als Energiebron, het actie- en innovatieprogramma van het Ministerie van LNV en Glastuinbouw Nederland, met daarbij een bijdrage van de Gewascoöperatie Alstroemeria, Signify (de lampen), Ludvig Svenson (de schermdoeken), HilverdaKooij, Royal Van Zanten en Könst (het plantmateriaal). De Flori Consult Group begeleidt de teelt.

Geplaatst op: 20-01-2021

Grondontsmetting met microgolven mogelijk alternatief voor stomen

Auteur: André van der Wurff (Groen Agro Control)

Het gedrag van microgolven in media zoals grond is complex. Bij een bezoek aan een wetenschappelijk symposium vorig jaar werd dat al meteen duidelijk. Zelfs het gedrag van water onder invloed van microgolven is nog een serieus puzzelstuk voor de wetenschap. Laat staan voor een complex medium zoals een bodem. De praktijkproef bij chrysant liet zien dat de Agritron nog verbeterd kon worden. In de kas was het vochtgehalte hoger dan waarvoor de antenne was geoptimaliseerd. Het binnendringen van waterdamp leidde tot vonken in de antenne. Door de diverse veiligheidsmaatregelen sloeg de machine af. Op een lager vermogen werd deze eerste proef afgemaakt. Input voor rekenkundig model In twee ontwerpstappen is een oplossing ontwikkeld om dit te verbeteren. Dit is gedaan met zowel computersimulaties van de elektromagnetische verstrooiing, als met praktijktests. De hierbij betrokken Franse consultant heeft de simulaties met het programma HFSS uitgevoerd. Diverse bodemvariaties zijn toegepast om enerzijds de Agritron te beproeven, anderzijds om inzicht te krijgen in het verhittingsproces in de bodem. Een finale proef, met vol vermogen gedurende twee en een half uur op vochtige bodem zonder onderbrekingen, toonde uiteindelijk de effectiviteit van de aanpassing aan. Over een paar weken gaat het onderzoek verder met nog een proef op de testlocatie. Daar worden sleuven uitgegraven met een kraan. Vervolgens worden velden aangelegd met grond gemengd met vocht of zouten. Met diverse sensoren wordt dan het gedrag van de microgolven in kaart gebracht. Dit dient dan weer als input voor het rekenkundig model. Weer een stap om het proces te kunnen begrijpen, te optimaliseren en de effectiviteit te voorspellen. Verlate afdoding Gelijktijdig wordt er ook gewerkt aan een nieuwe methode om ziekten en plagen in te graven. Het gebruik van echte ziekten en plagen in de kas is natuurlijk een probleem als er iets mis gaat. Voor de zekerheid is daarom besloten om te werken met nauw verwante, maar niet-schadelijke soorten. Dat geldt voor aaltjes, schimmels, oomyceten (waterschimmels) en insecten. De methode is nagenoeg uitontwikkeld. Er wordt bij aaltjes ook gekeken naar verlate afdoding. Er wordt zowel één dag na inzet als na vier dagen gekeken naar de overleving. Bij aaltjes wordt ook onderzocht of ze nog in staat zijn om de plant aan te vallen. Dit gebeurt omdat in de wetenschappelijke literatuur wordt vermeld dat in de diepere lagen de soorten niet worden gedood, maar wel schade kunnen ondervinden. De nieuwe methode kan daar inzicht in geven. Terugkeer van bodemleven Ook wordt in november een praktijktoets uitgevoerd bij een biologische teler van glasgroenten. Hier wordt vooral gekeken naar de terugkeer van bodemleven na de microgolfbehandeling in vergelijk tot het grondstomen. Dat is belangrijk voor de biologische teelt, omdat deze bedrijven erg afhankelijk zijn van de natuurlijke bodem. Er wordt gekeken naar terugkeer en overleving van ‘goed’ bodemleven, zoals bacteriën en schimmels, met behulp van nieuwe DNA technieken (metagenomica). Indien dit jaar alles volgens plan verloopt, kan in overleg met de sector volgend jaar worden gestart met praktijkproeven in chrysant en lisianthus. In die praktijkproeven wordt de effectiviteit tegen bodemziekten en plagen onderzocht en wordt gekeken naar de weggroei en productie. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door Stichting Control Food & Flowers, Groen Agro Control, Technische Universiteit Delft en Koppert Machines en mogelijk gemaakt door Kas als Energiebron. Glastuinbouw Nederland en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) trekken hierin samen op.

Geplaatst op: 23-10-2020

Onderzoek ‘Alstroemeria en haar lichtcriteria’ verlengd met tweede winter

Auteur: Nieves García en Kees Weerheim (WUR)

De afgelopen winter was bovendien extreem zacht waardoor bladproblemen, die mogelijk door de verschillende spectra worden versterkt, niet voldoende tot uiting zijn gekomen. Zijn de geconstateerde sterke verschillen in rasreacties op de spectra in de eerste maanden blijvend, of zijn ze veroorzaakt door weggroeiverschillen die in een tweedejaars gewas wegebben? Voldoende argumenten om het onderzoek met nog een winter te verlengen. In de overgang van het eerste onderzoek naar de verlenging is een bepaling gedaan van de ondergrondse biomassa. Hiervoor zijn per behandeling en per ras vier planten volledig uitgegraven en van substraat gespoeld. Daarna zijn de ondergrondse plantorganen (rizomen, wortels en knollen of voedingswortels) van elkaar gescheiden, ter bepaling van lengte, aantallen, vers en droog gewicht. Ondergronds blijken de planten behoorlijk heterogeen. Komende winter wordt belangrijk De rassen Elegance en Noize laten de grootste verschillen zien tussen behandelingen, maar de kleinste verschillen in ondergrondse organen. Hier lijkt het aantal rizomen per plant verband te houden met de bovengrondse productie: de behandelingen met de meeste rizomen en het hoogste ondergrondse versgewicht zijn conform de verwachting de meest productieve. Het ras Virginia had in alle behandeling de laagste aantallen voedingswortels en het laagste ondergrondse versgewicht. Qua productie ligt dit ras dicht bij het ras Jaffa, die grote verschillen vertoonde tussen behandelingen in vooral het aantal voedingswortels per plant. Extreem veel voedingswortels had Jaffa in de behandeling HR (Hoog Rood) waar ze tevens het meest productief is. Het lijkt dus niet zo te zijn - in de zomer situatie - dat de aanmaak van ondergrondse reserveorganen ten koste is gegaan van de bovengrondse productie. De komende winter wordt daarom belangrijk. Worden deze reserves in de winter aangesproken voor de productie? Spectrale lijnsensor De behandeling met het meeste wit licht en zonder toegevoegd verrood, geeft bij alle rassen de laagste productie. Dat is conform verwachting. Verrassend is dat bij de rassen Noize en Elegance de bloemen korter zijn in de twee spectra met verrood dan in dezelfde behandelingen zonder toegevoegd verrood. Middels metingen aan lichtonderschepping en fotosynthese in verschillende momenten van het jaar, proberen onderzoekers te begrijpen waarom deze verschillen optreden. Lichtonderschepping wordt gemeten met een speciaal voor dit doel ontwikkelde spectrale lijnsensor, die alle lichtkleuren, inclusief verrood, afzonderlijk kan meten. Uit de eerste metingen blijkt dat het aandeel verrood onderin het gewas toeneemt, terwijl de andere kleuren (rood, blauw en groen) over alle gewaslagen vrij constant blijven. Fotosynthese De fotosynthese van het gewas gemeten onder 100% LED licht (geen daglicht erbij) bleek het hoogst voor de rassen Noize en Virginia onder het spectrum HBW+FR (Hoog Blauw en Wit met verrood). Hieronder is Noize tevens het meest productief. Aan de andere rassen wordt op dit moment intensief gemeten. Dit onderzoek wordt gefinancierd door Kas als Energiebron, het actie- en innovatieprogramma van het Ministerie van LNV en Glastuinbouw Nederland, met daarbij een bijdrage van de Gewascoöperatie Alstroemeria, Signify (de lampen), Ludvig Svenson (de schermdoeken), HilverdaKooij, Royal Van Zanten en Könst (het plantmateriaal). De Flori Consult Group begeleidt de teelt.

Geplaatst op: 14-10-2020

Alstroemeria lichtcriteria 2e jaars gewas

Doel: Het vinden van het optimale spectrum voor LED belichting in de alstroemeriateelt, met de hoogst mogelijke producties en behoud / verbetering bladkwaliteit. Toelichting: In een kort en kleinschalig onderzoek zijn eerder 7 spectra met twee Alstroemeria rassen getest. De resultaten (1 ras) hebben laten zien dat de spectrale samenstelling van het licht tot grote verschillen leidt in: a) gewasmorfologie; b) bladkwaliteit (voor de huidige keuze het prevalerend argument) en c) een sterk onverwacht effect van 2 lichtspectra op de productie: het witte licht (hoog aandeel groen) gaf 35% minder productie dan het gemiddelde van de andere 5 spectra; het witte licht met relatief veel verrood gaf 60% meer productie dan het gemiddelde. Van ras 2 in de proef kwamen maar enkele bloemen tot ontwikkeling binnen de duur van de proef; dit waren wel de takken uit de behande-ling wit met verrood. Dit geeft sterke aanwijzingen dat de generativiteit bij Alstroeme-ria door verrood licht wordt beïnvloed. Er is één spectrum uit de 7 geteste spectra gekozen, op basis van argumenten die voorbij gaan aan de mogelijke invloed op productie van verrood/ gebrek aan verrood. De korte proef in omstandigheden die niet praktijkconform waren (geen bodemkoeling toe-gepast) gaf veel informatie, maar riep ook vragen op. Het voorgestelde onderzoek is nodig voor het onder praktijkconforme omstandigheden (met bodemkoeling, een grotere afstand tussen de lampen en de planten, en een langere teeltduur) testen van vier spectra en de invloeden op productie en kwaliteit goed met vier rassen onderzoeken. De kennis is nodig om de toepassing van LED belichting te bevorderen. LED belichting is (afhankelijke van het toegepaste spectrum) tot ca. 45% energiezuiniger t.o.v. SON-T. Aanpak: De proefopzet is als volgt: Er zal een praktijkconforme substraatteelt in bakken voor Alstroemeria (d.w.z. met bo-demkoeling) ingericht worden in twee 144 m2 kassen. Elke kas wordt met behulp van een lichtdicht doek in twee subafdelingen gesplitst. Per kasdeel wordt een spectrum toegepast met een hoge lichtintensiteit (ca. 185- 200 μmol PAR), waarbij twee spectra met en twee zonder verrood licht toevoeging toegepast worden. Per kasdeel zullen 4 rassen worden gebruikt. Uitgebreide metingen aan plant en klimaat zullen worden gedaan evenals metingen een beoordeling aan de vestiging van natuurlijke vijanden onder de verschillende lichtspectra. Dit is een verlenging op de huidige teelt. De leden van de BCO zijn enthousiast over de voortgang, en willen graag de indrukken uit een eerste teeltjaar bevestigd zien worden met een tweede teeltjaar. Met name omdat de lichtspectra effect kunnen hebben op opslag en verdeling van assimilaten voor langere termijn. De argumentatie is daarnaast dat het een meerjarig gewas is, waarbij het eerste jaar een aanloop jaar is en het gewas wat anders reageert. Het is tot nu toe ook een extreem zachte winter geweest, waardoor bladproblemen, die mogelijk door de verschillende spectra versterkt zouden kunnen worden, niet voldoende tot uiting zijn gekomen. Belangrijk is daarnaast om meer te weten te komen over de oorzaken van de verschillen. Hiervoor zullen aanvullende fotosynthese metingen worden verricht. Uit voortschrijdend inzicht kan het zijn dat voor het belichtingsseizoen een of meer spectra vervangen worden, als uit de resultaten blijkt dat er een spectrum is dat absoluut niet levensvatbaar is. Projectnummer: 20153

Van 01-07-2020 tot 30-11-2021
Afgerond

Onderzoek naar juiste lichtspectrum in ‘Alstroemeria en haar lichtcriteria’

Auteur: Nieves García en Kees Weerheim (WUR businessunit Glastuinbouw)

Vaak installeren telers nu LED als aanvulling op hun SON-T belichting. Om hier antwoord op te geven is in de tweede helft van 2019 een onderzoek opgezet: ‘Alstroemeria en haar lichtcriteria’, waar vier spectra worden getest met vier rassen in twee kasafdelingen. De rassen vertegenwoordigen de verschillende alstroemeriatypes: hybride, butterfly en aurantica. Proef IDC licht eind 2018 als basis De proef is een vervolg op een eerder kortstondig onderzoek dat in het najaar van 2018 in het IDC licht werd uitgevoerd met twee rassen in potten en zonder bodemkoeling. Dat gaf onderzoekers van Wageningen University & Research voldoende handvatten om een spectrum te kiezen voor dit specifieke onderzoek. De vier spectra die nu worden getest zijn ook op dit onderzoek gebaseerd, waarbij belangrijke vragen waren: wat is de invloed van meer wit licht en wat is de invloed van verrood licht op de productie en bladkwaliteit. Er is een lichtcombinatie met hoog aandeel rood (85%) en een lichtcombinatie met een hoger aandeel van blauw (14%) en wit (14%) licht ten koste van rood. Aan beide combinaties is in de helft van de afdeling verrood licht (+14%) toegevoegd. De intensiteit is 200 µmol /m 2 s PAR. Het gewas is geplant op 17-19 september op kokosbakken en direct gekoeld (wortelkoeling). Ondanks een ongebruikelijk planttijdstip staat het gewas heel goed te groeien. De eerste takken van het snelste ras zijn in week 46 geoogst; het traagste ras kwam pas in week 51 in productie. Met een gewicht van ruim 1 gram per cm lengte zijn de takken in alle behandelingen zwaar. Rassen verschillen in reactie op spectrum In de taklengte is er weinig verschil tussen behandelingen voor de ‘lange’ rassen Elegance, Jaffa en Virginia. Bij Noize zijn de bloemen korter in de twee behandelingen met verrood, dan in de behandelingen zonder toegevoegd verrood. Dat is een opmerkelijke reactie, aangezien verrood bij veel gewassen juist voor strekking zorgt. De rassen reageerden vooral in de eerste maanden van de productie heel verschillend op de spectra. Deze werden versterkt door de snelheid waarmee ze in productie komen na het planten en ook door verschillen in loze en onverkoopbare takken (er wordt gekoeld op één temperatuur en dat is een compromis voor alle rassen). De toevoeging van verrood licht aan zowel de Hoog Rood behandeling als het Hoog Blauw en Wit behandeling lijkt positief te werken in de meeste gevallen. De behandeling Hoog Rood met Verrood (HR/FR) staat aan kop met hoogste productie – en de minste loos - voor drie van de vier rassen. De behandeling Hoog Blauw en Wit zonder Verrood toegevoegd resulteert in de laagste producties voor drie van de vier rassen. Dit komt ook overeen met de uitkomst van de spectrumproef. De verwachting was dat de Hoog Blauw Wit + Verrood het beste zou zijn en dat klopt voor een van de vier rassen. Voor werkzaamheden aan het gewas en om te scouten zijn de Hoog Blauw en Wit behandelingen prettiger om te werken. De verschillen nemen nu af, omdat het aandeel belichting sterk is afgenomen ten opzichte van het aandeel zonlicht. Het goede nieuws is dat de proef nog een winter wordt voortgezet. Foto’s: Van linksboven met de klok mee: Hoog Rood, Hoog Rood+Verrood, Hoog Blauw Wit+Verrood, Hoog Blauw Wit. Dit onderzoek wordt gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Glastuinbouw Nederland binnen het programma Kas als Energiebron, met daarbij een bijdrage van de Gewascoöperatie Alstroemeria, Signify (de lampen), Ludvig Svenson (de schermdoeken), HilverdaKooij, Royal Van Zanten, Könst (het plantmateriaal). De Flori Consult Group begeleidt de teelt.

Geplaatst op: 12-05-2020

‘Alstroemeria van de Toekomst, dichtbij’ maakt ambities nog steeds waar

Auteur: Nieves García en Kees Weerheim (WUR), Marco de Groot, FloriConsultGroup

Hoge producties Het gewas in de kas waar het teeltconcept ‘Teelt van de Toekomst’ wordt getest, heeft in totaal 38% meer PAR licht ontvangen, gerekend vanaf de start van de behandelingen in week 4 van 2019, dan het gewas in de referentieteelt. Het extra licht (zonlicht plus LED-licht) is omgezet in een cumulatieve meerproductie van 52% (Noize) en van 54% (Virginia). De betrokken telers omschreven het bij hun laatste bezoek begin maart als ‘een grandioos mooi gewas’. Er is voldoende gewasbedekking; de kleur is goed, het blad is groot. Betere splitsing en verankering De hypothese is dat een deel van de winst qua productie in deze kas voortkomt uit het feit dat de rhizomen in het substraat beter en meer vertakt zijn. Er zijn dus meer rhizomen aanwezig, waar meer scheuten van worden afgesplitst. Ook zien de onderzoekers van WUR dat door de betere splitsing ondergronds, er minder takken worden losgetrokken. Er is meer ‘oogstgemak’. Dit komt doordat het substraat helemaal vol met wortels is en de rizomen beter zijn vertakt en dus beter verankerd in het substraat. Hierdoor is er naast veel productie, minder oogstschade. Dit leidt tot minder uitval en meer product. Trips onder controle De tripsdruk was in het begin van de teelt een knelpunt in de referentieteelt, waar conform praktijk, de gewasresten op het pad worden gegooid. Vanaf vorige zomer is het steeds beheerst gebleven, zonder inzet van chemische middelen. Dit is deels te danken aan de goede aanwezigheid en overleving van de bodemroofmijt Stratiolaelaps scimitus (voorheen Hypoaspis miles), ook in de wintermaanden. Luis was de plaag die de tweede winter om de meeste aandacht heeft gevraagd, maar ook die is met inzet van galmuggen aangepakt. Grote belangstelling praktijk De alstroemeriatelers volgen de proef met grote belangstelling, momenteel via digitale bijeenkomsten. Het bevestigt hen in de huidige tendens in de praktijk om de teelt te intensiveren. Dit heeft zich vertaald in investeringen, zoals verhoging van het lichtniveau met LED-belichting, meer afdelingen op substraat, extra doeken voor meer isolatie en de inzet van andere bestrijders. Hopelijk kunnen de telers snel hun fysieke bezoeken hervatten. Dit onderzoek wordt gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Glastuinbouw Nederland binnen het programma Kas als Energiebron, met daarbij een bijdrage van de Gewasco ö peratie Alstroemeria, Signify (de lampen), Ludvig Svenson (de schermdoeken), HilverdaKooij en Royal Van Zanten (het plantmateriaal). Flori Consult Group begeleidt de teelt.

Geplaatst op: 06-05-2020