Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 15.

Start cursus Weerbaar telen – snijheesters en snijbloemen

Van begrip naar praktische teeltstrategie Weerbaar telen is een belangrijk onderdeel van een geïntegreerde aanpak om ziekten en plagen te voorkomen of beheersbaar te houden. Tegelijkertijd is ‘weerbaarheid’ een breed begrip, dat in de praktijk op verschillende manieren wordt uitgelegd en toegepast. Juist daarom brengt de cursus structuur en helderheid: wat betekent het concreet en wat kun je er morgen al mee in je kas? De cursus start op woensdag 18 februari 2026 en is speciaal bedoeld voor telers van snijheesters en snijbloemen die gericht willen bouwen aan een robuuste, toekomstbestendige teelt. “Weerbaar telen vraagt om inzicht, samenhang en bewuste keuzes”, zegt Liesbeth Nijs, Themaspecialist Plantgezondheid bij Glastuinbouw Nederland. “In deze cursus helpen we telers om kennis uit onderzoek en praktijk te vertalen naar hun eigen bedrijf. Niet als losse maatregelen, maar als een samenhangende teeltstrategie waar je direct mee verder kunt.” Drie middagen: theorie én praktijk De cursus bestaat uit drie dagdelen: twee middagen met theorie en één middag met een excursie en praktijkvoorbeelden. De vervolgbijeenkomsten zijn op woensdag 4 en 18 maart, steeds van 13.00 tot 17.00 uur. Meer informatie over de inhoud, data en aanmelden vind je hier op de cursuspagina . Wil je gericht werken aan een weerbare teelt en bouwen aan sterke planten in een gezonde teeltomgeving? Dan biedt deze cursus een stevig en praktisch vertrekpunt.

Geplaatst op: 28-01-2026

Innovaties tijdens de Grondteeltmiddag: terugblik en presentaties

Telen op water: Vertify klaar voor praktijktoepassing Jasper Schermer van Vertify presenteerde de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van telen op water, specifiek met Matricaria, Lisianthus en Chrysant. Deze techniek biedt een duurzaam alternatief voor traditionele grondteelt en maakt gesloten teeltsystemen en automatisering mogelijk. Voor Chrysant konden kwekers op 31 oktober al een eerder inloopmoment bij Vertify bijwonen om de proefresultaten zelf te bekijken. Bij Lisianthus bevindt de techniek zich nog in de beginfase, met de focus op effectieve waterontsmetting tussen teelten. Tijdens de Grondteeltmiddag bezocht de groep de praktijkproef van Job van Egmond, waar Matricaria op water wordt geteeld. Deze praktijkpilot belooft een belangrijke stap te zijn richting een toekomstbestendig teeltsysteem. Weerbaarheid in de teelt Liesbeth Nijs, themaspecialist Plantgezondheid bij Glastuinbouw Nederland, gaf aan dat weerbaar telen lange tijd geen eenduidige definitie kende. Dankzij het Uitvoeringsprogramma Gewasbescherming is er nu een duidelijke omschrijving: Sterke planten in een gezonde omgeving voor een toekomstbestendige land- en tuinbouw. In de pilot Kas als ecosysteem zijn demonstratieteelten opgezet in chrysant, komkommer en radijs, gericht op het vergroten van de weerbaarheid van gewassen. Ze legde uit hoe boven- en ondergrondse processen kunnen worden gestuurd om planten weerbaarder te maken. Ook werd het belang banadrukt van het optimaliseren van álle puzzelstukjes in het teelt systeem, gezien de huidige uitdagingen op het gebied van energie en duurzaamheid. Glastuinbouw Nederland biedt cursussen aan over weerbaar telen, afgestemd op de behoeften van specifieke gewasgroepen. Annelein Meisner presenteerde de definitie van bodemweerbaarheid. Hierbij onderdrukt de microbiële gemeenschap de groei of vestiging van een ziekteverwekker waardoor er minder tot geen ziektesymptomen zijn. Dit is onderdeel van een weerbare teelt. Daarnaast presenteerde ze de resultaten van de chrysantenproef die is uitgevoerd binnen de PPS ‘Boven en ondergronds sturen op weerbaarheid’. Binnen deze proef werd getoetst of langer telen via het weerbaar telen principe, leidt tot een grotere bodemweerbaarheid tegen ondergrondse ziekten. Het programma vervolgde zich met een bezoek aan de praktijkproef van de teelt op water bij Van Egmond Matricaria. Job van Egmond gaf hierbij een rondleiding over het bedrijf en een toelichting op deze teelt op water. Hierna ging het programma verder bij de WUR. Innovatieve technologie: virtuele lysimeter Wim Voogt deelde inzichten uit het EcoNutri-project, waarin de virtuele lysimeter centraal staat. Deze technologie biedt real-time informatie over verzilting, verdroging en uitspoeling van water. Dit inzicht is essentieel voor een effectief water- en bodembeheer, een cruciaal aspect van duurzame teelt. Demokas 2030 en chrysantenteelt op tafels Arca Kromwijk presenteerde resultaten bij een bezoek aan de Demokas 2030, waar proeven met verschillende teeltsystemen – met name gericht op Freesia – werden uitgevoerd. Janneke Grit belichtte haar onderzoek naar chrysantenteelt in bakken met substraat op tafels. Dit innovatieve systeem maakt efficiënter gebruik van ruimte en middelen en draagt bij aan een duurzamere sector. Samen werken aan een duurzame toekomst De Grondteeltmiddag werd afgesloten met inspirerende discussies en het delen van praktijkervaringen. De inzichten en resultaten die tijdens deze bijeenkomst werden gedeeld, vormen een belangrijke stap richting een weerbare en duurzame toekomst. We bedanken de deelnemers voor hun positieve energie en betrokkenheid tijdens deze middag! De presentaties van de sprekers zijn hieronder toegevoegd.

Geplaatst op: 26-11-2024

Meten en sturen van plantbelasting in sierteeltgewassen

Auteur: Arca Kromwijk, Arie de Gelder, Nieves Garcia, Eric Poot en Mary Warmenhoven (WUR)

De genoemde begrippen zijn voor sierteeltgewassen gedefinieerd als: Plantbelasting Dit is de totale sink/m 2 kas/week en wordt bepaald door: het aantal oogstbare organen per m 2 per week én het ontwikkelingsstadium van deze organen én de assimilatenbehoefte van overige plantendelen Assimilatenbalans Dit is een zodanig op elkaar afgestemde verhouding tussen de vraag naar assimilaten (=sinkvraag) en het aanbod van assimilaten (=source) dat de plant kan groeien en de productkwaliteit levert die gewenst is. Plantbalans Het evenwicht in aanmaak en groei van oogstbare en niet oogstbare plantendelen, zodanig dat de plant kan groeien en de productkwaliteit levert op de manier zoals de teler dat wil. Dit is breder dan de assimilatenbalans en heeft ook betrekking op andere aspecten, zoals sturing in evenwicht in de energiebalans, waterbalans, hormoonbalans en nutriëntenbalans. Gewas specifiek Voor gerbera, chrysant, roos en freesia is beschreven hoe de toepassing van sturen op plantbelasting, assimilatenbalans en plantbalans doorwerkt in het begrijpen van de teelt, productie en energie-input. Dit blijkt voor elk gewas maatwerk en complex. Wel wordt de teeltwijze meer inzichtelijk. De grote lijn is het sturen op plantbelasting op basis van de hoeveelheid (zon)licht die het gewas de komende periode naar verwachting zal ontvangen en het aanpassen van de temperatuur op de behaalde lichtsom. In het eindrapport is een indeling voor sierteeltgewassen beschreven, waarbij per groep kort wordt ingegaan op wat toepassing van de definities en de aanpak van Het Nieuwe Telen voor elke gewasgroep betekent. Energiebesparing door meer met licht mee te telen Door de plantbelasting aan te passen aan de verwachte lichtsom tijdens de uitgroei van de snijbloem of potplant kan er bij sierteeltgewassen meer met het natuurlijk licht mee worden geteeld. Inzicht in de plantbelasting door inzicht in de sinkgrootte van het gewas is daarvoor belangrijk. Met een lagere plantbelasting in de winter kan in donkere periodes worden bespaard op warmte en elektriciteit door een lagere temperatuur en lagere lichtsom na te streven (energiebesparing). Op lichtere dagen kan de kastemperatuur (en daarmee sinksterkte) worden verhoogd om het zonlicht optimaal te benutten voor de aanmaak en verwerking van assimilaten. Dit kan met behulp van een vaste verhouding tussen de etmaaltemperatuur en lichtsom per dag (RTR). Op lichtrijke dagen kan door minder of geen assimilatiebelichting te gebruiken worden bespaard op elektriciteit en warmte. Bij veel siergewassen moet wel rekening worden gehouden met gewas specifieke minimum- en maximumtemperaturen per teeltfase en een snellere afvlakking van de RTR en lagere maximumtemperaturen bij siergewassen uit koele herkomstgebieden. Hulpmiddel bij implementatie van nieuwe energiebesparingsmaatregelen Daarnaast is het monitoren en bijsturen van de plantbalans een hulpmiddel om ongewenste veranderingen in de plantbalans snel te signaleren en snel bewust bij te kunnen sturen. Kennis van ‘indicatoren van onbalans’ om de plantbalans te monitoren en teeltmaatregelen om de plantbelasting, assimilatenbalans en plantbalans in de juiste richting bij te sturen, zorgt ervoor dat nieuwe teeltmaatregelen (zoals bijvoorbeeld het sturen op RTR of andere energiebesparende maatregelen), of andere teeltstrategieën sneller en succesvoller kunnen worden toegepast, omdat de teler weet hoe hij de plantbalans kan bijsturen in zijn gewenste richting. Het eindrapport is als bijlage toegevoegd.

Geplaatst op: 03-01-2023

Snij-anthurium onbelicht naar klimaatneutraal 2.0

Doel Demonstratie van klimaatneutrale onbelichte snij-anthuriumteelt in de 2SaveEnergyKas (onderdeel van het IDC bij WUR Glastuinbouw in Bleiswijk). Met de kennis kunnen telers direct de gehanteerde teeltstrategieën overnemen en een goed beeld vormen welke investeringen interessant zijn om verder energie te besparen en de teeltkwaliteit te verbeteren. Aanpak De 2SaveEnergy kas maakt de verwachtingen met betrekking tot het energiegebruik ook bij de snijanthurium meer dan waar. Dit is veelal te danken aan de extreem goede isolatie van de kas en toepassing van een “next generation” semigesloten kassysteem. Hoewel dit ontvochtigingssysteem volledig is uitgelegd op het gebruik voor ontvochtiging, is gebleken dat gedurende de zomer er ongeveer evenveel warmte geoogst kan worden als er op jaarbasis voor de teelt in deze kas nodig is. Er zijn er gewas- en gewasbescherming technisch gesproken toch diverse uitdagingen opgedoken die zeer waarschijnlijk een klimaatachtergrond hebben. Doel is dan ook tot een verbetering van de bloem-kwaliteit in de winter te komen. Producties zijn hoger dan in de praktijk met ook zwaardere kwaliteit bloemen en langere houdbaarheid doordat m.n. meer licht toegelaten wordt. Het beoogde vervolg op de huidige teelt van 6 maanden geeft de mogelijkheid de gewaseffecten op de komende zomer warmteoogst in herfst en winter goed te kunnen volgen en bepalen. Er zijn nog een aantal vragen die beantwoord gaan worden Is verlaging van de etmaaltemperatuur zinvol? Kan de CO2 dosering nog verder omlaag? Kan de bloemvorm en kleur verbeterd worden door het klimaat anders te sturen door bijv. mindere koele luchtinblaas onder het gewas? Kan blauwverkleuring en glazigheid verbetert worden door de ontvochtiging anders te regelen. Werkpakket 1 Interactie gewasreacties en klimaat De bestaande kennis over oortjes, blauwverkleuring en glazigheid en de interactie met de wijze van telen, het oogsten van warmte in de zomer en het “droog” kunnen sturen van het klimaat worden in een workshop met voorlichting en telers/BCO leden besproken. Resultaat hiervan moet een goed onderbouwde hypothese vormen die we gedurende de (vervolg) teelt kunnen beoordelen. Hierbij zal ook terdege ingegaan worden welke metingen hiervoor nu werkelijk gemaakt moeten worden. Ook de verminderde CO2 inbreng wordt besproken om daarmee een breed gedragen doel te kunnen definiëren. Werkpakket 2: De Teelt Al in het huidige project wordt een aantal additionele sensoren geïnstalleerd om komende zomer de pottemperatuur bij de 2 behandelingen te kunnen monitoren. Hierbij zal ook middels thermokoppels in de groeipunt bekeken worden of de temperatuur van de groeipunt in de zomer inzicht kan verschaffen in de kans op afwijkende bloemvorm en kleur. Daarnaast zal uitgebreid het klimaat, energie- en CO2-verbruik gemonitord worden. Gewasgroei, ontwikkeling en gewaskwaliteit zal nauw gevolgd worden naar voeding en bemesting en gewasgezondheid. Klimaatneutrale (all-electric) onbelichte jaarrondteelt van snijanthurium is haalbaar in de 2SaveEnergy-kas, zonder inzet van fossiele brandstoffen. Door de extreem goede isolatie kon de teelt grotendeels worden verwarmd met warmteoogst uit ontvochtiging, gecombineerd met circa 55 kWh elektriciteit voor warmtepomp en ventilatoren. Het gewas werd door telers beoordeeld als compact en gezond, met goede wortelontwikkeling en zware kwaliteit bloemen. De productie (aantal bloemen) was vergelijkbaar met de praktijk, net als bloemkwaliteit en houdbaarheid. Internodiën waren veel korter dan bij een even oud praktijkgewas, wat bijdroeg aan een compactere plantopbouw. Blauwverkleuring en glazigheid werden alleen in de eerste 7 dagen vaasleven duidelijk verminderd t.o.v. de praktijk; na 14 dagen was het verschil bijna verdwenen. De ambitie om nagenoeg chemievrij te telen is grotendeels gelukt: er waren slechts drie plaatselijke correcties tegen luis en twee volveldse correcties tegen een exotische trips nodig. De demo bracht nieuwe inzichten: spinnen kwamen in beeld als generalistische natuurlijke vijanden, en er ontstond vervolgfocus op biologie en bestrijding van exotische tripssoorten. Voor opschaling lijken financiële belemmeringen groter dan technische, omdat er geen gewaskundige blokkades zijn gevonden voor implementatie. Projectnummer: 20147

Van 01-11-2020 tot 31-08-2021
Afgerond

Nog geen harde relatie tussen energiezuinig telen en fysiologische afwijking alstroemeria

Auteur: Nieves Garcia en Arie de Gelder (WUR)

Het project ‘Monitoring energie innovaties in de praktijk’ heeft als doel te komen tot een energie-efficiënte tuinbouwproductie, door kennis te verwerven en te delen over de impact van verschillende energiebesparende maatregelen op het kasklimaat, het energiegebruik, de gewasgroei en het bedrijfsresultaat. Binnen dit monitoringproject is begin 2019 een klimaatvergelijking gestart tussen vier alstroemeriatelers (vijf afdelingen) onder begeleiding van de Flori Consult Group en Wageningen University & Research Glastuinbouw. Het doel van deze vergelijking is het verklaren van een fysiologische afwijking die de bladkwaliteit bedreigt: witte streepjes in het blad. De gedachte is dat het kasklimaat, en dan vooral de plant temperatuur fluctuaties en uitstraling de oorzaak van dit fenomeen zou kunnen zijn. De aanwezigheid van streepjes wordt wekelijks door de bedrijven zelf bijgehouden en doorgegeven. Betrokken bedrijven Drie van de deelnemende bedrijven hebben een enkel schermdoek; een bedrijf heeft twee schermen. Ook zijn er verschillen in teeltsubstraat: een bedrijf teelt op kokos, de drie andere bedrijven in de grond. Er is een afdeling met een kasdek van diffuus glas. Alle bedrijven telen gevoelige cultivars. De telers hebben voor dit onderzoek extra sensoren aangeschaft, zoals een uitstralingsmeter en meetboxen. Bij iedere teler is ook een thermische beeldcamera geplaatst. Verder heeft iedere teler een LetsGrow-abonnement afgesloten om de klimaatgegevens makkelijk te kunnen delen. De telers komen ongeveer eens per zes weken bij elkaar om samen over de stand van het gewas en de onderlinge verschillen door te praten. Analyse Op verschillende dagen in april, mei, juli, augustus, september en ook al in oktober zijn streepjes gemeld. Er is vervolgens een analyse gemaakt van het klimaat gedurende de dagen voorafgaand aan de melding en simulaties met het gereedschap ‘uitstralingsmonitor’. Tot dusver is het niet mogelijk geweest een harde relatie te leggen tussen het optreden van streepjes en de afkoeling van het gewas als gevolg van uitstraling. De teler met twee doeken blijft nog altijd schadevrij. Andere verschillen tussen de telers met en zonder schade die mogelijk een rol spelen, zijn het telen in de grond of op substraat en de herkomst van de CO 2 . Op momenten van ramen dicht kan de CO 2 concentratie hoog oplopen. Ook zijn er grote fluctuaties binnen een etmaal van de luchtvochtigheid. Dit onderzoek wordt gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Glastuinbouw Nederland binnen het programma Kas als Energiebron, met daarbij een bijdrage van de Gewasco ö peratie Alstroemeria en de deelnemende telers.

Geplaatst op: 06-11-2019

Alstroemeria van de Toekomst te telen bijna zonder warmtevraag

Auteur: Nieves García, Kees Weerheim, Feije de Zwart (Wageningen UR BU Glastuinbouw)

Warmtevraag 30% lager door goede isolatie De teelt is in beide kassen (Referentie en Teelt van de Toekomst) gestart met SON-T belichting in een lage intensiteit (80 µmol/m 2 s). Door de goede isolatie (2 schermdoeken, een LUXOUS 1147 FR (tegen lichtuitstoot), en een HARMONY 7247 FR transparant helder energiedoek) was de warmtevraag, omgerekend naar een praktijksituatie, 30% lager dan in de referentiekas met slechts één schermdoek (het doek tegen lichtuitstoot). Genoeg warmte door belichting en grondkoeling Vanaf het moment dat de LED lampen zijn gaan branden in de Teelt van de Toekomst (in week 5), is de warmtevraag naar praktisch 0 gedaald. De warmte-input van de lampen is zo groot dat in combinatie met de goede isolatie van de kas er nog nauwelijks extra warmte nodig is om de kas op temperatuur te houden. In week 11, een koude week, en naar verwachting een aantal weken in de komende winter moet er nog wel wat warmte op het koel/ontvochtigingsblok worden verzameld om in de buiswarmte te kunnen voorzien met een warmtepomp. Maar in de zomer levert de grondkoeling al genoeg warmte op: de bodem bij Alstroemeria moet namelijk koel worden gehouden voor constante bloei. De warmte die daarvoor aan de grond onttrokken wordt bedraagt in een warme week 7-8 MJ per m 2 , ongeveer een kwart kuub gas. Productie 35% hoger De productie in de Teelt van de Toekomst ligt ruim 35% hoger dan in de Referentieteelt; het extra licht (totaal van januari tot nu 17% meer licht) is goed in extra takken van goede kwaliteit omgezet. In de zomermaanden wordt er niet belicht; op deze manier geven we het diffuse kasdek ook de kans om aan het productieverschil bij te dragen. Dit onderzoek wordt gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Glastuinbouw Nederland binnen het programma Kas als Energiebron, met daarbij een bijdrage van de Gewasco ö peratie Alstroemeria, Signify (de lampen), Ludvig Svenson (de schermdoeken), HilverdaKooij en Royal Van Zanten (het plantmateriaal). De Flori Consult Group begeleidt de teelt.

Geplaatst op: 18-07-2019

Sturen op lichtonderschepping in de eerste teeltfase snijbloemen

Snijbloemen zoals lisianthus en lelie hebben een relatief lange beginfase waarin licht niet effectief onderschept wordt. De planten zijn nog klein en de bladeren nog niet goed uitgevouwen, waardoor veel licht verloren gaat. Sturen op een betere bladspreiding geeft een effectievere lichtonderschepping de verdamping, waardoor het calcium-transport naar de cellen van de jonge bladeren toeneemt. Dit voorkomt mogelijk het optreden van brandkoppen. Met lichtkleur( o.a.de juiste golflengte blauw) kan er effectief mee op bladspreiding gestuurd kan worden. Een belangrijke onderzoeksvraag is of eerdere positieve resultaten onder lab-omstandigheden vertaalbaar zijn naar in een situatie in combinatie met daglicht en SON-T licht zoals het geval is in een kas. De hier voorgestelde proef richt zich op lisianthus als voorbeeldgewas en moet een antwoord geven op de vraag of met de juiste stuurlicht-strategie energie (elektra) bespaard kan worden, door een effectievere lichtonderschepping van het gewas. Verder wordt duidelijk wat de neveneffecten zijn: optreden van brandkoppen, lengte gewas en bloeisnelheid. Lisianthus wordt hier gebruikt als voorbeeldgewas, maar er zal in het rapport ook de vertaalslag naar andere gewassen gemaakt worden (zoals lelie). Hiervoor worden in klimaatkamers praktijkomstandigheden voor een lisianthusteelt in de winter gesimuleerd. De eerste weken wordt bijbelicht met blauw stuurlicht in 4 varianten: 1. Controle (geen blauw); 2. Blauw overdag (PAR-som gelijk aan controle); 3. Blauw alleen nacht (PAR-som gelijk aan controle); 4. Blauw dag en nacht (PAR-som gelijk aan controle). Gewasmetingen: Bladspreiding en gewasstand, lengte, groei, teeltduur en optreden van brandkoppen. De gewascoöperatie Lisianthus investeert ondertsteunt dit project met een bijdrage van € 7.200,-. Met blauw licht is de taklengte te sturen bij lisianthus. Dat blijkt uit onderzoek in klimaatkamers van Plant Lighting. Als LED belichting wordt aangeschaft valt aan te bevelen blauw licht apart aan te kunnen sturen. Lisianthus en andere gewassen benutten licht vaak inefficiënt in het begin van de teelt. Sturen op een betere bladspreiding verhoogt de lichtonderschepping van het jonge gewas. Verder kan meer lengtegroei wenselijk zijn bij lisianthus en is preventie van brandkoppen van belang. In dit onderzoek zijn de effecten van blauw stuurlicht op bovengenoemde factoren onderzocht. Onder geconditioneerde is een wintersituatie in de kas gesimuleerd (daglichtsimulatie + SON-T bijbelichting) en zijn twee rassen lisianthus geteeld, waarvan één gevoelig voor brandkoppen. Er waren vier behandelingen waarbij de lichtsom overal gelijk was: (1) controle, (2) + blauw LED-licht dag, (3) + blauw LED-licht nacht, en (4) + blauw LED-licht dag en nacht. Meer taklengte Een effect op brandkoppen is niet gevonden. Vooral blauw in de nacht leidde tot een iets hogere bedekkingsgraad door het gewas. De bladeren bleken zich beter uit te spreiden, maar het effect was niet heel groot. De takken waren uiteindelijk niet zwaarder en zelfs minder zwaar per eenheid lengte. Blauw in de nacht gaf wel meer taklengte. Dit kan gunstig zijn voor lisianthus. Blauw LED-licht tijdens de dag had juist een remmend effect op de lengtegroei. Omdat lange bloemstelen onder de knoppen onwenselijk zijn, zou gedacht kunnen worden aan blauw belichting in de nacht in het begin van de teelt (stimuleren lengtegroei) en later in de teelt juist overdag (compactere bloemstelen onder de knop). Op tijd stoppen met blauw belichten in de nacht voorkomt mogelijk ook de remmende werking op zijtak-uitloop. Sowieso werd het verschil in lengte vooral in de eerste vier weken van de teelt gemaakt. Blauw licht apart aansturen Voor praktische toepassing is het de vraag of een investering in blauwe LED-belichting te verantwoorden is. Alleen als lengte een groot probleem is kan dit overwogen worden. Als toch al geïnvesteerd wordt in LED, valt aan te bevelen de blauwe LED’s apart stuurbaar te maken, zodat op lengte gestuurd kan worden. Projectnummer: 20073

Van 01-05-2018 tot 31-10-2018
Afgerond

LED bij zonlicht

Om energiebesparing en klimaatneutrale toepassingen voor all-electric glastuinbouw te kunnen combineren met belichting wordt veel verwacht van efficiëntere belichtingssystemen zoals LEDs. LED biedt energetisch voordelen en geeft ruimte voor toepassing van dynamische lichtrecepten (lichtkleur is te kiezen en in de tijd te variëren). In het lopende project “Denkkader licht” wordt een beeld geschetst van de kennis die er over lichtkleuren en het effect daarvan op groei en ontwikkeling is en welke kennislacunes er zijn. Over de combinatie van lage intensiteit zonlicht in de winter met LED verlichting blijkt heel weinig bekend. Veel onderzoek is gedaan aan effecten van één kleur, vaak in daglichtloze condities, maar slechts weinig onderzoek naar een integrale benadering van LED belichting in kassen met daglicht. Twee richtingen van ontwikkeling van lichtrecepten lijken perspectiefvol voor onderzoek en vervolgens voor toepassing in de glastuinbouw: (1) balans tussen kleuren en (2) minimale hoeveelheid licht van bepaalde kleur. Het doel van dit onderzoek is het opstellen van (goede) basisspectra voor LED licht als aanvulling op het zonlicht onder omstandigheden met weinig natuurlijk licht, voor een aantal gewassen (tomaat, sla, chrysant en alstroemeria). Dit gebeurt in 5 werkpakketten: Werkpakket 1. Inrichten IDC LED, plannen en voorbereiden. Naast inrichten van het IDC LED met de nieuwste led modules, zal het plan voor werkpakket 2 wordt gedetailleerd ingevuld over o.a. aantallen planten, rassen, spectrum, intensiteiten en plantmetingen. Werkpakket 2. Experimenten met lichtrecepten. In een reeks experimenten worden strategieën met verschillende basisspectra toegepast bij tomaat, chrysant, sla en alstroemeria. Al deze proeven worden gedaan onder “winterse condities” in de kas, dus lage niveaus zonlicht en korte dagen met natuurlijk licht. In serie 1 wordt in eerste instantie voor tomaat en sla een proef gedaan met verschillende spectra, waarin de effecten op jonge tomatenplanten en op slaplanten wordt bepaald. In deze proef worden de morfologische en fysiologische processen in de plant gemeten die de groei en ontwikkeling van de planten bepalen. Uit deze proef valt af te leiden in hoeverre blauw licht in het LED spectrum nodig is, wat het effect is van groen en verrood licht, en in hoeverre deze effecten onderling vervangbaar zijn. Daarna volgt een serie 2 met chrysant en alstroemeria. Daar wordt gekeken naar weggroei van jonge planten, strekking, bladoppervlakte, lichtonderschepping, bladgrootte en biomassavorming. Uit deze proef valt af te leiden in hoe de plantvorm en lichtonderschepping van jonge chrysanten- en alstroemeriaplanten gestuurd kan worden met het spectrum Werkpakket 3: Go/No Go bespreking Werkpakket 4: toepassing in een teelt. In WP2 wordt gewerkt met jonge gewassen en is de vraag wat de effecten zijn op een volgroeid gewas. Daarom worden uit die experimenten de meest interessante combinaties gezocht van spectrum en gewas, en worden deze beproefd in een volledige teelt (voor chrysant of sla) of de winterproductie (tomaat). Werkpakket 5. Rapportage en overleg Dit onderzoek moet kennis opleveren om de toepassing van led te versnellen door meer kennis over het toe te passen spectra. Led is inmiddels meer dan 40% zuiniger dan de huidige SON-T lampen bij gelijke lichtintensiteit. Philips draagt € 25.000,- bij aan dit project (in kind). Het is belangrijk om te weten als overgegaan wordt op led-belichting wat de invloed is op biologische bestrijders en plantweerbaarheid. Een vijftal verkennende experimenten moeten hier een beeld van geven. Zoekefficiëntie en parasiterings-activiteit van Aphidius ervi voor bladluis Populatie-ontwikkeling roofmijten op komkommer Eileg en ontwikkeling van Macrolophus pygmaeus in tomaat Eileg en ontwikkeling Orius roofwantsen in chrysant Effect lichtbehandeling op plantweerbaarheid tomaat en chrysant Projectnummer: 20078

Van 01-04-2018 tot 30-09-2019
Afgerond

Houdbaarheid in snijbloemen en HNT

Auteur: Aat Dijkshoorn

Het is al langer duidelijk dat huidmondjes door continue belichting in de winter en een teelt bij een constante hoge RV hun werking kunnen verliezen. De huidmondjes blijven dan altijd open staan. Zonder een regelmatige sluitingsprikkel wordt het hormoon abamactine (ABA) niet meer aangemaakt en ABA speelt een belangrijke rol bij het openen en sluiten van de huidmondjes. Zonder ABA blijven de huidmondjes in de naoogst open staan en drogen de bloemen te snel uit. Allereerst blijkt de relatie met HNT minder sterk dan gedacht. Immers, het vochtiger telen volgens HNT gaat vooral op voor perioden met veel instraling zoals in de zomer. Dan zijn er meestal geen problemen met de houdbaarheid. De verschillen in de winter qua vochtigheid tussen de standaard teeltwijzen en HNT zijn niet zo groot. Het belangrijkste aanknopingspunt om de houdbaarheid in de winterperiode te verbeteren is het hanteren van een donkerperiode. Dat gaat echter al snel ten koste van productie en is daarom niet favoriet in de praktijk. Aanvulling hierop of alternatieven om de aanmaak van ABA en daarmee de werking van de huidmondjes op orde te houden zijn een tijdelijke verhoging van de VPD en verlaging van de RV of het introduceren van tijdelijk extra luchtbeweging. Mogelijk kunnen de introductie van groen licht (bijvoorbeeld van LED lampen) of het beperken van uitstraling door te schermen ook een positieve rol spelen, maar daar moet nog onderzoek naar worden gedaan. Dit project is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Economische Zaken. Het eindrapport van het project is beschikbaar en vindt u via onderstaande link.

Geplaatst op: 10-11-2016

John Krijger verzet zelfs vakantie voor de cursus HNT

Auteur: Aat Dijkshoorn

"Samen met Peter Kamp van Priva (en voorheen bij DLV) proberen we al meer dan 10 jaar het klimaat te optimaliseren. Het is goed om in de cursus nu bezig te zijn met de theorie hierachter en samen met collega’s chrysantentelers ervaringen uit te wisselen. Sander Pot van Plant Dynamics liet in het verleden met metingen al zien dat een chrysantengewas veel kan hebben en ook in een droger klimaat doorgaat met assimileren. Bij asters is dat heel anders is mijn ervaring. Als je bijvoorbeeld een klein hoekje met tocht hebt laat het gewas het direct zien. De huidmondjes sluiten veel sneller en je moet dus meer op vocht sturen dan bij chrysant. Toch denk ik dat chrysant ook profijt kan hebben van een aangepaste klimaatregeling. Mijn ervaring is dat je niet te lichtvaardig moet meegaan met hypes en je klimaatinstellingen gaat aanpassen omdat collega’s dat ook doen. Je moet echt de logica erachter goed doorgronden. Daarom heb ik veel aan de cursus HNT en aan het uitwisselen van ervaringen met de collega’s in de groep. Ik heb zelfs mijn vakantie verzet om geen dag van de cursus te hoeven missen!” Bekijk ook de weblectures om u te verdiepen in Het Nieuwe Telen, bijvoorbeeld nummer 3, 12 en 13.

Geplaatst op: 23-08-2016