Zoeken

Resultaat 1 tot 2 van 2.

Klimaat sturen op inhoud blad

Een van de belangrijke principes van Het Nieuwe Telen is dat het schaarse licht optimaal wordt omgezet in assimilaten, in het bijzonder in oogstbaar product. Daarmee is het helder dat de assimilatenverdeling zo veel mogelijk moet worden gestuurd in de richting van de vruchten of bloemen. Op dagbasis moeten de assimilaten optimaal worden verwerkt waarbij energiekostende omzettingen zoals vorming van zetmeel en remobilisatie in het bladpakket daarvan zoveel mogelijk moet worden voorkomen. De enige manier waarop dit tot nu toe te bepalen is, is door bladmonsters te nemen en deze te laten analyseren. Het zou wenselijk zijn dat een teler zelf momentaan in de kas de status van zijn gewas kan monitoren, en dat gebruiken om op basis daarvan beslissingen te nemen ten aanzien van kasklimaat of teeltmaatregelen. In dit project wordt een snelle screeningsmethode ontwikkeld om de gewasstatus te monitoren en op basis daarvan het kasklimaat zo energiezuinig mogelijk te regelen zoals belichting en temperatuur of het moment van bladplukken. Er zal hyperspectral imaging (400 tot 1700 nm) toegepast worden. Het resultaat van de hyperspectrale beeldanalyse is een model wat aangeeft welke golflengtes een rol spelen bij het meten van de verschillende inhoudsstoffen. Deze golflengtes kunnen vervolgens worden geïmplementeerd in een handzame multispectrale camera. Werkpakket 1. Voorbereiding en aanleggen van de behandelingen. Aan het einde van een bestaande kasproef met vijf tomatenrassen worden verschillende behandelingen aangelegd. Dit betreft bijv. trossnoei, blad verwijderen om assimilatenaanmaak te verlagen, blad laten hangen aan andere planten om bladvergeling/veroudering te krijgen. Dit is om er voor te zorgen dat de suikergehaltes en droge stof percentages in vruchten en bladeren verschillen, en om verschillen te maken in nutriëntengehaltes in de bladeren (bladeren laten hangen aan de planten, watergift met (zeer) lage nutriëntengehaltes). Werkpakket 2. Beelden met de hyperspectraal camera’s, bemonsteren en data analyse. Er worden uit de kas per type relatie 100 bladeren en 100 vruchten genomen en deze worden met de hyperspectrale camera’s doorgemeten. De bladeren variëren van jong en groen tot oud en vergeeld, en de vruchten variëren van groen tot zeer rijp (rood). Voor de bladeren worden relaties gelegd tussen de hyperspectrale beelden en suikergehalte, nutriënten (tenminste stikstof en calcium), % droge stof (watergehalte) en chlorofyl. Voor de vruchten worden relaties gelegd tussen de hyperspectrale beelden en suikergehalte, % droge stof (watergehalte), stevigheid en kleur Werkpakket 3. Analyse resultaten en rapportage. Uiteindelijk wordt bepaald of de hyperspectraal camera een goede momentane niet-destructieve meting kan doen van de bladkwaliteit of de vruchtkwaliteit. Voor dit onderzoek werd gebruik gemaakt van een bestaande tomatenteelt met 5 rassen. Er zijn behandelingen aangelegd om er voor te zorgen dat de suikergehaltes en droge stof percentages in vruchten en bladeren verschillen, en om verschillen te maken in nutriëntengehaltes in de bladeren. Vervolgens werden aan deze bladeren en vruchten metingen gedaan met hyperspectrale camera’s. De bladeren en vruchten werden vervolgens gebruikt voor destructieve bepalingen van suikers, zetmeel, nutriënten, percentage droge stof en chlorofylgehalte in verschillende laboratoria. Voor iedere vrucht of blad werden de spectrale beelden en de labmetingen gecombineerd en werd bepaald in hoeverre de beelden een goede correlatie opleveren met de verschillende inhoudsstoffen. Goede correlatie Uit de resultaten blijkt dat de hyperspectrale beelden goed correleren met de gehaltes aan suikers in het blad. Daarnaast zijn er goede correlaties met het droge stof gehalte en de gehaltes aan pigmenten (chlorofyl en carotenoïden) in het blad. Er was een redelijke correlatie tussen de beelden en gehaltes aan zetmeel, totaal stikstof en calcium. De gehaltes aan een aantal andere nutriënten bleek niet tot nauwelijks voorspelbaar met de hyperspectrale camera’s. Verder bleken gehaltes aan suikers en zuren in de vruchten, bepalend voor de smaak van tomaten, goed voorspelbaar met de hyperspectrale camera. Al deze resultaten laten zien dat hyperspectrale camera’s zeer bruikbaar kunnen zijn in de glastuinbouw om de status van het gewas en kwaliteit van vruchten te bepalen tijdens de teelt, zonder het gewas te beschadigen. De volgende stap zou zijn om na te gaan of de hyperspectrale camera’s ook in een reguliere teelt gebruikt kunnen worden om de gehaltes aan inhoudsstoffen te bepalen, zodanig dat een teler die informatie zou kunnen gebruiken om op te kunnen sturen. Projectnummer: 20055

Van 01-03-2017 tot 31-12-2017
Afgerond

Tomaten productie sturen van blad naar vrucht

De voorlopige resultaten van het lopende project ‘Het Nieuwe Gewas; Verhogen van de lichtbenutting door de plant’, laten zien dat door de open gewasstructuur waarbij bewust jong blad is geplukt (55 % van de aangelegde bladeren) de verdeling van assimilaten tussen blad en vrucht wordt gewijzigd ten gunste van de vrucht. De LAI van het open gewas is ongeveer 2. Ook leidt de andere gewasstructuur (minder blad) tot minder gewasverdamping. Dit leidt in de winter tot minder inzet van warmte om het vocht af te voeren. Dit project heeft als doel om de belichting optimaal af te stemmen op de gewasbehoefte en anderzijds onderzoek naar de processen van de verbeterde lichtbenutting: de assimilatie verdeling en het gebruik van de assimilaten inclusief ademhaling. Voor dit project worden drie kasafdeling ingericht met de volgende behandelingen: A: Lage LAI- Zeer open gewas. Na bloei van de 2 e tros wordt er per 3 bladeren 2 bladeren in een jong stadium uit de kop weggenomen. Dit wordt gedaan bij 2 van de 3 trossen. Aan de stengel worden 8 tot 9 volgroeide bladeren aangehouden. B: Normale LAI - Zeer open gewas. De bladpluk strategie is gelijk aan behandeling A. Aan de stengel worden 12-13 volgroeide bladeren aangehouden. C: Verhoogde stengeldichtheid – Zeer open gewas. De bladpluk strategie is gelijk aan behandeling A, maar er wordt gestart met een plantdichtheid van 3.25 stengel/m2 in plaats van 2.5 stengel/m2. De stengeldichtheid wordt ook naar een hoger eind niveau gebracht. Naast de standaard plantmetingen en gewaswaarnemingen, lichtmetingen, metingen van de verdamping, zullen de planten ook destructief worden gemeten. Een belangrijk aspect van dit project is dat ingezoomd zal worden op de assimilatenproductie, verdeling, opslag en ‘verlies’ aan assimilaten via fotorespiratie en ademhaling. Dit gebeurt via veel en specifieke metingen. Dit om in te zoomen hoe de assimilatenstromen gaan en de daarbij onderliggende processen en dus ook kennis over waar er nog te optimaliseren valt. Kennis niet alleen voor tomaat: De verdeling van assimilaten binnen een plant en het gebruik ervan voor de ademhaling is in de basis voor alle gewassen onderworpen aan dezelfde processen, zowel voor groenten als siergewassen. Het project levert fundamentele kennis die nodig is om processen beter te kunnen begrijpen en te kunnen kwantificeren. Als de processen beter begrepen worden kunnen per gewas en teeltwijze betere keuzes worden gemaakt om tot een optimale productie te komen. Daarbij ondersteunen analyses via modellen de keuzes die gemaakt kunnen worden om door middel van interventies in de gewasstructuur de assimilaten balans te sturen. Daarmee blijft kennis ontwikkeld bij tomaat, voorbeeldgewas in dit project, niet beperkt tot toepassing in dit gewas. Projectnummer: 20024

Van 01-08-2015 tot 31-12-2016
Afgerond
  • 1