Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 65.

Veel te besparen met slimme CO2-dosering en luchtstrategie

Auteur: Jan van Staalduinen

De projectgroep had een brede samenstelling en is bijgestaan door een BCO met 11 telers. Op deze foto staan van links naar rechts: Frank Huijs en Bram Rongen (Botany), Remco Bos (Wijnen Square Crops), Maarten Vliex (Botany), Gert van Bussel (Snack Products), Govert Trouwborst (Plant Lighting), Mark Meijers (Glastuinbouw Nederland) en Marcel Verdellen (Wijnen Square Crops). Twee strategieën CO 2 is een belangrijke productiefactor, die schaarser en duurder wordt naarmate er minder gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Voor efficiënt gebruik dienen de luchtramen zo lang mogelijk dicht te blijven. In perioden met hoge instraling kan koeling via de luchtramen echter wenselijk zijn, waardoor de CO 2 -concentratie in de kas daalt. Welke koers moet je varen om CO 2 dan efficiënt te blijven benutten en een hoog productieniveau te blijven realiseren? De onderzoekers van Botany en Plant Lighting hebben twee alternatieve CO 2 -strategieën vergeleken met een praktijkreferentie. Dit gebeurde in twee identieke afdelingen van 520 m2 met vier komkommerrassen, gedurende ruim 20 weken (week 16 tot 37). Eén afdeling werd toegewezen aan de referentieteelt, in de andere zijn achtereenvolgens een zuinige (week 25-30) en een efficiënte CO 2 doseerstrategie (wk 31-37) toegepast. Ruim of beperkt luchten “Strategie A was er op gericht om te luchten wanneer dat volgens de gebruikelijke temperatuurlijn wenselijk was en dan géén CO 2 te doseren”, licht Govert Trouwborst toe. “De opname door het gewas moet dan volledig worden aangevuld via de buitenlucht, waar de concentratie 400 ppm bedraagt. Daarmee kun je geen maximale productie realiseren, maar je bespaart aanzienlijk op CO 2 . De onderzoeksvragen waren hoe ver de concentratie in de kas dan zou terugzakken, hoeveel productie je daardoor laat liggen en wat dat uiteindelijk kost of bespaart.” “Strategie B draaide om beperkt luchten en langer doorgaan met doseren, waarbij je een hogere kastemperatuur tot op zekere hoogte voor lief neemt”, vult Frank Huijs aan. “De plant heeft bij een hogere temperatuur ook meer assimilaten nodig, dus je zult daardoor ook meer moeten doseren. Meer dan 700 ppm levert echter weinig meerwaarde op voor de fotosynthese, dus dat kun je in zijn algemeenheid beschouwen als een efficiënte bovengrens wanneer de luchtramen dicht zijn.” Grote verschillen In hun presentatie lieten de onderzoekers tal van grafieken met meetgegevens zien, die bondig zijn toegelicht en besproken. Voor dit verslag beperken we ons tot de hoofdlijnen. Wat waren de opvallendste uitkomsten van de strategieën Trouwborst: ‘In Strategie A is achteraf bezien te weinig gelucht om het CO 2 -verbruik door het gewas afdoende aan te vullen vanuit de buitenlucht. De gemiddelde concentratie tijdens perioden met open luchtramen bedroeg 350 ppm, soms zelfs geruime tijd 300 ppm. De fotosynthese ligt dan maar liefst 20% lager. Over de proefperiode van vijf weken heeft deze strategie ongeveer 3 kg/m2 aan productie gekost, terwijl er door het niet-doseren een vergelijkbare hoeveelheid CO 2 is bespaard.” Na een overgangsweek waarin de gewassen in de praktijk- en testafdeling gelijk zijn getrokken, werd in de testafdeling Strategie B toegepast. Bij oplopende temperatuur werd er aanvankelijk slechts mondjesmaat geventileerd, om zoveel mogelijk CO 2 in de kas te houden en langer door te kunnen gaan met doseren. Op hete dagen moesten de ramen uiteindelijk toch helemaal open en is het doseren tijdelijk teruggedraaid of gestopt, maar duidelijk werd dat deze strategie in een hogere productie resulteerde dan strategie A. “Een belangrijk leerpunt was dat het veel CO 2 kost om de concentratie dan boven de 400 ppm te krijgen”, vervolgt de plantenfysioloog. “Een modelberekening voor een verversingsvoud van 10 laat zien dat er bij een setpoint van 650 ppm en hoge instraling bij geopende ramen slechts 450 ppm wordt gerealiseerd en dat er van de gedoseerde 120 kg/ha CO 2 per uur maar liefst 60 kg naar buiten vliegt. Dat is niet efficiënt. Ook bij een setpoint van 450 ppm is er sprake van veel verlies. Bij een setpoint van 400 ppm wordt het verbruik door het gewas voldoende aangevuld om dat niveau zonder verlies vast te houden.” Vertaalslag naar de praktijk De proef heeft inzichten opgeleverd waar telers beslist iets mee kunnen, stellen de onderzoekers vast. Huijs: “De voornaamste conclusie is dat je de dosering dient af te stemmen op de omstandigheden. De beschikbaarheid van CO 2 en het klimaat binnen en buiten de kas zijn leidend. Door de setpoints daarop af te stemmen kun je veel CO 2 en aardgas besparen, met behoud van een hoog productieniveau.” “Als je geen CO 2 beschikbaar hebt, moet buitenlucht de concentratie op peil houden en dien je ook ruim te luchten”, vult Trouwborst aan. “Heb je wel CO 2 beschikbaar, houd dan bij gesloten ramen een setpoint aan van 700 ppm. Loopt de temperatuur in de kas op, dan kun je dat aanvankelijk accepteren en doorgaan met doseren bij een kleine raamopening. Verlaag het setpoint dan eventueel tot 650 ppm. Als duidelijk is dat de ramen verder open moeten, doe het dan goed en verlaag het setpoint voor naar 400 ppm.” Automatische regeling wenselijk In het ideale geval wordt er dus flexibel gedoseerd op basis van setpoints die mee veranderen met de omstandigheden. “Het is nauwelijks te doen om dat allemaal handmatig bij te houden”, geeft de onderzoeker van Plant Lighting toe. “Wat je nodig hebt, is een automatische regeling die de klimaatcomputer zelf uitvoert. Dergelijke regelingen zijn voor zover ik weet nog niet in gebruik, dus hier ligt een mooie uitdaging voor de leveranciers. Wij hebben dit onderzoek uitgevoerd in komkommer, maar de ervaringen zijn natuurlijk veel breder toepasbaar. Het sluit ook naadloos aan op de ontwikkeling van autonome teeltsturing. Gezien de ontwikkelingen op de energiemarkt en de verwachte kosten voor CO 2 -emissie, mogen we deze kans om op aardgas en CO 2 te besparen niet laten lopen.” Het onderzoek is gefinancierd door Kas als Energiebron, het innovatieprogramma van het Ministerie van LNV en Glastuinbouw Nederland. Aan het onderzoek is voorts bijgedragen door gewascoöperatie komkommer, BASF | Nunhems, Bayer Vegetables | De Ruiter, Biotalys, Enza Zaden, Grodan, Maurice, Mertens, NovaCropControl, Plant Lighting, Rijk Zwaan en Royal Brinkman.

Geplaatst op: 16-11-2023

Efficiënt CO2 doseren: gebruik de rekentool

Auteur: Mark Meijers (Glastuinbouw Nederland)

Dennis Medema van Glastuinbouw Nederland gaf tijdens de bijeenkomst een toelichting op de beschikbaarheid van CO2 in de toekomst. Ook de alternatieven voor verkrijgbaarheid van CO2 zijn besproken, zoals het leveren van CO2 door de afvalverwerking. Dit biedt perspectief. Telers zijn enthousiast over het zelf uit de lucht halen van CO2. Dit is een optie die de aandacht verdient. Wanneer CO2 doseren? Arie de Gelder van Wageningen University Research Business Unit Glastuinbouw vervolgde de bijeenkomst met de achtergronden van de invloed van CO2 op de assimilatie van de plant. Aan de orde kwam het moment wanneer CO2 doseren het meeste effect heeft en hij verwees naar de rekentools bij Kas als Energiebron . Met name de ventilatiesnelheid is van belang bij het CO2 doseren. Rekentool Jeroen Boonekamp van B-MEX lichtte de CO2-tool OCAP optimaal toe. Deze tool is door B-MEX samen met OCAP ontwikkeld om CO2 efficiënter in te zetten in de teelt. Met voorbeelden werd getoond wat de module nu kan. Samen met Kas als Energiebron wordt gekeken hoe deze tool beter aansluit op de teelt. Hiervoor is input nodig vanuit de telers. Dit wordt de komende tijd opgepakt. De bezoekers geven aan dat er behoefte is aan autonome systemen die hen optimaal kunnen ondersteunen. Bekijk de presentaties onderaan dit bericht.

Geplaatst op: 31-05-2022

BEST-kas laat goede resultaten zien met houtig kleinfruit

Auteur: Frank Kempkes (WUR)

In het voor- en najaar, met respectievelijk het ras Diamond Jubilee (framboos) en Loch Tay (braam), zijn vorig jaar twee teelten uitgevoerd in de BEST-kas. Dit is een multi-tunnel kas gedekt met noppenfolie en speciaal ontworpen voor teelten met beperkte warmtevraag om ook voor deze teelten te verkennen hoe tot een klimaatneutrale teelt te komen. Uitgangspunten zijn ook dat productie het liefst nog stijgt en de productkwaliteit minimaal behouden blijft. Daarmee kwam twee jaar telen met houtig kleinfruit in deze kas tot een einde, tijd om de balans op te maken. Mooie prestatie De voorjaarsteelt is 9 januari 2020 geplant met 2 canes per pot om tot een cane dichtheid van 2.16 canes/m 2 te komen. Rond 1 april zijn de eerste vruchten geoogst en in de laatste week juni de laatste. Door de mooie omstandigheden was dit een langgerekte teelt en de teller stopt bij krap 4.4 kg/m 2 klasse 1 met een gemiddeld vruchtgewicht van 5.2 gram/stuk. Klasse 2 is er 260 gram/m 2 geoogst. Gepland was een oogstperiode van 9 weken terwijl er uiteindelijk een kleine 13 weken is geoogst. Al met al prima resultaten. Daarbij is er in totaal nog geen 4 m 3 /m 2 aan gas gebruikt en is er in totaal 7.1 kg CO 2 per m 2 gedoseerd. Waarvan 4.5 kg/m 2 CO2 extern moest worden aangekocht. De najaarsteelt met braam is vervolgens op 9 juli gestart en deze is 11 november afgerond. Hier zijn 3 canes per pot gebruikt om tot een cane dichtheid van 4.3 canes/m 2 te komen. Het ras Loch Tay heeft een goede smaak, maar produceert wat minder dan het standaardras, zeker in de herfst. Het is een typisch voorjaarsras en dan is de verwachte opbrengst ongeveer 5 kg/m 2 , maar in verband met gebrek aan plantmateriaal toch in het najaar gebruikt. In onze najaarsteelt in de BEST-kas is in totaal bijna 4,5 kg/m 2 geoogst, waarvan nog geen ons klasse 2, dat is een mooie prestatie. In de najaarsteelt is 2.5 m 3 /m 2 aan warmte gebruikt en is er 6.2 kg CO 2 gedoseerd, waarvan er 4.7 kg/m 2 extern ingekocht moest worden; de rest komt uit het aardgas. Boven prognose Er is in deze twee teelten maar eenmaal met een chemisch middel ingegrepen, in verband met een aantasting van bladwespen in de bramen. Dit is een voor ons onbekend fenomeen waardoor er wel wat vraat aan het blad is geweest. Dat moet een nadelig effect op de productie hebben gehad. De andere plagen zijn biologisch goed onder controle gebleven. Al met al zijn we bijzonder tevreden met de resultaten van de eerste vier teelten in deze kas met framboos en braam. In beide jaren is rond de 7 m 3 /m 2 gebruikt. Uitdaging bij deze luchtige teelten is het CO 2 gebruik in de hand te houden, zeker in een kas met zoveel ventilatiecapaciteit als de BEST-kas, doorlopende nokluchting en zijgevelventilatie. De doseercapaciteit reduceren tot 25 kg/ha/uur, als de ramen meer dan 50% geopend zijn, is dan een belangrijke stap. Eventueel zouden we kunnen denken aan het afschakelen van de CO 2 -dosering als er meer dan 75% (gesommeerde) raamstand is. Productietechnisch zijn de onderzoekers ook bijzonder tevreden. Er is altijd boven de prognoses geëindigd. Alleen de eerste teelt was er net wat teveel klasse 2 product. Dit is in de volgende teelten verbeterd. Uitdaging in courgette Intussen is in de BEST-kas overgestapt op courgette. Op 3 februari is het gele ras Golden Glory in een dichtheid van 1.2 planten/m 2 geplant. Doelen dit jaar zijn twee teeltronden te maken, niet meer dan 12 kg CO 2 te doseren, het piekverbruik te beperken tot niet meer dan 1 m 3 /m 2 /week (0.15 m 3 /m 2 /dag) en het hele jaar onder de 10 m 3 /m 2 te blijven. De frisse week in februari plaatsten de onderzoekers dus direct voor een uitdaging. Op weekbasis hebben we met 1.0 m 3 /m 2 in week 5 nog precies aan de doelstelling voldaan, maar op dagbasis zijn zondag 7 en maandag 8 februari met respectievelijk 0.18 en 0.17 m 3 /m 2 buiten de boot gevallen. Koud, wind en geen licht en toch een etmaal van 17 o C willen handhaven, dat was net te uitdagend. Dit onderzoek is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron. Dit is het innovatie- en actieprogramma van Glastuinbouw Nederland en het ministerie van LNV.

Geplaatst op: 03-03-2021

In de autonome kas staat het gewas centraal

Auteur: Door Anja Dieleman (Wageningen Universiteit en Research)

Daarom wordt er op dit moment gewerkt aan de realisatie van de autonome kas in het publiek-private samenwerkingsproject AGROS ‘Naar een autonome kas’. In dit project werkt de business unit Glastuinbouw van Wageningen Universiteit en Research samen met veredelingsbedrijven, leveranciers van belichtingssystemen, substraat- en sensorleveranciers, kennis- en netwerkorganisaties voor de tuinbouw en technologiebedrijven uit binnen- en buitenland. Kas als Energiebron draagt hieraan bij via een bijdrage van Stichting KIJK. De basis van dit project is het sturen van de teelt op afstand op basis van plantsensoren. Er wordt dus niet (meer) geregeld op kasklimaat, maar op de stand van het gewas. Sensoren en algoritmes Op dit moment loopt de eerste proef van het AGROS project, waarbij onderzoekers van WUR gebruikmaken van de belichte komkommerteelt in de Winterlichtkas. In deze teelt is een groot aantal sensoren geïnstalleerd, die continu metingen doen aan het lichtniveau in het gewas, EC en watergehalte van de mat, wateropname en verdamping via weggoten, sapstroom en stengeldikte en via camerasystemen aan de ontwikkeling van het gewas. De resultaten van deze sensoren worden gecombineerd om na te gaan welke sensoren het meest geschikt zijn om te gebruiken in de algoritmes die de autonome kas moeten aansturen. Bij het ontwikkelen van deze algoritmes is het belangrijk wat telers zelf de grootste uitdagingen vinden in het regelen van hun klimaat. Om hier achter te komen, is een vragenlijst opgesteld, die door Glastuinbouw Nederland naar komkommertelers is gestuurd. De reacties die zijn binnen gekomen, helpen om prioriteit aan te brengen in de ontwikkeling van de algoritmes. Stappen in autonoom telen Met de bestaande en nieuwe sensoren die nu in de Winterlichtkas in gebruik zijn, met de kennis die wordt ontwikkeld op gebied van gewasreacties, sensoren en kunstmatige intelligentie, en de inbreng van de telers via de vragenlijsten, kunnen onderzoekers de ontwikkeling naar autonoom telen verder brengen om in de nabije toekomst toegepast te kunnen worden.

Geplaatst op: 10-11-2020

‘Meer schermen en minder luchten is een kwestie van durven’

Auteur: Roger Abbenhuijs

Een logische vraag is hoe hij deze stap heeft durven zetten, omdat de meeste telers terughoudend zijn uit angst voor een te hoge temperatuur in de kas. “Je leert pas iets als je het zelf doet, het zelf ervaart. Bij de leergroep Paprika van het Nieuwe Telen kwam dit vorig jaar al aan bod. Toen hadden we ook een periode met extreme temperaturen en ben ik de raamstand al naar 70-80% gaan brengen. Ik constateerde weinig verschil in temperatuur in de kas. Vervolgens ga je kijken hoe ver je kunt gaan. Wanneer treden die temperatuurverschillen wel op?” Het belangrijkste voordeel is dat Kevin het vocht en de CO 2 beter in de kas houdt. “Een paprikaplant vindt dat namelijk wel lekker voor een optimale groei.” Vochtigheid buitenlucht Zo vlak na de record-hittegolf van augustus kijkt de paprikateler met een goed gevoel terug op zijn teeltstrategie gedurende die zomerweken. “Maar aan het eind van het jaar gaan we uitgebreid evalueren.” Een voorzichtige conclusie durft Kevin echter al wel te trekken. “Ik neig naar de gulden middenweg als optimale plaatje. Soms moet ik deze strategie beslist toepassen, soms ook niet. Dat is afhankelijk van de vochtigheid van de buitenlucht; is die lucht droog dan moeten we de luchtramen knijpen.” Om daar gericht op te kunnen sturen wordt bij Kwekerij de 3Hoek op de meteomast een meter geïnstalleerd die de RV buiten meet. “Bij 45-50% raamstand leg je de luchtramen in de kas al ‘plat’ en houd je een stuk makkelijker je vocht in orde, dat is belangrijk om te weten.” Etmaaltemperatuur een uitdaging Kevin Kleyweg verwacht niet dat de resultaten bij het ene ras anders zullen zijn dan het andere. “Teelttechnisch zitten er geen grote verschillen tussen de paprikarassen. Het type kas is wel van belang. Bij een te lage kas wordt het risicovoller om op deze manier te telen.” Afsluitend stelt Kevin dat zijn bedrijf goed door de hete weken is gekomen. “De medewerkers hebben halve dagen gewerkt. Voor het gewas was het met een week etmaaltemperatuur van 26,5°C best een uitdaging in de wetenschap dat 23°C de ideale kastemperatuur is voor paprika.” Klik hier voor het geactualiseerde cursusaanbod van Het Nieuwe Telen.

Geplaatst op: 19-08-2020

Aubergine in balans met LED-belichting is zeer interessante proef

Auteur: Henk Kalkman (Delphy)

Hieruit blijkt dat het belichten van aubergines zeker geen kopie van bijvoorbeeld een tomatenteelt is. De resultaten van voorgaande jaren zijn erg verschillend geweest en de zoektocht naar een goed teeltrecept is duidelijk nog in beweging. Bij Delphy wordt nu voor het tweede jaar intensief onderzoek gedaan naar de belichte aubergine teelt en daaruit is gebleken dat dit gewas een raspaardje is; als alles goed gaat zeer dankbaar, maar buiten de bandbreedte direct groei- en productieverlies. Voorafgaand aan deze proef is door middel van een proef bij Wageningen University & Research gekeken naar het spectrum. Aan de hand hiervan zijn de lampen geïnstalleerd. In beide afdelingen is 190 micromol groeilicht geïnstalleerd. 100% belichting van bovenaf. Een afdeling Full-Led en een vergelijking met hybride, dat wil zeggen dat 50% van de belichting SON-T is. Volgens plan De teelt is gestart op 23 oktober met als hoofdras Tracey en twee proefrassen. Er is gestart met getopte plant wat via de scheuten naar een 4-stengel-systeem verder gaat. Naarmate de plantbelasting toeneemt, wordt de belichting opgevoerd. De eerste teeltfase verloopt volgens plan. Op 2 december zijn de eerste vruchten geoogst. Doelstelling is om de klimaat- en groeiomstandigheden in beide afdelingen zo gelijk mogelijk te houden. Een van de onderzoekvragen is wat de reactie van de aubergine is op de verhouding lichtintensiteit/daglengte natuurlijk licht/kunstlicht. Er is een begeleidingscommissie gevormd met drie auberginetelers, Plant Lighting, Delphy en Oreon. De groep is enthousiast van start gegaan met wekelijks kasbezoek en hieropvolgend discussie over de komende strategie. Vragen en leerpunten Aan het gewas worden verschillende metingen gedaan met betrekking tot groei en plantbelasting. De eerste resultaten geven al aan dat bij belichte aubergine nog veel vragen en leerpunten zijn. Een zeer interessante proef waarbij nu al blijkt dat resultaten in andere groentegewassen zeker niet 1-op-1 te kopiëren zijn naar het raspaardje aubergine. Het project wordt uitgevoerd door Delphy Improvement Centre en Plant Lighting en gefinancierd door het programma Kas als Energiebron, het actie- en innovatieprogramma van Glastuinbouw Nederland en ministerie LNV. Ook gewascoöperatie Aubergine en Oreon dragen bij aan dit project.

Geplaatst op: 19-12-2019

Gewas en energie in balans bij ‘Fossielvrije belichte tomaat’

Auteur: Lisanne Helmus en Henk Kalkman, Delphy

In de eerste weken van de teelt was het wat zoeken naar de inzet van het ontvochtigingssysteem. In die periode blijft het vocht over het algemeen gemakkelijk onder de ingestelde grenswaarde, waardoor de ontvochtiging beperkt kan worden benut. Om in deze fase van de teelt de warmtevraag en oogst in de kas in balans te krijgen, is het systeem de eerste paar weken op de dag ingezet met een koelfunctie. Nu het gewas een volwaardige LAI heeft bereikt en de inzet van de belichting en schermen toeneemt, is de regeling weer ingezet op basis van VD. De eerste acht weken van de teelt heeft dit geresulteerd in een totale warmtevraag van 4,58 m 3 /m 2 en een koude oogst van 4,26 m 3 /m 2 . Het verschil is met name ontstaan in de eerste twee weken van de teelt, waarbij op basis van de sturing op vocht te weinig werd geoogst. De afgelopen vier weken kon de warmtepomp de volledige warmtevraag van de kas invullen. Handhaven gewasstand Gewastechnisch zijn de telers op dit moment ook tevreden. Het vruchtgewicht van de eerste tros was ruim 155 gram en de bloeisnelheid is stabiel met wekelijks 0,9 tros/plant. Nu het buitenlicht snel afneemt en de plantbelasting de komende week nog iets gaat oplopen, is het aantal belichtingsuren snel opgeschroefd. Eind week 40 werd de belichting voor veertien uur per dag ingezet. De etmaaltemperatuur wordt hierbij afhankelijk van het licht afgebouwd, met afgelopen week een etmaal van gemiddeld 20,5°C. De komende periode wordt de uitdaging om de huidige gewasstand te handhaven met het afnemende buitenlicht. De onderzoekers moeten daarbij, met name op het houtvezel substraat, ook een stuk sturing gaan vinden in de watergiftstrategie en EC. Het energiescherm heeft een duidelijke functie aan het begin en einde van de dag met betrekking tot de kastemperatuur en het warmteverlies. Met dit in het achterhoofd is het de komende weken de uitdaging om het gewas voldoende generatief te houden met een goede bloemkwaliteit. Dit project wordt gefinancierd door Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma vanuit het ministerie van LNV en Glastuinbouw Nederland. Daarnaast leveren ook Saint Gobain Cultilene, Van Dijk heating, Ludvig Svensson, Hortilux, Hoogendoorn, 2grow, De Ruiter en Wireless Value een bijdrage. Het project wordt uitgevoerd door Delphy, Groen Agro Control en WUR Glastuinbouw.

Geplaatst op: 15-10-2019

Onderzoek naar het optimale lichtspectrum voor paprika

Auteur: Sander Hogewoning (Plant Lighting B.V.)

Zes lichtspectra Op 19 juni is het vooronderzoek gestart in de klimaatkamers van Plant Lighting. Paprika ’Mavera’ wordt bij zes verschillende lichtspectra geteeld tot aan het moment dat de eerste 4 of 5 zetsels geoogst zijn. In alle zes de behandelingen wordt het daglicht in een kas in de Nederlandse winter gesimuleerd met zonlichtsimulatoren die een vrijwel perfect daglichtspectrum genereren. Het winterdaglicht wordt aangevuld met 200 µmol/m 2 /s assimilatiebelichting met zes verschillende lichtspectra: Daglicht + SON-T + LED RB + verrood (10% verrood overdag) Daglicht + SON-T + LED RB + verrood (20% verrood overdag) Daglicht + SON-T + LED RB + verrood (40% verrood overdag) Daglicht + SON-T + LED RB + verrood (5 µmol/m 2 /s begin nacht) Daglicht + LED RB + verrood (~30% verrood: zelfde fytochroom-balans behandeling 2) Daglicht 100% Verrood Dus vier hybride behandelingen waarin verrood op verschillende manieren wordt aangeboden, één puur LED behandeling en de laatste behandeling puur daglicht. Die laatste is economisch niet haalbaar in een commerciële teelt, maar laat wel zien wat onder een zonlichtspectrum mogelijk is ten opzichte van de gebruikte assimilatiebelichting. Er is gestart met planten met een bloem in de eerste oksel. De lichtsom wordt stapsgewijs opgebouwd zodat de assimilatie in balans blijft met de toenemende plantbelasting. Hoofddoel is om te onderzoeken wat het effect van de lichtspectra is op de strekking, vruchtzetting, algehele gewasstand en tolerantie voor 18 en meer uren belichting per dag. Deze kennis wordt gebruikt in de kasproef op 1000 m 2 die eind september start. Het project wordt uitgevoerd door Delphy Improvement Centre en Plant Lighting en gefinancierd door Signify, de gewascoöperatie paprika en het programma Kas als Energiebron. Dit is het actie- en innovatieprogramma van Glastuinbouw Nederland en het ministerie van LNV.

Geplaatst op: 11-07-2019

Klimaatneutrale aardbeien

Auteur: Frank Kempkes (onderzoeker Wageningen University & Research)

Tipburn Een probleem is wel het optreden van tipburn ofwel rand in de jonge bladeren en bloemtakken, wat ondanks het nemen van allerlei maatregelen in overleg met de adviseurs eind juni nog niet geheel was opgelost. Tot en met eind juni is er exact 4 kg/m 2 aan vruchten met een zeer goede uitwendige vruchtkwaliteit en smaak geoogst. Warmer telen voor meer fotosynthese In de aardbeien zijn fotosynthesemetingen verricht bij verschillende temperaturen variërend van 10 tot 30 o C en bij verschillende CO₂-concentraties. Bij temperaturen van 20 o C en hoger is de fotosynthese vanaf een lichtintensiteit van 200 µmol/m 2 /s duidelijk hoger dan bij 10 o C en 15 o C en het verschil in fotosynthese neemt toe naarmate de lichtintensiteit hoger wordt. Bij een hogere temperatuur tot 30 o C neemt de fotosynthese nog steeds toe als de CO₂-concentratie hoger wordt. Zo is de fotosynthese bij 800 ppm CO₂ bij 30 o C 2 keer zo hoog dan bij 15 o C. Biologische gewasbescherming Door de inzet van biologische bestrijders zijn de plagen tot nog toe goed onder controle. Eén maal moest chemisch worden ingegrepen tegen spint. Mede door het meeldauwresistente ras is slechts een enkele maal een biologisch middel tegen meeldauw gebruikt. Als bestuivers worden naast hommels ook proefsgewijs zweefvliegen ingezet.

Geplaatst op: 08-07-2019

LED bij zonlicht

Om energiebesparing en klimaatneutrale toepassingen voor all-electric glastuinbouw te kunnen combineren met belichting wordt veel verwacht van efficiëntere belichtingssystemen zoals LEDs. LED biedt energetisch voordelen en geeft ruimte voor toepassing van dynamische lichtrecepten (lichtkleur is te kiezen en in de tijd te variëren). In het lopende project “Denkkader licht” wordt een beeld geschetst van de kennis die er over lichtkleuren en het effect daarvan op groei en ontwikkeling is en welke kennislacunes er zijn. Over de combinatie van lage intensiteit zonlicht in de winter met LED verlichting blijkt heel weinig bekend. Veel onderzoek is gedaan aan effecten van één kleur, vaak in daglichtloze condities, maar slechts weinig onderzoek naar een integrale benadering van LED belichting in kassen met daglicht. Twee richtingen van ontwikkeling van lichtrecepten lijken perspectiefvol voor onderzoek en vervolgens voor toepassing in de glastuinbouw: (1) balans tussen kleuren en (2) minimale hoeveelheid licht van bepaalde kleur. Het doel van dit onderzoek is het opstellen van (goede) basisspectra voor LED licht als aanvulling op het zonlicht onder omstandigheden met weinig natuurlijk licht, voor een aantal gewassen (tomaat, sla, chrysant en alstroemeria). Dit gebeurt in 5 werkpakketten: Werkpakket 1. Inrichten IDC LED, plannen en voorbereiden. Naast inrichten van het IDC LED met de nieuwste led modules, zal het plan voor werkpakket 2 wordt gedetailleerd ingevuld over o.a. aantallen planten, rassen, spectrum, intensiteiten en plantmetingen. Werkpakket 2. Experimenten met lichtrecepten. In een reeks experimenten worden strategieën met verschillende basisspectra toegepast bij tomaat, chrysant, sla en alstroemeria. Al deze proeven worden gedaan onder “winterse condities” in de kas, dus lage niveaus zonlicht en korte dagen met natuurlijk licht. In serie 1 wordt in eerste instantie voor tomaat en sla een proef gedaan met verschillende spectra, waarin de effecten op jonge tomatenplanten en op slaplanten wordt bepaald. In deze proef worden de morfologische en fysiologische processen in de plant gemeten die de groei en ontwikkeling van de planten bepalen. Uit deze proef valt af te leiden in hoeverre blauw licht in het LED spectrum nodig is, wat het effect is van groen en verrood licht, en in hoeverre deze effecten onderling vervangbaar zijn. Daarna volgt een serie 2 met chrysant en alstroemeria. Daar wordt gekeken naar weggroei van jonge planten, strekking, bladoppervlakte, lichtonderschepping, bladgrootte en biomassavorming. Uit deze proef valt af te leiden in hoe de plantvorm en lichtonderschepping van jonge chrysanten- en alstroemeriaplanten gestuurd kan worden met het spectrum Werkpakket 3: Go/No Go bespreking Werkpakket 4: toepassing in een teelt. In WP2 wordt gewerkt met jonge gewassen en is de vraag wat de effecten zijn op een volgroeid gewas. Daarom worden uit die experimenten de meest interessante combinaties gezocht van spectrum en gewas, en worden deze beproefd in een volledige teelt (voor chrysant of sla) of de winterproductie (tomaat). Werkpakket 5. Rapportage en overleg Dit onderzoek moet kennis opleveren om de toepassing van led te versnellen door meer kennis over het toe te passen spectra. Led is inmiddels meer dan 40% zuiniger dan de huidige SON-T lampen bij gelijke lichtintensiteit. Philips draagt € 25.000,- bij aan dit project (in kind). Het is belangrijk om te weten als overgegaan wordt op led-belichting wat de invloed is op biologische bestrijders en plantweerbaarheid. Een vijftal verkennende experimenten moeten hier een beeld van geven. Zoekefficiëntie en parasiterings-activiteit van Aphidius ervi voor bladluis Populatie-ontwikkeling roofmijten op komkommer Eileg en ontwikkeling van Macrolophus pygmaeus in tomaat Eileg en ontwikkeling Orius roofwantsen in chrysant Effect lichtbehandeling op plantweerbaarheid tomaat en chrysant Projectnummer: 20078

Van 01-04-2018 tot 30-09-2019
Afgerond