Zoeken

Resultaat 1 tot 10 van 25.

Eindrapport: Komkommer jaarrond in balans met minimaal energiegebruik

Auteur: Frank Huijs

Bij de teelt van 2022 - 2023 hebben berekeningen aan de assimilatenbalans aangetoond dat een andere balans in de energie-input – meer kWh’s voor belichting en minder kuubs gas voor warmte – de ecologische voetafdruk van een kg komkommer verder kan verlagen. Tijdens deze teelt is gestreefd naar een elektraverbruik van 140 kWh/m 2 voor belichting (14 m 3 /m 2 aardgasequivalenten voor elektriciteit) en 6 m 3 /m 2 gas voor (buis)warmte, ten opzichte van 100 kWh/m 2 (10 m 3 /m 2 aardgasequivalenten voor elektriciteit) en 10 m 3 /m 2 tijdens de teelt van 2022 – 2023. In beide jaren draaide het dus om een in totaal gelijke energie-input: 20 m 3 /m 2 aardgasequivalenten. Door de goede isolatie van de kas, is verdamping de grootste verliespost op de energiebalans van de kas. Door de verdamping nauwlettend te monitoren, kan deze zo nodig beperkt worden om het energieverbruik verder te minimaliseren. Hierbij is gestreefd naar een relatieve verdamping van minder dan 100 ml/mol PAR. Wanneer de verdamping hoger ligt, (boven de 120 ml/mol PAR), draagt extra belichting namelijk niet meer positief bij aan het opwarmen van de kas omdat de extra belichtingsenergie ten opzichte van de teelt van 2022 - 2023 volledig in verdamping wordt omgezet. Samengevat zijn voor een energiebesparende teelt de volgende drie stappen gevolgd: Energiebesparing door kasisolatie Actieve ontvochtiging met warmte-terugwinning Verlaging van de hoeveelheid verdamping in gram/mol PAR Resultaten en conclusies Door meer energie voor belichting (140 kWh/m²) en minder voor warmte (6 m³/m²) te gebruiken, bleef de totale energie-input gelijk aan de teelt van 2022-2023 (20 m³/m² aardgasequivalenten), maar werd meer energie gebruikt voor belichting en minder energie voor (buis)warmte. Belangrijke maatregelen om de energiedoelstellingen te realiseren waren kasisolatie, actieve ontvochtiging met warmte-terugwinning en het beperken van verdamping tot <100 ml/mol PAR. De productie bedroeg 48,8 kg/m², een toename van 45% vergeleken met 2022-2023, terwijl de benodigde energie per kilogram komkommer 19% lager lag. De lichtbenuttingsefficiëntie bleef echter lager dan verwacht (18,8 g/mol PAR), mogelijk door een hoog drogestofgehalte (3,4%) van de vruchten. Een hogere plantbelasting had wellicht dit effect kunnen verminderen. De resultaten tonen aan dat een verschuiving in energieverdeling de ecologische voetafdruk van de komkommerteelt kan aanzienlijk kan verlagen. Financiers Dit project is uitgevoerd door Botany en gefinancierd en gecoördineerd door Kas als Energiebron, een innovatieprogramma van LVVN en Glastuinbouw Nederland. Mede mogelijk gemaakt door Kennis in je Kas (KijK) en de Gewascoöperatie Komkommer). De proef is begeleid door telers.

Geplaatst op: 25-02-2025

Academy Sierteelt houdt koers met de RTR

Auteur: Peter Geelen (Plantmonitoring.nl)

Op weg naar Digitaal telen met standaard monitoring Regelmatig horen wij dat het misverstand heeft postgevat dat Het Nieuwe Telen met name toegespitst is op de groenteteelt. Daarom deze keer ervaringen van de deelnemers van de Academy Sierteelt. Zij benutten ook de RTR als handvat om licht en warmte efficiënt te benutten in de teelt van potplanten en snijanthurium. Teelten die duidelijk afwijken van de groenteteelt omdat veel licht afgeschermd wordt zodat de gerealiseerde lichtsommen (max 10 mol/m 2 .dag) veel lager liggen. De temperatuurverhoging op licht (de RTR) is echter veel hoger. Een ander opmerkelijk verschil is dat in de sierteelt de PAR meter in de kas bijna standaard is ingeburgerd. Dit is overigens ook noodzakelijk om de aanmaak van assimilaten te monitoren als er veel belicht, geschermd en/of gecoat wordt. Meer balans voor potplanten met een hogere RTR Een deelnemer met groene potplanten had een streeflijn bepaald voor de RTR met een basistemperatuur van 19 °C en een lichtverhoging van 5 °C per 10 mol (groene lijn). De gerealiseerde RTR tussen jan en september 2023 in de figuur laat zien dat hij gemiddeld een RTR realiseerde van 19 + 6 (rode lijn). Aangezien het gewas zich prima ontwikkeld heeft, besluit deze tuinder om voor het komende jaar de streeflijn te verhogen naar 19 °C + 6 °C per 10 mol. Daarmee creëert hij tevens ruimte om de assimilatenbalans meer in balans te krijgen (minder spreiding van de puntenwolk). Immers op 50% van de dagen waarop de temperatuur te laag gerealiseerd is (punten onder de rode lijn), kan met een temperatuurverhoging eenvoudig de streeftemperatuur bereikt worden. De bedoeling is om de zon de warmte te laten leveren door minder te ventileren overdag en in de nacht meer te schermen. De lichtbenutting neemt op deze dagen daardoor toe omdat met minder ventileren de fotosynthese hoger is met meer vocht en CO 2 . De volgende stap is om op de andere 50% van de dagen balans te creëren door de een lagere temperatuur te realiseren. Energie besparen voor potplanten met de RTR als handvat Vervolgens zijn we voor deze potplantenteelt gaan inzomen naar mogelijkheden om tijdens de winter energie te besparen. In onderstaande grafiek zijn de gerealiseerde etmaaltemperatuur en lichtsom (rode punten) in de maanden januari en februari 2023 te zien. Deze verlopen ongeveer volgens de streeflijn 19 °C + 6 °C per10 mol (groene lijn). Met de oranje lijn ligt de basistemperatuur lager op 18 °C maar is de lichtverhoging groter met 10 °C per 10 mol. Met de oranje lijn wordt gemiddeld dezelfde temperatuur gerealiseerd als bij de groene lijn. Echter op donkere dagen rond 1,5 mol PAR ligt de etmaaltemperatuur een ½ °C lager, en op lichte dagen rond 3,5 mol PAR een ½ °C hoger. De ontwikkelingssnelheid van de planten is gelijk bij beide RTR lijnen. Echter bij de oranje streeflijn hoeft minder gestookt te worden op de donkere dagen, terwijl de lichte dagen de hogere temperatuur energiezuinig ingevuld moet worden door de zon en/of intensiever schermen. Dit is een voorbeeld waarbij het werken met de RTR een handvat kan vormen om gerichter energie te besparen anders dan alleen minder te stoken door bv de buistemperatuur te begrenzen. Oefening baart kunst ook in de snij anthurium Tijdens de cursussen wordt regelmatig de vraag gesteld hoe je nu een constante RTR kunt realiseren? Hiervoor zijn onder andere 3 uitgangspunten die hiervoor gebruikt kunnen worden: 1: de kastemperatuur momentaan op laten lopen als er meer PAR licht is. 2: de nachttemperatuur verhogen naarmate er op de dag ervoor een hogere PAR som is gerealiseerd. 3: het moment van de overgang van de dag naar de nacht, lichtsom-afhankelijk maken. Op donkere dagen eerder naar de nachttemperatuur dalen dan op lichte dagen. Met name in de periode van het jaar dat de nachten korter zijn dan de dag, is dit een noodzakelijke ingreep om niet te hoog in temperatuur uit te komen op de donkere dagen. Om dit te automatiseren heeft elke klimaatcomputer hiervoor zijn eigen mogelijkheden. Onderstaande grafiek van een snij anthuriumteelt laat zien dat je beloond wordt met een constant gerealiseerde temperatuur-lichtverhouding als je hier bewust mee bezig bent. Met de rode lijn is een basistemperatuur rond 18 °C gerealiseerd, met een lichtverhoging van ongeveer 5 °C per 10 mol. Ook hier is gediscussieerd hoe je energie kunt besparen met de oranje koers van 17 °C + 8 °C per 10 mol. Dan kan op dagen met minder dan 4 mol PAR licht de kastemperatuur dalen van 0,5 tot 1 °C. Dit wordt dan gecompenseerd op dagen met meer licht dan 4 mol PAR licht met een hogere temperatuur tussen de 0,5 à 1 °C . Het idee is dat de gemiddelde ontwikkelingssnelheid hetzelfde blijft. Daarbij moet opgemerkt worden dat voorwaarde is dat de ontwikkeling niet stil komt te staan boven 17 - 18 °C. Conclusie : RTR zorgt voor goede sier Het telen met een constante RTR versterkt dus de balans op de assimilatenbalans op drie niveaus. Allereerst zorgt een constante RTR voor balans op de korte termijn (etmaal). Het ondersteunt ook de balans op de lange termijn (weekbasis) doordat een constant evenwicht ontstaat tussen bovengrondse groei (bloemen, bladafsplitsing) en de wortelontwikkeling. De regelmatige wortelontwikkeling is voorwaarde voor optimale nutrientenvoorziening, nodig voor optimale kwaliteit en gezondheid. Denk hierbij ook aan het voorkomen van te veel worteldruk of watergebrek. Tenslotte vormt de streef RTR een eenvoudig handvat om momentaan de fotosynthese op een hoger niveau te zetten door minder te luchten en energie te besparen door meer met het licht mee te telen. Kortom, ook in de sierteelt is een gewas in balans gezond en weerbaar, hetgeen leidt tot meer rendement op een duurzame manier met optimale benutting van het natuurlijke licht en warmte. Telers en teeltmedewerkers die hier meer over willen weten, kunnen zich hier opgeven voor een volgende introductiecursus. Raadpleeg ook de website van Kas als Energiebron . Aanmelden voor de tweewekelijkse nieuwsbrief kan via de link onderaan de homepage.

Geplaatst op: 31-01-2024

Meten en sturen van plantbelasting in sierteeltgewassen

Auteur: Arca Kromwijk, Arie de Gelder, Nieves Garcia, Eric Poot en Mary Warmenhoven (WUR)

De genoemde begrippen zijn voor sierteeltgewassen gedefinieerd als: Plantbelasting Dit is de totale sink/m 2 kas/week en wordt bepaald door: het aantal oogstbare organen per m 2 per week én het ontwikkelingsstadium van deze organen én de assimilatenbehoefte van overige plantendelen Assimilatenbalans Dit is een zodanig op elkaar afgestemde verhouding tussen de vraag naar assimilaten (=sinkvraag) en het aanbod van assimilaten (=source) dat de plant kan groeien en de productkwaliteit levert die gewenst is. Plantbalans Het evenwicht in aanmaak en groei van oogstbare en niet oogstbare plantendelen, zodanig dat de plant kan groeien en de productkwaliteit levert op de manier zoals de teler dat wil. Dit is breder dan de assimilatenbalans en heeft ook betrekking op andere aspecten, zoals sturing in evenwicht in de energiebalans, waterbalans, hormoonbalans en nutriëntenbalans. Gewas specifiek Voor gerbera, chrysant, roos en freesia is beschreven hoe de toepassing van sturen op plantbelasting, assimilatenbalans en plantbalans doorwerkt in het begrijpen van de teelt, productie en energie-input. Dit blijkt voor elk gewas maatwerk en complex. Wel wordt de teeltwijze meer inzichtelijk. De grote lijn is het sturen op plantbelasting op basis van de hoeveelheid (zon)licht die het gewas de komende periode naar verwachting zal ontvangen en het aanpassen van de temperatuur op de behaalde lichtsom. In het eindrapport is een indeling voor sierteeltgewassen beschreven, waarbij per groep kort wordt ingegaan op wat toepassing van de definities en de aanpak van Het Nieuwe Telen voor elke gewasgroep betekent. Energiebesparing door meer met licht mee te telen Door de plantbelasting aan te passen aan de verwachte lichtsom tijdens de uitgroei van de snijbloem of potplant kan er bij sierteeltgewassen meer met het natuurlijk licht mee worden geteeld. Inzicht in de plantbelasting door inzicht in de sinkgrootte van het gewas is daarvoor belangrijk. Met een lagere plantbelasting in de winter kan in donkere periodes worden bespaard op warmte en elektriciteit door een lagere temperatuur en lagere lichtsom na te streven (energiebesparing). Op lichtere dagen kan de kastemperatuur (en daarmee sinksterkte) worden verhoogd om het zonlicht optimaal te benutten voor de aanmaak en verwerking van assimilaten. Dit kan met behulp van een vaste verhouding tussen de etmaaltemperatuur en lichtsom per dag (RTR). Op lichtrijke dagen kan door minder of geen assimilatiebelichting te gebruiken worden bespaard op elektriciteit en warmte. Bij veel siergewassen moet wel rekening worden gehouden met gewas specifieke minimum- en maximumtemperaturen per teeltfase en een snellere afvlakking van de RTR en lagere maximumtemperaturen bij siergewassen uit koele herkomstgebieden. Hulpmiddel bij implementatie van nieuwe energiebesparingsmaatregelen Daarnaast is het monitoren en bijsturen van de plantbalans een hulpmiddel om ongewenste veranderingen in de plantbalans snel te signaleren en snel bewust bij te kunnen sturen. Kennis van ‘indicatoren van onbalans’ om de plantbalans te monitoren en teeltmaatregelen om de plantbelasting, assimilatenbalans en plantbalans in de juiste richting bij te sturen, zorgt ervoor dat nieuwe teeltmaatregelen (zoals bijvoorbeeld het sturen op RTR of andere energiebesparende maatregelen), of andere teeltstrategieën sneller en succesvoller kunnen worden toegepast, omdat de teler weet hoe hij de plantbalans kan bijsturen in zijn gewenste richting. Het eindrapport is als bijlage toegevoegd.

Geplaatst op: 03-01-2023

Schaduwlicht voor schaduwplanten

Doel: Elektriciteitsbesparing door verdere implementatie van LED belichting in de (schaduw) potplanten. Hiertoe is aanvullende kennis nodig ter bevestiging en verdieping van de eerder behaalde resultaten. Met deze kennis kunnen telers een betere keuze maken voor het optimale spectrum. Projectbeschrijving: LED kan flink besparen op elektriciteit t.o.v. SON-T, maar de keuze van een goed LED spectrum is een belangrijke vraag bij ondernemers. Welke verhouding tussen alle belangrijke kleuren en de juiste rood / verrood (FR) in het spectrum van de LED belichting geeft het laagste energiegebruik, het beste economische resultaat, de beste plantenontwikkeling, en de minste bij-effecten op de essentiële biologie in de kas. Uit het voorgaande project is gebleken dat ook de bloemhoogte en bladhoogte (en daarmee de plantvorm) met potanthurium als voorbeeldgewas positief zijn te beïnvloeden door de R:FR verhouding te verlagen (deels rood vervangen door verrood). Ook zijn andere interessante resultaten gezien zoals iets grotere bloemen, kortere internodiën, minder bladvlekken bij langere dag, een hogere gemiddelde fotosynthese overdag, lagere respiratie in de nacht, een constantere en efficiëntere fotosynthese in de tijd, niet-afvlakkende licht response curves en een afgenomen gevoeligheid van huidmondjes voor uitdroging. De teeltduur was echter kort en de effecten vragen om verdieping in een langere teeltduur (36-40 weken)en ook bij een tweede ras. Dit zodat we beter in staat zijn om bij schaduwpotplanten te begrijpen hoe onderliggende processen op gebied van lichtbenutting in de fotosynthese hieraan bijdragen. En daarmee ook effecten kunnen vertalen naar andere schaduwplanten. De voorliggende proef heeft de volgende opzet: Een kasproef van een volledige teeltduur (36-40 weken) potanthurium wordt uitgevoerd in een pot-plantenafdeling ( ca. 140 m2). Er zijn 14 tafels die elk te gebruiken zijn voor één behandeling. Op elke tafel worden twee rassen gevoelig voor bloemsteelstrekking en voor bladvlekken geplaatst. De groei zal vergeleken worden bij in totaal 7 lichtbehandelingen. Meetplan en beoordeling plantreacties Het primair, eerder beoogde effect ligt op het beheersen van de lengte strekking van de bloem en bladstelen; dit zal dan ook regelmatig worden gemeten bij een groot aantal planten, daar de verschillen tussen planten groot zijn. Belangrijk is ook om te letten op de effecten op de groei, bloei en bladkwaliteit. De efficiëntie van de fotosynthese wordt in de tijd gemonitord inclusief lichtmetingen en lichtonderschepping. Ook wordt aan het eind van de proef het effect van daglengte bepaald. Aanvullend wordt door een student onderzoek gedaan naar de achtergronden van strekking en de interne klok. Vertaling resultaten naar andere gewassen Ter indicatie van de vertaalbaarheid van de bevindingen naar andere schaduw gewassen potplanten; worden er op de tafels met de potanthurium enkele planten van een ander schaduw gevoelig gewas geplaatst. Aan deze planten worden slechts visuele beoordelingen gedaan ondersteund met beperkte groei metingen. Projectnummer: E22006

Van 01-04-2022 tot 30-09-2023
Lopend

Meten en sturen van plantbelasting in sierteeltgewassen

Doel De doelstelling is om het begrip plantbelasting voor sierteeltgewassen nader te onderzoeken, te beschrijven en meetbaar te maken, om vervolgens daarmee de potentie voor energiebesparing te kunnen bepalen. Door het kunnen meten van de plantbelasting kunnen telers het klimaat middels HNT beter sturen met minder energie. Projectbeschrijving HNT gaat uit van optimale assimilatie-, energie- en waterbalans van de plant. De assimilatenbalans is gericht op in balans houden van aanmaak en verbruik van assimilaten. Bij de aanmaak gaat het om de fotosynthese. De assimilatenvraag wordt bepaald door de sink-sterkte van de verschillende plantendelen/organen. De hypothese is dat de assimilatenvraag sterk wordt beïnvloed door de plantbelasting en een hoge plantbelasting in de sierteelt leidt tot een slechte kwaliteit, omdat er te weinig assimilaten beschikbaar zijn voor het aantal groeiende delen. Je zou dan in termen van HNT kunnen spreken over ‘niet in balans’. Bij het onderzoek naar Perfecte roos is naar voren gekomen dat het aantal takken per m2 de krachtigste stuurfactor is om de kwaliteit van de bloemtakken te beïnvloeden. Bij gerbera is er door de FloriConsult Group en telers al enkele jaren ervaring opgedaan met het monitoren van de plantbelasting. De sierteelt bestaat uit een groot scala van gewassen waarbij de aard en sturing van de sink-sterkte verschilt per gewas. Vraag rijst wat een goede definitie is voor het begrip plantbelasting bij sierteeltgewassen. Daarom wordt een deskstudie voorgesteld om het begrip plantbelasting voor sierteeltgewassen nader te onderzoeken, te beschrijven en meetbaar te maken, om vervolgens daarmee de potentie voor energiebesparing te kunnen bepalen. Het project wordt uitgevoerd als een deskstudie in combinatie met gesprekken met collega onderzoekers, sierteeltexperts, HNT cursusleiders en praktijkvertegenwoordigers met relevante kennis van de sierteelt en ervaring met werken met de begrippen plantbelasting en plantbalans. Werkpakket 1: Deskstudie In dit werkpakket wordt bepaald wat een goede definitie van plantbelasting bij sierteeltgewassen is en hoe het meten van plantbelasting kan bijdragen aan bredere toepassing van HNT en energiebesparing in de sierteelt? De sierteelt bestaat uit een groot scala aan snijbloem- en potplantgewassen en teeltwijzen. Gewassen zullen worden ingedeeld in groepen op basis van gewaseigenschappen, sturingsmogelijkheden en voor zover relevant randvoorwaarden voor het meten en sturen op plantbelasting. Werkpakket 2: Gesprekken met externe sierteeltexperts, HNT cursusleiders en/of vertegenwoordigers uit de praktijk Werkpakket 3: Synthese Op basis van de informatie uit WP1 en WP2 wordt een overzicht gemaakt van definitie(s) en sturingsmogelijkheden van plantbelasting bij verschillende groepen van sierteeltgewassen. Op basis hiervan wordt op structurele wijze beredeneerd welke mogelijkheden van energiebesparing in de sierteelt dit kan opleveren en welke beperkingen en/of knelpunten daarbij op kunnen treden/van belang zijn. Uiteindelijk resulteert dit in concrete inzichten hoe het meten en sturen van plantbelasting kan bijdragen aan bredere toepassing van HNT. Projectnummer: 20162

Van 01-09-2020 tot 31-05-2021
Afgerond

Start onderzoek teeltstrategieën voor regelbare belichting op gelijkspanning

Auteur: Arthur van den Berg (LTO Glaskracht Nederland)

Lees op www.doedc.net meer over dit project. In een eerder project, ook onderdeel van het actie- en innovatieprogramma Kas als Energiebron, is aangetoond dat het toepassen van gelijkspanningstechnologie in de glastuinbouw duidelijke voordelen biedt. Deze voordelen bestaan uit drie elementen: het directe energiegebruik wordt verminderd, de levensduur van armaturen neemt toe en ten derde is de installatie eenvoudiger en goedkoper te installeren. De berekeningen van deze voordelen en de toelichting daarbij zijn hier terug te lezen. In het huidige project worden meetresultaten vanuit kwekerij Vreeken, zowel qua energieverbruik als productie, vergeleken met een referentieteelt Bouvardia. Op basis van deze vergelijking en een scenario analyse met verschillende belichtingsstrategieën, worden de voordelen van dynamische belichting voor Bouvardia, Anthurium en Phalaenopsis in kaart gebracht. De berekeningen worden uitgevoerd op basis van praktijkomstandigheden, van in eerste instantie één locatie per gewas. Daarnaast wordt met een ‘ideale’ strategie (bijvoorbeeld met 100% dimbare LED installatie in een nieuwe kas) een schatting gemaakt van het potentieel van de technologie onder ideale omstandigheden. De drie gewassen reageren sterk verschillend op licht en daarmee is de verwachting dat de impact van regelbare (dimbare) belichting ook sterk verschillend is. Resultaten van plantresponse uit voorgaande projecten (o.a. van 'Meer rendement uit belichting en CO 2 ' en 'Minder belichten Phalaenopsis zonder productieverlies') worden gebruikt in dit project, aangevuld met metingen op locatie uitgevoerd door Plant-Dynamics. Dit in nauwe samenwerking met Photosyntax en Ecocurves, die verantwoordelijk zijn voor de modelberekeningen. Stichting gelijkspanning coördineert het project en geeft inzicht in de te realiseren energiebesparing per belichtingsstrategie met de bijbehorende investering en exploitatie begroting. Dit project is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Economische Zaken. Lees via onderstaande link meer over dit project.

Geplaatst op: 27-07-2016

Voorkom guttatie met schermen

Auteur: Hans Pronk (Pronk Consultancy)

Volgens de teler komt dit door de hoge pottemperatuur. De worteldruk wordt hierdoor te hoog en het water wordt uiteindelijk door het blad naar buiten geperst. Dit heeft de teler opgelost door het inzetten van een minimum buis in de nacht. Maar is de hoge pottemperatuur de werkelijke oorzaak? De teler gaf aan dat in de voorgaande nacht bij twee afdelingen het probleem wel en bij twee afdelingen het probleem in de ochtend niet zichtbaar was. Het verschil bleek te liggen in het wel of niet schermen van de afdelingen in de nacht. Bij de geschermde afdelingen was het probleem niet zichtbaar! De warmtebeeld foto’s die gemaakt zijn in een ongeschermde kas werden bekeken. De foto’s lieten zien dat de planttemperatuur ver onder de kastemperatuur kan komen in de nacht. Dan heeft de plant onvoldoende energie beschikbaar om te kunnen verdampen. Waarom ontstaat bij een geschermde kas minder guttatie? Tijdens het schermen blijkt de plant/bladtemperatuur minder laag te worden dan bij de niet geschermde afdelingen. Hierdoor kan de plant in de nacht nog enigszins verdampen, waardoor de druk in de plant kan verminderen. De teler was nog niet helemaal overtuigd van de uitleg en heeft het de volgende nacht nog eens uitgeprobeerd. Resultaat? De teler is doorgegaan met schermen in de nacht! Ook geïnteresseerd in het volgen van cursussen over Het Nieuwe Telen? Kijk dan hier voor meer informatie.

Geplaatst op: 15-09-2015

Meer rendement te halen uit belichting en CO2

Auteur: Dennis Medema (LTO Glaskracht Nederland)

In augustus en november 2014 en februari 2015 zijn intensieve fotosynthese metingen gedaan aan de gewassen alstroemeria, gerbera, freesia, bouvardia en dendrobium. Alle metingen zijn uitgevoerd op praktijkbedrijven en moeten duidelijk maken hoe de gewassen reageren op verschillende niveaus van CO2 en licht. De belangrijkste resultaten per gewas zijn: Bij alstroemeria viel op dat het gewas aan het begin van de dag zeer traag op gang komt. Aanbevolen wordt om het eerste uur niet meer dan zo’n 40-50 μmol (zo’n 50% van de belichting) licht te geven en pas daarna meer. De grenswaarde van de lichtintensiteit die nog voor 100% benut wordt voor de fotosynthese is 120 µmol tijdens de winterperiode. Het verzadigingsniveau voor CO2 is 800-900 ppm. Bij gerbera zijn drie rassen gemeten (groot/klein bloemig). Het verschil in fotosynthese respons was gering. Er is een positief effect van temperatuur op de maximale CO2-opname. De grenswaarde van de lichtintensiteit die nog voor 100% benut wordt voor de fotosynthese is 180-210 µmol tijdens de winterperiode. Het verzadigingsniveau voor CO2 is 800 ppm. Freesia heeft wat betreft fotosynthese response nauwelijks een seizoenseffect. Dit is opmerkelijk omdat de temperaturen enorm verschillen tussen de seizoenen. De grenswaarde van de lichtintensiteit die nog voor 100% benut wordt voor de fotosynthese is 120 µmol tijdens de winterperiode. Het verzadigingsniveau voor CO2 is 700-800 ppm. Bij Bouvardia is er boven 800 ppm CO2 vrijwel verzadiging van de fotosynthese. Er is geen effect van hoog CO2 op de huidmondjesopening geconstateerd en de fotosynthese heeft geen opstart en eind dag effect. De grenswaarde van de lichtintensiteit die nog voor 100% benut wordt voor de fotosynthese is 120 µmol voor het ras Fresco en 150 µmol voor Supreme tijdens de winterperiode. Bij dendrobium blijkt dat de planten zowel C3 en CAM zijn. Het voorkomen van droogtestress door regelmatige watergift en een niet te hoge VPD zijn waarschijnlijk belangrijke maatregelen om de planten zoveel mogelijk C3 te houden. Daarnaast wordt aanbevolen om gedurende de eerste uren van de ochtend slechts de helft van de lampen aan te zetten vanwege het opstarteffect van de fotosynthese. In de opkweek kan overwogen worden om het eerste half uur de helft aan te schakelen alvorens op te schakelen naar 100%. De grenswaarde van de lichtintensiteit die nog voor 100% benut wordt voor de fotosynthese is 90 µmol tijdens de winterperiode. Het verzadigingsniveau voor CO2 is 600-700 ppm. Opmerkelijk is een sterke daling van de huidmondjesopening boven 600 ppm CO2. Het eindrapport van het project is beschikbaar en vindt u in onderstaande link.

Geplaatst op: 11-08-2015

Volle bak op themabijeenkomst 'Licht in de sierteelt'

De themabijeenkomst 'Licht in de sierteelt', die gisteren 10 december bij Wageningen UR Glastuinbouw in Bleiswijk plaatsvond, was met circa 150 deelnemers goed bezocht. Organisator Dennis Medema van Kas als Energiebron was blij verrast met dit aantal, dat veel groter is dan waar hij op gerekend had. “Blijkbaar is het een onderwerp wat leeft en zijn telers benieuwd naar de ontwikkelingen.” “Door de toename van belichting is het elektriciteitsverbruik in de tuinbouw in de afgelopen 7 jaar toegenomen van 4,6 naar 7,6 miljard kWh, zei Medema in zijn welkomstwoord. “80 % van de elektra wordt gebruikt voor belichting. Belichting biedt echter ook veel kansen om energie te besparen.” Als voorbeelden noemde Medema de uitkomsten van recent onderzoek met lelie en phalaenopsis, waarbij het mogelijk lijkt om 25% elektriciteit te besparen zonder in te leveren op de productie. Natuurlijk licht In zijn presentatie somde kersverse professor Leo Marcelis van Wageningen UR 5 punten op die ertoe moeten leiden dat op belichting 50% uiteindelijk energie bespaard wordt. Die punten kwamen ook terug in de workshops later op de middag. Allereerst is het volgens Marcelis zaak om het natuurlijke licht, dat gratis is, zo goed mogelijk te benutten. “Het licht diffuus maken en daarmee ook veel meer natuurlijk licht toe kunnen laten in potplanten levert daarbij de meest spectaculaire winst op ”, aldus Marcelis. Het verhogen van de efficiëntie is het tweede punt dat hij noemde. Dat kan met LED’s die momenteel 25% efficiënter zijn dan SON-T lampen en naar verwachting nog efficiënter worden. Ook zoveel mogelijk licht onderscheppen door de planten zet zoden aan de dijk en om zoveel mogelijk assimilaten te produceren per onderschepte mol. Daarvoor is het belangrijk om de fotosynthese online te kunnen monitoren. Het laatste punt dat hij noemde was assimilaten zoveel mogelijk op de gewenste plekken te benutten, zoals voor bloemen in plaats van blad bij rozen. Volgens Marcelis staat de wetenschap nog aan het begin van wat er op het gebied van licht nog aan winst te behalen valt. “Er is nog veel te leren.” Rondgang Na de presentaties volgde een rondgang langs proeven in de kas, waaronder proeven met potplanten en gerbera. Daar werd duidelijk dat de nadruk van het onderzoek ligt op de mogelijkheden die LED-belichting biedt. Een van de deelnemers aan de bijeenkomst was John van Paassen van KP Holland. Hij vond het interessant om bijgepraat te worden over nieuwe ontwikkelingen en te zien wat er in het onderzoek gebeurt. Hij constateerde dat er veel mogelijkheden zijn, maar ook dat het onderzoek nog ver van de praktijk afstaat, zoals de LED-proeven. De heer Appelman van hoya-kwekerij G. Buis was ook enthousiast over de middag. Hij was vooral geïnteresseerd in stuurlicht en constateerde dat er bijvoorbeeld op het gebied van aanpassen van de daglengte veel mogelijk is. De presentaties van deze themabijeenkomst worden later op deze website gepubliceerd. Deze bijeenkomst werd georganiseerd door LTO Glaskracht Nederland in samenwerking met Wageningen UR Glastuinbouw in het kader van het programma Kas als Energiebron; het innovatie- en actieprogramma van LTO Glaskracht Nederland en het ministerie van Economische Zaken.

Geplaatst op: 11-12-2014

Meer rendement uit belichting en CO2 (vervolg)

Door middel van gedetailleerde metingen van de fotosynthese in de praktijk en proefkassen wordt in dit project gedetailleerde kennis verkregen over de effecten van lichtintensiteit en CO2-dosering op de fotosynthese. Dit als maat voor de productiesnelheid van een reeks verschillende gewassen, tijdens verschillenden seizoenen en over verschillende tijdstippen op de dag. Met deze kennis wordt een protocol opgesteld. Dit protocol is een handvat dat moet leiden tot een rendabelere inzet van belichting en CO2-dosering. In dit project worden de volgende gewassen onderzocht: alstroemeria, gerbera, freesia, bouvardia en dendrobium. Dit is het laatste project in een reeks waarin tot nu toe zijn bekeken de potplanten kalanchoë, phalaenopsis, bromelia, ficus, spathiphyllum, potchrysant; en snijbloemen lisianthus, chrysant, lelie. De belangrijkste resultaten per gewas zijn: Bij alstroemeria viel op dat het gewas aan het begin van de dag zeer traag op gang komt. Aanbevolen wordt om het eerste uur niet meer dan zo’n 40-50 μmol (zo’n 50% van de belichting) licht te geven en pas daarna meer. De grenswaarde van de lichtintensiteit die nog voor 100% benut wordt voor de fotosynthese is 120 µmol tijdens de winterperiode. Het verzadigingsniveau voor CO2 is 800-900 ppm. Bij gerbera zijn drie rassen gemeten (groot/klein bloemig). Het verschil in fotosynthese respons was gering. Er is een positief effect van temperatuur op de maximale CO2-opname. De grenswaarde van de lichtintensiteit die nog voor 100% benut wordt voor de fotosynthese is 180-210 µmol tijdens de winterperiode. Het verzadigingsniveau voor CO2 is 800 ppm. Freesia heeft wat betreft fotosynthese response nauwelijks een seizoenseffect. Dit is opmerkelijk omdat de temperaturen enorm verschillen tussen de seizoenen. De grenswaarde van de lichtintensiteit die nog voor 100% benut wordt voor de fotosynthese is 120 µmol tijdens de winterperiode. Het verzadigingsniveau voor CO2 is 700-800 ppm. Bij Bouvardia is er boven 800 ppm CO2 vrijwel verzadiging van de fotosynthese. Er is geen effect van hoog CO2 op de huidmondjesopening geconstateerd en de fotosynthese heeft geen opstart en eind dag effect. De grenswaarde van de lichtintensiteit die nog voor 100% benut wordt voor de fotosynthese is 120 µmol voor het ras Fresco en 150 µmol voor Supreme tijdens de winterperiode. Bij dendrobium blijkt dat de planten zowel C3 en CAM zijn. Het voorkomen van droogtestress door regelmatige watergift en een niet te hoge VPD zijn waarschijnlijk belangrijke maatregelen om de planten zoveel mogelijk C3 te houden. Daarnaast wordt aanbevolen om gedurende de eerste uren van de ochtend slechts de helft van de lampen aan te zetten vanwege het opstarteffect van de fotosynthese. In de opkweek kan overwogen worden om het eerste half uur de helft aan te schakelen alvorens op te schakelen naar 100%. De grenswaarde van de lichtintensiteit die nog voor 100% benut wordt voor de fotosynthese is 90 µmol tijdens de winterperiode. Het verzadigingsniveau voor CO2 is 600-700 ppm. Opmerkelijk is een sterke daling van de huidmondjesopening boven 600 ppm CO2. Projectnummer: 15046

Van 19-08-2014 tot 01-07-2015
Afgerond