LED belichting: meetprotocol en sensoren tegen het licht
Beschrijving
Doel
Dit project beoogt een herziening van het meetprotocol voor het meten van (kunst)licht in kassen.
Projectbeschrijving
Wanneer een teler een LED installatie aanschaft, wordt er voor de installatie van de LED belichting een lichtplan gemaakt. Na installatie wordt dit geverifieerd door de lampenfabrikant zelf of door een externe partij. Het protocol dat hiervoor wordt gebruikt , is verouderd. Sinds het vaststellen van dat meetprotocol zijn er aan de kant van de belichtingstechniek zaken aan het veranderen met betrekking tot het aantal armaturen per oppervlakte-eenheid en (spectrale) dimbaarheid. Na het dimmen of schakelen tussen kanalen moet ook rekening worden gehouden met stabilisatietijden in het meetprotocol, iets wat vaak niet wordt gerapporteerd en wat wel opgenomen zou moeten worden in het protocol. Aan de kant van de meettechniek zijn er een aantal nieuwe sensoren op de markt die een verschillend meetbereik hebben. In de praktijk wordt op verschillende manieren gemeten, wat verschillen in intensiteiten van PAR- en stuurlicht kan opleveren. Een goed meetprotocol gaat de secor helpen om precies na te gaan of de belichtingsinstallatie de vereiste intensiteit, lichtverdeling en spectrum levert. Het huidige, verouderde meetprotocol moet dus herzien worden. Het opstellen van dit nieuwe meetprotocol moet samen met alle relevante partijen worden gedaan, zodat het gedragen wordt door de hele sector.
Dit project wordt gefinancierd door het ministerie van LNV.
Resultaten
Het onderzoek heeft geleid tot een nieuw, praktisch toepasbaar lichtmeetprotocol voor LED-belichting in de glastuinbouw. Waar het oude protocol uit 2010 nog ruimte liet voor interpretatie en verschillende meetmethodes, biedt het nieuwe protocol een duidelijke, gestandaardiseerde werkwijze: van voorbereiding en uitvoering tot analyse van de meetdata. Daarmee wordt meten betrouwbaarder en beter vergelijkbaar in de praktijk.
Uit de metingen blijkt dat moderne spectrale lichtsensoren onderling consistente en betrouwbare resultaten geven, zowel voor lichtintensiteit als voor spectrale samenstelling. Gangbare PAR-sensoren kunnen de lichtintensiteit echter met 6 tot 9% overschatten, afhankelijk van het lichtspectrum en de opstelling. Ook is vastgesteld dat meetomstandigheden van invloed zijn: LED-armaturen moeten minimaal 30 minuten opwarmen voor stabiele metingen en koude sensoren kunnen de resultaten verstoren door condensatie.
Als onderdeel van het protocol is een rekentool ontwikkeld waarmee meetdata eenvoudig kan worden verwerkt tot bruikbare inzichten, zoals lichtintensiteit, uniformiteit en spectrale verdeling. Het protocol is in de praktijk getest en biedt nu een betrouwbare basis voor het meten van dynamische LED-belichting in de kas, passend bij de huidige technologische ontwikkelingen.
| Projectnummer | 24018 |
| Startdatum | 01-08-2024 |
| Einddatum | 01-05-2025 |
| Afgerond | Ja |
| Budget | € 77.157 |
| Uitvoerder | Wageningen University & Research, Business Unit Glastuinbouw |
| Document |
24018_Eindrapport_LED_belichting-_meetprotocol_en_sensoren_tegen_het_licht.pdf
Lichtmeetprotocol_een_protocol_voor_het_meten_van-wageningen_university_and_research_702587.pdf Light_measuring_protocol_a_protocol_to_measure_le-wageningen_university_and_research_702590.pdf |