Afpellen van oorzaken op vruchtontwikkeling

Om de plantbelasting af te stemmen op het lichtaanbod moeten we meer oksels leegdunnen, schreef ik in mijn vorige blog. Hierna is de opvolging en het doorzwellen van de vruchten niet verbeterd. De vruchten bovenin de kop zijn de hele winter beoordeeld als sterk bloeiende vruchten en niets duidt erop dat diezelfde vruchten later door de plant worden 'vergeten'. Naarmate de vruchten lager in de plant komen te hangen, zwelt 20 tot 30% van de vruchten niet door. De niet-zwellende vruchten worden als afval geoogst met verharde en verdroogde punten. Sindsdien sluiten we mogelijke oorzaken uit om te achterhalen wat wel de oorzaak kan zijn van het niet doorzwellen van de vruchten.

Het doel van de proef was om jaarrond, klimaatneutrale komkommers te produceren met een productie van 3 kg/m2/week, om de teelt van komkommers in de donkerste winterperiode rendabel te maken. Gemiddeld haalden we een productie van 2 kg/m2/week. Na de ervaring dat dit niet lukte zoals verwacht, kwamen we er al snel achter dat de oplossing niet ligt in aanpassingen in de klimaatstrategie. We hebben de energiedoelstellingen en daarmee het gebruik van de actieve ontvochtiging naast ons neergelegd, om eerst te laten zien dat met een conventionele manier van telen de komkommers niet beter gingen groeien.

In de BCO’s werd benoemd dat het mogelijk kan liggen in de wateropname van de plant. Als er te weinig water wordt gegeven, kan de plant water uit de vruchten onttrekken, dan 'versteent' de vrucht en zwelt deze niet meer. Het is gelukt om met een watergiftstrategie tot nu toe een goede kwaliteit wortelgestel te houden zonder infectie van Pythium. De wateropname is met aanpassingen in de watergift verbeterd van 2.5 cc/joule (120 cc/mol) in week 50 naar 3.5 cc/joule (140 cc/mol) in week 52, waar het de eerste 10 weken van 2019 gemiddeld 3.7 cc/joule (164 cc/mol) was. Maar er was geen verbetering te zien in de opvolging en het doorzwellen van de vruchten.

Invloed ethyleen
Door het gebruik van actieve ontvochtiging blijven de luchtramen in de belichte periode meer gesloten. Om eventuele neveneffecten op het gewas hiervan inzichtelijk te krijgen zijn drie EMS rookgasmeetpalen in de proef geïnstalleerd. Op het Improvement Centre (IC) binnenin de komkommerafdeling wordt er sinds het begin van de proef gemeten. Om verdere invloeden te onderzoeken zijn er in week 8 en 9 twee extra meetpalen geplaatst, één buiten bij het IC en één binnen bij een komkommerteler die gebruik maakt van Son-T belichting en zuivere CO2-dosering.

Eind december en halverwege januari zijn er hoge concentraties rookgassen gemeten bij het IC in de kas, maar ook bij telers in de buurt van Bleiswijk. Uit metingen van het KNMI die meetpalen buiten heeft staan, verspreid over het land, is te zien dat gedurende dezelfde periode eenzelfde trend in rookgasconcentraties plaats heeft gevonden. In diezelfde periodes was het buiten koud en stond er een zuid tot zuidwesten wind.

In februari waren de concentraties ethyleen bij de komkommerteler gemiddeld hoger dan de effectgrenswaarde van 11 ppm. In die periode werden bij de komkommerteler zonder problemen komkommers geproduceerd. Op het IC was de gemiddelde ethyleen concentratie lager dan de effectgrenswaarde, maar wel hoger dan de buitenwaardes.

Door kouder weer moet er meer worden gestookt, wat de afname in luchtkwaliteit buiten kan verklaren. Wanneer de luchtkwaliteit buiten afneemt, heeft dit zonder meer invloed op de luchtkwaliteit binnen in de kas. Door luchtramen in die periodes te sluiten kan maar beperkt worden voorkomen dat de luchtkwaliteit in de kas ook afneemt. In kassen is er altijd een mate van ventilatie zelfs als de ramen dicht liggen. De herkomst van de uitzonderlijk hoge rookgasconcentraties in de periodes december en januari in de kas is hiermee wel verklaard. Daarnaast kan een komkommergewas ook zelf ethyleen produceren tot concentraties die boven de effectgrenswaarde uitkomen waarbij er toch uitstekend komkommers kunnen worden geproduceerd. Het lijkt erop dat ethyleen geen invloed heeft gehad op de productie van het komkommergewas.

Invloed kunstlicht
Met het afnemen van het buitenlicht naar de winter, hebben we het gewas zien veranderen met bladeren die tot in het extreme opkrulde en vruchten die niet doorzwelden. Mogelijk ervaart het komkommergewas een tekort van een bepaalde lichtkleur dat in het zonlicht wel in de juiste verhoudingen aanwezig is. Om LED in komkommer onder lage daglichtomstandigheden te laten slagen is er mogelijk een optimalisatie in het lichtspectrum nodig. Met de aanwezige lichtbronnen in de proef zijn er begin februari drie lichtbehandelingen ingezet om een reactie op de gewasontwikkeling uit te lokken. In combinatie met extra gewasmetingen hopen we meer inzicht te krijgen in waarom het gewas anders groeit en hoe de plant fysiologische processen reageren onder de verschillende lichtcondities. Kortom, er valt nog veel te leren voordat jaarrond komkommers geteeld kunnen worden.

Dit project wordt uitgevoerd door Delphy Improvement Centre. Het project is gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron, het innovatie- en actieprogramma van Glastuinbouw Nederland en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Diverse partijen dragen in cash en in kind bij aan dit project waaronder gewascoöperatie Komkommer, Ludvig Svensson, Signify, HortiPro en GremOnSystems.

Lees meer over dit onderzoek via onderstaande link.

Meer nieuws

Efficiënt CO2 doseren

Op weg naar een fossielvrije glastuinbouw neemt de beschikbaarheid van fossiele CO2 af en wordt (externe) CO2 een kostenpost. De eerste stap om hier...

Lees meer