Optimale lichtonderschepping

De laatste drie stappen van het 5-stappenplan gaan over een optimale benutting van het licht door de plant. Het licht dat de kas in komt of door lampen wordt opgewekt, wil je zo optimaal mogelijk onderscheppen door het gewas. Maar te veel blad betekent ook dat er extra verdamping is en dat de assimilaten van het mogelijk overtollige blad niet in de vruchten of bloemen gaan zitten. Dus maximale lichtonderschepping is niet altijd optimaal. Naast het bladplukken kan door verschillende lichtkleuren de vorm van de plant – en daarmee ook de lichtonderschepping – gestuurd worden.

Zoveel mogelijk assimilaten

Uit het licht dat onderschept wordt door de plant willen we zoveel mogelijk assimilaten produceren. Dus alleen belichten op de momenten dat de fotosynthese efficiency hoog is. Een belangrijk instrument hiervoor is online de fotosynthese van het gewas bepalen of te berekenen. Daarnaast is elke kleur licht niet even efficiënt voor de fotosynthese. Ook is de lichtverdeling over het gewas belangrijk om zoveel mogelijk assimilaten te produceren uit het onderschepte licht.

Optimale assimilatenbalans

De geproduceerde assimilaten willen we zoveel mogelijk naar te oogsten bloemen en vruchten transporteren en dus zo min mogelijk naar niet oogstbare delen van de plant. De aanmaak van assimilaten en het gebruik er van moeten in balans zijn. Dus pas de hoeveelheid stelen, bloemen of vruchten aan, aan de hoeveelheid licht en/of pas de temperatuur aan om de vraag van assimilaten te beïnvloeden. Ook hier is het kunnen bepalen van de fotosynthese oftewel de aanmaak van assimilaten, maar ook het kunnen bepalen van de vraag van assimilaten belangrijk. Daarnaast kunnen ook de lichtkleur en daglengte een rol spelen in de sturing van de assimilatenbalans.